Titel I. Waardigheid
Artikel 1
De menselijke waardigheid
De menselijke waardigheid is onschendbaar. Zij moet worden geëerbiedigd en beschermd.
Artikel 2
Het recht op leven
Eenieder heeft recht op leven.
Niemand wordt tot de doodstraf veroordeeld of terechtgesteld.
Artikel 3
Het recht op menselijke integriteit
Eenieder heeft recht op lichamelijke en geestelijke integriteit.
In het kader van de geneeskunde en de biologie moeten met name in acht worden genomen:
de vrije en geïnformeerde toestemming van de betrokkene, volgens de bij de wet bepaalde regels;
het verbod van eugenetische praktijken, met name die welke selectie van personen tot doel hebben;
het verbod om het menselijk lichaam en bestanddelen daarvan als zodanig als bron van financieel voordeel aan te wenden;
het verbod van het reproductief kloneren van mensen.
Artikel 4
Het verbod van folteringen en van onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen
Niemand mag worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen.
Artikel 5
Het verbod van slavernij en dwangarbeid
Niemand mag in slavernij of dienstbaarheid worden gehouden.
Niemand mag gedwongen worden dwangarbeid of verplichte arbeid te verrichten.
Mensenhandel is verboden.