Hoofdstuk 5. Verbouw en verplaatsing van een bouwwerk en wijziging van een gebruiksfunctie

Artikel 5.1

Dit hoofdstuk is van toepassing op bouwactiviteiten die het verbouwen en het verplaatsen van een bestaand bouwwerk betreffen en op de wijziging van een gebruiksfunctie van een bestaand bouwwerk.

Artikel 5.2

De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op:

  1. het waarborgen van de veiligheid;

  2. het beschermen van de gezondheid; en

  3. duurzaamheid en bruikbaarheid.

Artikel 5.3

Aan de regels in dit hoofdstuk wordt voldaan door de degene die het bouwwerk verbouwt of verplaatst of de gebruiksfunctie wijzigt. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 5.3a

Lid 1

Een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, van de wet kan worden gesteld over de artikelen 5.21e en 5.23 en kan alleen het bepaalde in de artikelen 5.21f respectievelijk 5.23a inhouden.

Lid 2

Een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift op aanvraag van degene die het bouwwerk bouwt, kan worden gesteld met het oog op andere belangen dan bedoeld in artikel 5.2, voor zover de in dat artikel bedoelde belangen zich daartegen niet verzetten.

Artikel 5.4

Lid 1

Op het verbouwen van een bouwwerk zijn de regels van hoofdstuk 4 van toepassing, waarbij in plaats van het in die regels bedoelde niveau van eisen wordt uitgegaan van het in artikel 5.5 bedoelde rechtens verkregen niveau tenzij in afdeling 5.3 anders is bepaald.

Lid 2

In afwijking van het eerste lid zijn de regels van paragraaf 4.4.2 niet van toepassing.

Lid 3

In aanvulling op het eerste lid zijn op het geheel vernieuwen of geheel nieuw aanbrengen van een bouwwerkinstallatie de regels van afdeling 4.7 van toepassing.

Lid 4

Als een bouwwerk wordt verbouwd zijn de regels van het eerste tot en met derde lid alleen van toepassing op de vernieuwing, verandering of vergroting, tenzij in afdeling 5.3 anders is bepaald.

Artikel 5.5

Lid 1

Het kwaliteitsniveau van een bouwwerk of gedeelte daarvan is na een verbouwing niet lager dan het toegestane kwaliteitsniveau onmiddellijk voorafgaand aan die verbouwing.

Lid 2

Voor zover het in het eerste lid bedoelde kwaliteitsniveau voorafgaand aan de verbouwing lager is dan het niveau voor bestaande bouw geldt in afwijking van eerste lid het niveau voor bestaande bouw als het ten minste aan te houden kwaliteitsniveau.

Lid 3

Voor zover het kwaliteitsniveau voorafgaand aan de verbouwing hoger is dan het niveau voor nieuwbouw geldt in afwijking van eerste lid het niveau voor nieuwbouw als ten minste aan te houden kwaliteitsniveau.

Artikel 5.6

Lid 1

Op een bestaand bouwwerk dat in ongewijzigde samenstelling wordt verplaatst zijn bij verplaatsing de regels van hoofdstuk 3 van toepassing. De voorwaarde van ongewijzigde samenstelling is niet van toepassing op de fundering van het bouwwerk.

Lid 2

Op een tijdelijk bouwwerk is het eerste lid alleen van toepassing als het bouwwerk na verplaatsing een tijdelijk bouwwerk is.

Artikel 5.7

Lid 1

Bij wijziging van een gebruiksfunctie van een bouwwerk of een gedeelte daarvan zijn de regels van hoofdstuk 3 van toepassing, tenzij in afdeling 5.4 anders is aangegeven.

Lid 2

Het eerste lid is alleen van toepassing op het gedeelte van het bouwwerk waarop de wijziging betrekking heeft, tenzij in afdeling 5.4 anders is aangegeven.

