Artikel 10 Invorderingswet 1990
Lid 1
In afwijking van artikel 9 is een belastingaanslag van de belastingschuldige die een te innen bedrag behelst terstond en tot het volle bedrag invorderbaar indien:
de belastingschuldige in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard en die belastingaanslag onder de werking van de schuldsaneringsregeling valt;
de ontvanger aannemelijk maakt dat gegronde vrees bestaat dat goederen van de belastingschuldige zullen worden verduisterd;
de belastingschuldige Nederland metterwoon wil verlaten dan wel zijn plaats van vestiging wil overbrengen naar een plaats buiten Nederland, tenzij hij aannemelijk maakt dat de belastingschuld kan worden verhaald;
de belastingschuldige buiten Nederland woont of gevestigd is dan wel in Nederland geen vaste woonplaats of plaats van vestiging heeft en de ontvanger aannemelijk maakt dat gegronde vrees bestaat dat de belastingschuld niet kan worden verhaald;
op goederen waarop een belastingschuld van de belastingschuldige kan worden verhaald beslag is gelegd voor zijn belastingschuld;
goederen van de belastingschuldige worden verkocht ten gevolge van een beslaglegging namens derden;
ten laste van de belastingschuldige een vordering wordt gedaan als bedoeld in artikel 19, tenzij hij aannemelijk maakt dat de belastingschuld kan worden verhaald;
met inachtneming van artikel 97 van het Douanewetboek van de Unie ten laste van de belastingschuldige aanvulling of vervanging van een gestelde zekerheid is geëist, doch die aanvulling of vervanging niet tijdig overeenkomstig het krachtens artikel 2:1, aanhef en onder j, van de Algemene douanewet bepaalde, wordt verricht.
Lid 2
Het eerste lid is in de gevallen bedoeld in de onderdelen a, e, f en g niet van toepassing op een voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting of in de vennootschapsbelasting waarvan het aanslagbiljet een dagtekening heeft die ligt in het jaar waarover deze is vastgesteld.
Lid 3
Het eerste lid is in het geval, bedoeld in onderdeel h, uitsluitend van toepassing op een uitnodiging tot betaling en op een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake rente op achterstallen, inzake kosten van ambtelijke werkzaamheden of inzake een bestuurlijke boete als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene douanewet.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 10 Invord1990 is sinds 2000 in 17 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hoge Raad en Hof Arnhem.
- ECLI:NL:HR:2021:1510 — 05-11-2021 Hoge Raad
Procesrecht. Invordering. Art. 10 en art. 15 Invorderingswet 1990; art. 7, lid 1, Kostenwet invordering rijksbelastingen; art. 4:122 en 4:123 Awb; zijn kosten dwangbevel rechtsgeldig in rekening gebracht door vermelding in exploot van betekening dwangbevel? Executoriale titel? - ECLI:NL:HR:2020:1200 — 17-07-2020 Hoge Raad
Procesrecht. Invordering. Art. 10, lid 1, onderdelen b en d, en art. 15 van de Invorderingswet 1990; art. 1 Kostenwet invordering rijksbelastingen; art. 4:117 en 4:122 Awb; dwangbevel; in rekening brengen van kosten aan degene die in gebreke is gebleven. - ECLI:NL:HR:2009:BJ6016 — 09-10-2009 Hoge Raad
Invordering. Versnelde invordering belastingschuld ex art. 10 Invorderingswet 1990 (81 RO). - ECLI:NL:GHAMS:2020:2894 — 27-10-2020 Hof Amsterdam
Omzetbelasting. Fraude met leveringen van bloemen aan bedrijven in Hongarije; wetenschap bij belanghebbende? Omdat de inspecteur de gegronde vrees voor verduistering aannemelijk maakt, is de schending van het verdedigingsbeginsel gerechtvaardigd. - ECLI:NL:GHAMS:2016:4860 — 22-11-2016 Hof Amsterdam
naheffingsaanslag omzetbelasting; na verwijzing; verdedigingsbeginsel; gegronde vrees voor verduistering; rechtvaardigingsgrond art. 10 IW; redelijke schatting kosten; verlaagde tarief voor schilder/stukadoorwerkzaamheden
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.