Art. 3:44 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Lid 1
Een rechtshandeling is vernietigbaar, wanneer zij door bedreiging, door bedrog of door misbruik van omstandigheden is tot stand gekomen.
Lid 2
Bedreiging is aanwezig, wanneer iemand een ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling beweegt door onrechtmatig deze of een derde met enig nadeel in persoon of goed te bedreigen. De bedreiging moet zodanig zijn, dat een redelijk oordelend mens daardoor kan worden beïnvloed.
Lid 3
Bedrog is aanwezig, wanneer iemand een ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling beweegt door enige opzettelijk daartoe gedane onjuiste mededeling, door het opzettelijk daartoe verzwijgen van enig feit dat de verzwijger verplicht was mede te delen, of door een andere kunstgreep. Aanprijzingen in algemene bewoordingen, ook al zijn ze onwaar, leveren op zichzelf geen bedrog op.
Lid 4
Misbruik van omstandigheden is aanwezig, wanneer iemand die weet of moet begrijpen dat een ander door bijzondere omstandigheden, zoals noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid, bewogen wordt tot het verrichten van een rechtshandeling, het tot stand komen van die rechtshandeling bevordert, ofschoon hetgeen hij weet of moet begrijpen hem daarvan zou behoren te weerhouden.
Lid 5
Indien een verklaring is tot stand gekomen door bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden van de zijde van iemand die geen partij bij de rechtshandeling is, kan op dit gebrek geen beroep worden gedaan jegens een wederpartij die geen reden had het bestaan ervan te veronderstellen.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 3:44 BW is sinds 1999 in 1350 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2025:1408 — 26-09-2025 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Algemeen vermogensrecht. Joint venture-geschil. O.a. klachten over toepassing van art. 3:44 lid 4 BW, toetsing van schorsing uitvoerend bestuurder aan redelijkheid en billijkheid (art. 2:8 BW) en beoordeling van uittreedvordering (art. 2:343… - ECLI:NL:HR:2025:898 — 13-06-2025 Hoge Raad
Strafrecht. Overeenkomstenrecht. Zijn civielrechtelijke bepalingen over bedrog (art. 3:44 BW) en dwaling (art. 6:228 BW) op grond van schakelbepalingen (art. 3:59 BW en art. 6:216 BW) van overeenkomstige toepassing op strafrechtelijke transactie in zin van art. 74 Sr? - ECLI:NL:HR:2025:762 — 16-05-2025 Hoge Raad
Huwelijksvermogensrecht. Vernietiging van gewijzigde huwelijkse voorwaarden op grond van misbruik van omstandigheden (art. 3:44 lid 4 BW)? Oordeel dat vrouw door bijzondere omstandigheden (afhankelijkheid dan wel onervarenheid) is bewogen tot wijziging van huwelijkse voorwaarden… - ECLI:NL:HR:2023:1667 — 01-12-2023 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Vaststellingsovereenkomst. Wilsgebreken? Art. 3:44 lid 4 BW. - ECLI:NL:HR:2023:963 — 23-06-2023 Hoge Raad
Verbintenissenrecht; misbruik van omstandigheden (art. 3:44 BW). Heeft gemeente als erfverpachter onredelijk hoge canon bedongen bij omzetting van tijdelijk recht van erfpacht in voortdurend recht van erfpacht? Betekenis hoedanigheid gemeentelijke overheid en gemeentelijk…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.