Lid 3

Voor zover een wijziging gepaard gaat met een verbouwing zijn in afwijking van het eerste lid op die verbouwing de regels van artikel 5.4 van toepassing, tenzij in afdeling 5.4 anders is aangegeven.

Artikel 5.8

Lid 1

De regels in deze afdeling zijn op een gebruiksfunctie van toepassing voor zover deze in tabel 5.8a of 5.8b voor die gebruiksfunctie zijn aangewezen.

Lid 2

Als in een regel in deze afdeling een artikel uit hoofdstuk 4 van toepassing is verklaard, dan volgt uit de tabel bij dat artikel welke leden op een gebruiksfunctie van toepassing zijn.

Tabel 5.8a

gebruiksfunctie

leden van toepassing

constructieve veiligheid

constructieve veiligheid bij brand

hoogte afscheiding

beperken van het ontstaan van

een brandgevaarlijke situatie

beperking van het ontwikkelen

van brand en rook

beperking van uitbreiding van brand

verdere beperking van uitbreiding van

brand en beperking van rook

bescherming tegen geluid

van gebouwinstallaties

luchtverversing

afvoer van rookgas en toevoer van

verbrandingslucht

verblijfsgebied en verblijfsruimte

toiletruimte

badruimte

artikel

5.9

5.10

5.10a

5.11

5.12

5.13

5.13a

5.14

5.15

5.16

5.17

5.18

5.19

lid

1

2

*

1

2

*

1

2

*

*

1

2

1

2

1

2

3

*

*

*

1

Woonfunctie

a

voor verhuur

1

2

*

1

*

1

*

*

1

2

1

2

1

2

3

*

*

*

b

overige woonfunctie

1

2

*

*

1

*

*

1

2

1

2

1

2

3

*

*

*

2

Bijeenkomstfunctie

a

voor kinderopvang met bedgebied

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

b

andere bijeenkomstfunctie

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

3

Celfunctie

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

4

Gezondheidszorgfunctie

a

met bedgebied

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

b

andere gezondheidszorgfunctie

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

5

Industriefunctie

a

lichte industriefunctie voor het houden van dieren

1

2

*

*

1

2

*

1

1

2

1

2

3

b

andere industriefunctie

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

6

Kantoorfunctie

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

7

Logiesfunctie

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

8

Onderwijsfunctie

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

9

Sportfunctie

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

10

Winkelfunctie

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

11

Overige gebruiksfunctie

a

voor het personenvervoer

1

2

*

*

1

*

1

1

2

1

2

3

b

andere overige gebruiksfunctie

1

2

*

1

*

1

1

2

1

2

3

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

a

wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m

1

2

*

*

1

*

b

voor langzaam verkeer

1

2

*

2

*

1

*

c

ander bouwwerk geen gebouw zijnde

1

2

*

*

1

Tabel 5.8b

gebruiksfunctie

energiezuinigheid

vluchten bij brand

technische bouwsystemen

verslaglegging

onverwarmde en ongekoelde verblijfsruimte

oplaadpunten en leidingdoorvoeren

oplaadpunten elektrische voertuigen

fysieke gigabitinfrastructuur

Afbakening maatwerkvoorschriften fysieke

gigabitinfrastructuur

artikel

5.20

5.20a

5.21

5.21a

5.21b

5.21c

5.21d

5.21e

5.21f

lid

1

2

3

4

5

6

7

8

*

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

*

1

Woonfunctie

a

voor studenten

1

2

3

4

5

6

7

8

*

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

b

overige woonfunctie

1

2

3

4

5

6

7

8

*

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

2

Bijeenkomstfunctie

1

2

4

5

6

7

8

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

3

Celfunctie

1

2

4

5

6

7

8

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

4

Gezondheidszorgfunctie

1

2

4

5

6

7

8

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

