Art. 3:295 Burgerlijk Wetboek Boek 3

Raakt de zaak uit de macht van de schuldeiser, dan kan hij haar opeisen onder dezelfde voorwaarden als een eigenaar.

Recente uitspraken

Art. 3:295 BW is sinds 2002 in 10 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof Den Haag.

  • ECLI:NL:HR:2002:AE2513 — 20-09-2002 Hoge Raad
    -
  • ECLI:NL:OGHACMB:2021:21 — 12-01-2021 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
    Huurgrond – weekendhuis Choloma – geen opstal vergoeding – toestemming verhuurder voor ingebruikgeving door huurder – houderschap – bezit -
  • ECLI:NL:GHARL:2025:1968 — 01-04-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Kort geding. Uitoefening retentierecht door aannemer (geïntimeerde). Een derde heeft door geïntimeerde geplaatste sloten doorgeknipt, borden verwijderd en vernielingen aangericht. Vordering tot herstel retentierecht en daarmee samenhangende vorderingen door voorzieningenrechter…
  • ECLI:NL:GHDHA:2014:3206 — 21-10-2014 Hof Den Haag
    Einde retentierecht. Houderschap retentor? 3:294 en 3:295 BW.
  • ECLI:NL:RBOBR:2019:6669 — 15-11-2019 Rb. Oost-Brabant
    Kort geding. Vordering tot afgifte goederen door bewaarder aan beslagene ex art. 860 lid 2 Rv. Ingeroepen pandrechten op goederen staan niet aan afgifte in de weg.

Bekijk alle 10 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.