Art. 3:39 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Tenzij uit de wet anders voortvloeit, zijn rechtshandelingen die niet in de voorgeschreven vorm zijn verricht, nietig.
Recente uitspraken
Art. 3:39 BW is sinds 2001 in 102 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Gelderland en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:HR:2011:BU7412 — 09-12-2011 Hoge Raad
Cassatie in belang der wet. Koop. Ook aan particuliere verkoper komt jegens particuliere koper beroep toe op schriftelijkheidsvereiste art. 7:2 lid 1 BW. Medewerking aan schriftelijke vastlegging kan niet met rechterlijk vonnis worden afgedwongen. Vordering tot schadevergoeding… - ECLI:NL:HR:2001:ZC3665 — 05-10-2001 Hoge Raad
- - ECLI:NL:GHARL:2026:5463 — 25-08-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
Tussenarrest. Mondelinge overeenkomst aangaande een woning. Over de vraag of het schriftelijkheidsvereiste uit artikel 7:2 BW geldt, m.n. of koper voor de verkoper kenbaar handelde in de uitoefening van beroep of bedrijf, volgt een bewijsopdracht. - ECLI:NL:GHARL:2026:3092 — 12-05-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
Arbeidsovereenkomst. Uitsluiting vakantiegeld over variabel salaris op basis van een bonussysteem. Cao niet van toepassing. Nietigheid op grond van artikel 15 jo. 19 WMM. Convalescentie ex artikel 3:58 BW. Buitengerechtelijke kosten. - ECLI:NL:GHARL:2025:5504 — 09-09-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
Artikel 7:2 BW. Geen koopovereenkomst voor woning tot stand gekomen. Koper heeft er gezien de omstandigheden niet gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat verkoper zich met het ondertekenen van een e-mail heeft willen binden aan een koopovereenkomst.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.