5

Industriefunctie

a

lichte industriefunctie

1

2

4

5

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

b

andere industriefunctie

1

2

4

5

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

6

Kantoorfunctie

1

2

4

5

6

7

8

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

7

Logiesfunctie

1

2

4

5

6

7

8

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

8

Onderwijsfunctie

1

2

4

5

6

7

8

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

9

Sportfunctie

1

2

4

5

6

7

8

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

10

Winkelfunctie

1

2

4

5

6

7

8

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

*

11

Overige gebruiksfunctie

a

voor het personenvervoer

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

b

andere overige gebruiksfunctie

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

*

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

1

2

3

4

5

6

1

2

*

1

2

3

Artikel 5.9

Lid 1

Op het verbouwen van een bouwwerk zijn de artikelen 4.12 tot en met 4.14 van toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het niveau voor verbouw zoals aangegeven in NEN 8700.

Lid 2

Op het verbouwen van een drijvend bouwwerk zijn de artikelen 4.15a tot en met 4.15e van toepassing.

Artikel 5.10

Op het verbouwen van een bouwwerk zijn de artikelen 4.17 en 4.18 van toepassing, waarbij in plaats van het in artikel 4.17 aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en waarbij, in afwijking van artikel 4.17, eerste lid, wordt uitgegaan van de buitengewone belastingscombinaties die volgens NEN 8700 kunnen optreden bij brand.

Artikel 5.10a

Lid 1

Bij het geheel vernieuwen van een raam met kozijn zijn op de vloerafscheiding ter plaatse van dit raam de artikelen 4.20, eerste lid, 4.21, derde lid, en 5.9 van toepassing. Dit geldt niet als de bestaande vloerafscheiding onder het raam met kozijn een hoogte heeft van ten minste 0,85 m, gemeten vanaf de vloer.

Lid 2

Bij het verbouwen van een bouwwerk geen gebouw zijnde, geldt in afwijking van artikel 5.4 het in artikel 4.21, zesde lid, aangegeven prestatieniveau.

Artikel 5.11

Bij het verbouwen van een bouwwerk geldt het in de artikelen 4.38 tot en met 4.40 aangegeven prestatieniveau.

Artikel 5.12

Lid 1

Bij het verbouwen van een bouwwerk geldt, in aanvulling op artikel 5.4, het in artikel 4.44, derde lid, aangegeven prestatieniveau.

Lid 2

Bij het verbouwen van het bouwwerk gelden, in aanvulling op artikel 5.4, het in de artikelen 4.43, eerste lid, en 4.45a, eerste en tweede lid, aangegeven prestatieniveau.

Artikel 5.13

Bij het verbouwen van een bouwwerk wordt, in aanvulling op artikel 5.4, uitgegaan van de in paragraaf 4.2.8 bedoelde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van ten minste 30 minuten, of het rechtens verkregen niveau als dat hoger is.

Artikel 5.13a

Bij het verbouwen van een bouwwerk geldt in afwijking van artikel 5.4 het in artikel 4.62, vierde lid, aangegeven prestatieniveau. Dit geldt ook voor een beschermde route.

Artikel 5.14

Lid 1

Bij het verbouwen van een bouwwerk zijn, in afwijking van artikel 5.4, de artikelen 4.107, eerste lid, en 4.108, eerste en tweede lid, van toepassing, waarbij wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB lager is dan het in de artikelen 4.107, eerste lid, en 4.108, eerste en tweede lid, aangegeven prestatieniveau, of van het rechtens verkregen niveau als dat hoger is.

Lid 2

Bij het verbouwen van een bouwwerk geldt, in afwijking van artikel 5.4, het in de artikelen 4.107, tweede lid, en 4.108, derde lid, aangegeven prestatieniveau.

Artikel 5.15

Lid 1

Bij het installeren van een voorziening voor luchtverversing gelden, in aanvulling op artikel 5.4, de in de artikelen 4.126, 4.127 en 4.138, eerste lid, aangegeven prestatieniveaus.

