Art. 3:45 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Lid 1
Indien een schuldenaar bij het verrichten van een onverplichte rechtshandeling wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van een of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden het gevolg zou zijn, is de rechtshandeling vernietigbaar en kan de vernietigingsgrond worden ingeroepen door iedere door de rechtshandeling in zijn verhaalsmogelijkheden benadeelde schuldeiser, onverschillig of zijn vordering vóór of na de handeling is ontstaan.
Lid 2
Een rechtshandeling anders dan om niet, die hetzij meerzijdig is, hetzij eenzijdig en tot een of meer bepaalde personen gericht, kan wegens benadeling slechts worden vernietigd, indien ook degenen met of jegens wie de schuldenaar de rechtshandeling verrichtte, wisten of behoorden te weten dat daarvan benadeling van een of meer schuldeisers het gevolg zou zijn.
Lid 3
Wordt een rechtshandeling om niet wegens benadeling vernietigd, dan heeft de vernietiging ten aanzien van de bevoordeelde die wist noch behoorde te weten dat van de rechtshandeling benadeling van een of meer schuldeisers het gevolg zou zijn, geen werking, voor zover hij aantoont dat hij ten tijde van de verklaring of het instellen van de vordering tot vernietiging niet ten gevolge van de rechtshandeling gebaat was.
Lid 4
Een schuldeiser die wegens benadeling tegen een rechtshandeling opkomt, vernietigt deze slechts te zijnen behoeve en niet verder dan nodig is ter opheffing van de door hem ondervonden benadeling.
Lid 5
Rechten, door derden te goeder trouw anders dan om niet verkregen op goederen die het voorwerp waren van de vernietigde rechtshandeling, worden geëerbiedigd. Ten aanzien van de derde te goeder trouw die om niet heeft verkregen, heeft de vernietiging geen werking voor zover hij aantoont dat hij op het ogenblik dat het goed van hem wordt opgeëist, niet ten gevolge van de rechtshandeling gebaat is.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 3:45 BW is sinds 1997 in 429 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2025:1166 — 18-07-2025 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Art. 3:45 BW. Actio pauliana. Vernietiging koopovereenkomst woning. Samenhang met zaak 24/03286. - ECLI:NL:HR:2025:1164 — 18-07-2025 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Art. 3:45 BW. Actio pauliana. Vernietiging koopovereenkomst woning. Samenhang met zaak 24/03282. - ECLI:NL:HR:2024:482 — 22-03-2024 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Financieel recht. Pauliana (art. 3:45 BW). Zorgplicht bank jegens derden. Verplichting tot cliëntenonderzoek en monitoren cliënten (art. 3:10 en 3:17 Wft, art. 14 Bpr en art. 3 Wwft). Moest bank (uit hoofde van haar zorgplicht) op de… - ECLI:NL:HR:2024:429 — 15-03-2024 Hoge Raad
Rechtspersonenrecht; juridische splitsing. Pauliana (3:45 BW). Verbintenissenrecht (art. 6:6 BW). Aansprakelijkheid verkrijgende rechtspersonen voor verbintenissen van splitsende rechtspersoon (art. 2:334t BW). Kan voor toepassing van art. 2:334t lid 2 BW op gesplitste… - ECLI:NL:HR:2024:217 — 09-02-2024 Hoge Raad
Procesrecht. Pandrecht. Schorsing en hervatting geding (art. 225 lid 1, aanhef en onder c, Rv en art. 227 Rv). Kan pandhouder die na mededeling van pandrecht inningsbevoegd wordt (3:246 lid 1 BW), door middel van schorsing en hervatting lopende procedure overnemen van pandgever?
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.