Artikel 28 Invorderingswet 1990
Lid 1
Bij overschrijding van de voor de belastingaanslag geldende enige of laatste betalingstermijn wordt aan de belastingschuldige rente – invorderingsrente – in rekening gebracht over het op de belastingaanslag openstaande bedrag met dien verstande dat invorderingsrente niet in rekening wordt gebracht voor zover met de belastingaanslag wordt verrekend een belastingaanslag die op dezelfde belasting en hetzelfde tijdvak betrekking heeft.
Lid 2
De invorderingsrente wordt enkelvoudig berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag waarop de belastingaanslag invorderbaar is ingevolge artikel 9 en eindigt op de dag voorafgaand aan die van de betaling. Voor de toepassing van de eerste volzin blijft artikel 10 buiten toepassing.
Lid 3
Invorderingsrente wordt niet in rekening gebracht over de tijd voor welke de belastingschuldige krachtens artikel 25, derde, vijfde, achtste, negende, elfde, zeventiende, achttiende, negentiende of eenentwintigste lid, uitstel van betaling is verleend.
Lid 4
In afwijking in zoverre van het derde lid wordt invorderingsrente in rekening gebracht voor zover het krachtens artikel 25, vijfde, achtste, negende, elfde, zeventiende, achttiende, negentiende of eenentwintigste lid, verleende uitstel door de ontvanger wordt beëindigd of voor zover betaling niet plaatsvindt binnen de termijn waarvoor uitstel van betaling is verleend. Bij algemene maatregel van bestuur wordt het tijdvak bepaald waarover in deze situaties invorderingsrente wordt berekend.
Lid 5
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gevallen waarop het derde lid niet van toepassing is worden aangewezen in welke gevallen, onder daarbij te stellen voorwaarden, geen invorderingsrente in rekening wordt gebracht omdat het in rekening brengen van invorderingsrente door uitzonderlijke omstandigheden niet redelijk wordt geacht.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 28 Invord1990 is sinds 1996 in 22 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof 's-Hertogenbosch en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2013:23 — 12-07-2013 Hoge Raad
Aansprakelijkheid. Art. 32, lid 2, IW 1990. Art. 29e AWR. Voortzetting BNB 2012/221. Omvang verwijzingsopdracht. Voor verwijtbaarheid ten aanzien van het belopen van invorderingsrente en -kosten komt mede betekenis toe aan gedragingen van de aansprakelijkgestelde na het opleggen… - ECLI:NL:HR:2011:BP3080 — 30-09-2011 Hoge Raad
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel. - ECLI:NL:HR:2003:AI0291 — 26-09-2003 Hoge Raad
26 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/137HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n DE ONTVANGER DER BELASTINGDIENST/ ONDERNEMINGEN HAAGLANDEN, voorheen DE ONTVANGER… - ECLI:NL:HR:2003:AI0289 — 26-09-2003 Hoge Raad
26 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/136HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. de vennootschap onder firma [C], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [eiser 2], en 3. [eiser 3], beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J.… - ECLI:NL:HR:2003:AI0276 — 26-09-2003 Hoge Raad
26 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/129HR JMH/HJH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST HAAGLANDEN, voorheen DE ONTVANGER VAN DE…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.