Lid 2

Het eerste lid is niet van toepassing op het vervangen van een bestaande voorziening waarbij de plaats van de uitmonding of toevoeropening niet wijzigt.

Artikel 5.16

Lid 1

Bij het installeren van een afvoervoorziening voor rookgas gelden, in aanvulling op artikel 5.4, de in de artikelen 4.138 en 4.141 aangegeven prestatieniveaus.

Lid 2

Bij het installeren van een toevoervoorziening voor verbrandingslucht gelden, in aanvulling op artikel 5.4, de in artikel 4.139 aangegeven prestatieniveaus.

Lid 3

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het vervangen van een bestaande voorziening waarbij de plaats van de uitmonding of toevoeropening niet wijzigt.

Artikel 5.17

Bij het verbouwen van een bouwwerk geldt, in afwijking van artikel 5.4, voor de in het vierde lid van artikel 4.164 bedoelde hoogte boven de vloer van een verblijfsgebied en een verblijfsruimte, een hoogte van ten minste 2,1 m.

Artikel 5.18

Bij het verbouwen van een bouwwerk geldt, in afwijking van artikel 5.4, voor de in artikel 4.167, tweede lid, bedoelde hoogte boven de vloer van een toiletruimte, een hoogte van ten minste 2 m.

Artikel 5.19

Bij het verbouwen van een bouwwerk geldt, in afwijking van artikel 5.4, voor de in artikel 4.170, derde lid, bedoelde hoogte boven de vloer van een badruimte, een hoogte van ten minste 2 m.

Artikel 5.20

Lid 1

Bij het verbouwen van een bouwwerk is artikel 4.149 niet van toepassing en is het in artikel 4.152 bedoelde niveau voor de warmteweerstand niet lager dan 1,4 m2•K/W of geldt het rechtens verkregen niveau als dat hoger is.

Lid 2

In afwijking van het eerste lid geldt bij het vernieuwen of vervangen van isolatielagen een warmteweerstand van ten minste 2,6 m2.K/W voor een vloer, 1,4 m2.K/W voor een gevel en 2,1 m2.K/W voor een dak, bepaald volgens NTA 8800, en bij het vernieuwen of vervangen van ramen, deuren en kozijnen een warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 2,2W/m2•K, bepaald volgens NTA 8800, of het rechtens verkregen niveau als dat hoger is.

Lid 3

Bij het geheel oprichten of geheel vernieuwen van een dakkapel of van een bijbehorend bouwwerk gelden, in afwijking van het eerste lid, de in de artikelen 4.152 en 4.153 aangegeven prestatieniveaus.

Lid 4

Bij een ingrijpende renovatie als bedoeld in artikel 2 van de richtlijn energieprestatie gebouwen geldt, in afwijking van het eerste lid, het in artikel 4.152 aangegeven prestatieniveau.

Lid 5

Van ingrijpende renovatie is sprake wanneer meer dan 25% van de oppervlakte van de bouwschil, bepaald volgens ISSO 75.1, wordt verbouwd en deze verbouw de integrale bouwschil betreft.

Lid 6

Bij een ingrijpende renovatie of wanneer het verwarmingssysteem geheel wordt vernieuwd voldoet een gebruiksfunctie aan een minimumwaarde voor hernieuwbare energie van 30 x (Aroof / Ag;tot) kWh/m2.jr, bepaald volgens NTA 8800, waarbij Aroof / Ag;tot ten hoogste 1,0 is.

Lid 7

Het zesde lid is niet van toepassing op een bouwwerk:

  1. voor zover artikel 4.155 van toepassing is;

  2. dat is aangesloten of aantoonbaar binnen drie jaar na de renovatie wordt aangesloten op een warmtenet als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet;

  3. voor zover het als gevolg van locatiegebonden omstandigheden of bouwtechnische belemmeringen niet mogelijk is aan de minimumwaarde voor hernieuwbare energie te voldoen; of

  4. waarbij de maatregelen die nodig zijn om aan de minimumwaarde voor hernieuwbare energie te voldoen een terugverdientijd hebben van meer dan 10 jaar, mits de maximale hoeveelheid hernieuwbare energie wordt gerealiseerd die mogelijk is met maatregelen die een terugverdientijd hebben van ten hoogste 10 jaar.

