Art. 3:294 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Het retentierecht eindigt doordat de zaak in de macht komt van de schuldenaar of de rechthebbende, tenzij de schuldeiser haar weer uit hoofde van dezelfde rechtsverhouding onder zich krijgt.
Recente uitspraken
Art. 3:294 BW is sinds 2002 in 25 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Rb. Rotterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:HR:2026:54 — 16-01-2026 Hoge Raad
Procesrecht. Grenzen van rechtsstrijd na cassatie en verwijzing. Retentierecht. Vervolg op HR 23 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:970. Hoge Raad doet zelf af. - ECLI:NL:HR:2002:AE8172 — 08-11-2002 Hoge Raad
- - ECLI:NL:OGHACMB:2021:21 — 12-01-2021 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
Huurgrond – weekendhuis Choloma – geen opstal vergoeding – toestemming verhuurder voor ingebruikgeving door huurder – houderschap – bezit - - ECLI:NL:GHSHE:2024:2634 — 20-08-2024 Hof 's-Hertogenbosch
arrest na verwijzing. Retentierecht en het inroepen ervan - ECLI:NL:GHARL:2024:4812 — 23-07-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
Bank, met hypotheekrecht, vordert in kortgeding verbod op het (verder) uitoefenen van een retentierecht op een onroerende zaak. Volgens de bank claimt de aannemer met het retentierecht ten onrechte een bevoorrechte schuldpositie en dat raakt haar positie in een mogelijk te…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.