Art. 3:291 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Lid 1
De schuldeiser kan het retentierecht mede inroepen tegen derden die een recht op de zaak hebben verkregen, nadat zijn vordering was ontstaan en de zaak in zijn macht was gekomen.
Lid 2
Hij kan het retentierecht ook inroepen tegen derden met een ouder recht, indien zijn vordering voortspruit uit een overeenkomst die de schuldenaar bevoegd was met betrekking tot de zaak aan te gaan, of hij geen reden had om aan de bevoegdheid van de schuldenaar te twijfelen.
Lid 3
De schuldeiser kan het retentierecht niet inroepen tegen de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die op grond van artikel 6.15 van de Erfgoedwet een rechtsvordering instelt.
Recente uitspraken
Art. 3:291 BW is sinds 1996 in 55 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hof 's-Hertogenbosch en Hoge Raad.
- ECLI:NL:HR:2023:970 — 23-06-2023 Hoge Raad
Procesrecht. Grievenstelsel. Tweeconclusieregel. Onbegrijpelijke uitleg memorie van grieven? Retentierecht. Art. 3:291 BW. Heeft overdracht door derde met ouder recht als bedoeld in art. 3:291 lid 2 BW invloed op positie van retentor? - ECLI:NL:HR:2009:BH3096 — 12-06-2009 Hoge Raad
Beslag- en executierecht. Verdeling van opbrengst executoriale verkoop van onroerende zaken; strekking art. 551-553 Rv., stelsel van wettelijke rangregeling; beroepsaansprakelijkheid notaris, verplichting op voet van art. 551 lid 4 Rv. naast de Staat in te staan voor de… - ECLI:NL:HR:2002:AE2513 — 20-09-2002 Hoge Raad
- - ECLI:NL:HR:1998:ZC2571 — 06-02-1998 Hoge Raad
- - ECLI:NL:HR:1996:ZC2115 — 28-06-1996 Hoge Raad
Retentierecht van de bewaarnemer tegenover de derde-eigenaar van de bewaarde zaken.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.