Artikel 5.20a

Bij het verbouwen van een bouwwerk geldt, in afwijking van artikel 5.4, het in artikel 4.218, eerste en vierde lid, aangegeven prestatieniveau.

Artikel 5.21

Lid 1

Bij het plaatsen of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een technisch bouwsysteem waarbij de energieprestatie wordt beïnvloed voldoet dat technische bouwsysteem aan de in tabel 5.21 opgenomen waarde voor de energieprestatie.

Lid 2

Een technisch bouwsysteem is adequaat gedimensioneerd, geïnstalleerd, ingeregeld en instelbaar.

Lid 3

Een technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming is na het vervangen van een warmtegenerator zelfregulerend per verblijfsgebied of verblijfsruimte.

Lid 4

Een technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming in een bouwwerk dat is aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte is na het vervangen van de afleverset voor warmte per verblijfsgebied of verblijfsruimte zelfregulerend.

Lid 5

Als een technisch bouwsysteem bestaat uit een combinatie van de in de tabel opgenomen bouwsystemen, worden de in het eerste lid bedoelde eisen naar rato berekend op basis van de eisen die gelden voor de systemen die deel uitmaken van de combinatie.

Lid 6

Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing als de kosten voor het aanbrengen van zelfregulerende apparatuur meer dan 20% bedragen van de kosten van het technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming.

Tabel 5.21

Technisch bouwsysteem

Waarde voor de energieprestatie woonfunctie

Waarde voor de energieprestatie overig

Ruimteverwarming

≤1,31

≤1,31

Ruimtekoeling

≤1,33

≤1,33

Ventilatie

≤3,8 kWh/(m3/u)

Warm tapwater

≤3,45

≤3,45

Ingebouwde verlichting

≤75kWhprim/m2

Artikel 5.21a

Lid 1

De energieprestatie van de in artikel 5.21 bedoelde technische bouwsystemen wordt beoordeeld en gedocumenteerd door de installateur en overhandigd aan de gebouweigenaar.

Lid 2

In afwijking van het eerste lid mag bij het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een technisch bouwsysteem worden volstaan met documentatie van de energieprestatie van de gewijzigde onderdelen.

Artikel 5.21b

Op een verblijfsruimte die niet bestemd is om te worden verwarmd of gekoeld, of waarbij de verwarming of koeling uitsluitend is bestemd voor een ander doel dan het verblijven van personen zijn de eisen aan ruimteverwarming en ruimtekoeling, bedoeld in de artikelen 5.21, derde en vierde lid, en 5.21a, niet van toepassing.

Artikel 5.21c

Lid 1

Bij ingrijpende renovatie als bedoeld in artikel 2 van de richtlijn energieprestatie gebouwen zijn, in afwijking van artikel 5.4, de voorschriften van artikel 4.160b van overeenkomstige toepassing:

  1. in geval van een parkeergelegenheid in een gebouw, als de renovatie betrekking heeft op de parkeergelegenheid of de elektrische infrastructuur van het gebouw; of

  2. in geval van een parkeergelegenheid gelegen buiten het gebouw op hetzelfde bouwwerkperceel, als de renovatie betrekking heeft op de parkeergelegenheid of de elektrische infrastructuur van de parkeergelegenheid.

Lid 2

Het eerste lid is niet van toepassing als de kosten voor het aanleggen van de oplaadpunten en de leidingdoorvoeren meer dan 7% bedragen van de kosten van de ingrijpende renovatie.

Lid 3

Van ingrijpende renovatie is sprake wanneer meer dan 25% van de oppervlakte van de bouwschil, bepaald volgens ISSO 75.1, wordt verbouwd en deze verbouw de integrale bouwschil betreft.

Artikel 5.21d

Bij het installeren van oplaadpunten voor elektrische voertuigen in een overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen geldt, in aanvulling op artikel 5.4, het in de artikelen 4.199 en 4.230a aangegeven prestatieniveau.

Artikel 5.21e

Bij een ingrijpende renovatie als bedoeld in artikel 2 van de richtlijn energieprestatie gebouwen gelden, in afwijking van artikel 5.4, de voorschriften van artikel 4.244 en 4.245.

Artikel 5.21f

In afwijking van artikel 5.3a, tweede lid, kan een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift over artikel 5.21e alleen worden gesteld als naleving van dat artikel technisch onhaalbaar is of de kosten onevenredig verhoogt, waarbij afwijken alleen versoepelen kan inhouden.

Artikel 5.22

De regels in deze afdeling zijn op een gebruiksfunctie van toepassing voor zover deze in tabel 5.22 voor die gebruiksfunctie zijn aangewezen.

Tabel 5.22

gebruiksfunctie

leden van toepassing

verdere beperking van uitbreiding van

brand en beperking van verspreiding van

rook

geluidwering bij weg-, spoorweg- of

industriegeluid

afbakening maatwerkvoorschriften

geluidwering

tijdig vaststellen van brand

vluchten bij brand

artikel

5.22a

5.23

5.23a

5.24

5.24a

lid

*

1

2

3

*

*

*

1

Woonfunctie

*

1

2

3

*

*

*

2

Bijeenkomstfunctie

a

voor kinderopvang

1

2

3

*

b

andere bijeenkomstfunctie

3

Celfunctie

4

Gezondheidszorgfunctie

1

2

3

*

5

Industriefunctie

6

Kantoorfunctie

7

Logiesfunctie

8

Onderwijsfunctie

1

2

3

*

9

Sportfunctie

10

Winkelfunctie

11

Overige gebruiksfunctie

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

Artikel 5.22a

Bij wijziging van de gebruiksfunctie van een bouwwerk of een gedeelte daarvan naar een woonfunctie geldt, in afwijking van artikel 5.7, het in artikel 4.62, vierde lid, aangegeven prestatieniveau. Dit geldt ook voor een beschermde route.

Artikel 5.23

Lid 1

Bij wijziging van een gebruiksfunctie van een bouwwerk of een gedeelte daarvan is de volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte niet kleiner dan het verschil tussen het in het omgevingsplan, de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit of het besluit tot vaststelling van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden bepaalde gezamenlijke geluid, bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, en 33 dB.

Lid 2

In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 4.102, 4.103, 4.103a, 4.103b en 4.103c van toepassing:

  1. op een niet-geluidgevoelige gevel als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; of

  2. als de uitwendige scheidingsconstructie geheel wordt vernieuwd.

Lid 3

Het eerste lid is niet van toepassing op een wijziging van een gebruiksfunctie voor minder dan 10 jaar.

Artikel 5.23a

Een maatwerkvoorschrift over artikel 5.23, eerste lid, kan alleen inhouden dat:

  1. het gezamenlijke geluid opnieuw wordt bepaald; of

  2. de waarde wordt versoepeld tot ten hoogste 38 dB.

Artikel 5.24

Bij wijziging van de gebruiksfunctie van een bouwwerk of een gedeelte daarvan heeft een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert, tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie, een of meer rookmelders die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen, bedoeld in NEN 2555. Dit is niet van toepassing op een woonfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 3.115.

Artikel 5.24a

Bij wijziging van de gebruiksfunctie van een bouwwerk of een gedeelte daarvan naar een woonfunctie geldt, in afwijking van artikel 5.7, het in artikel 4.218, eerste en vierde lid, aangegeven prestatieniveau.