Afdeling 4.3. Gezondheid

Wordt genoemd in:

Artikel 4.101

Lid 1

Een bouwwerk biedt in een verblijfsgebied bescherming tegen geluid van buiten.

Lid 2

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.101 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

Tabel 4.101

gebruiksfunctie

leden van toepassing

bescherming tegen geluid van

buiten

geluidwering bij weg-, spoorweg-

of industriegeluid of geluid door

activiteiten

afbakening

maatwerkvoorschriften

geluidwering

niet-geluidgevoelige gevel

overgangsrecht: Wet

geluidhinder

geluidwering bij luchtvaartlawaai

tijdelijk bouwwerk

artikel

4.102

4.103

4.103a

4.103b

4.103c

4.104

4.105

lid

*

1

2

3

*

1

2

1

2

1

2

3

4

*

1

Woonfunctie

a

woonwagen

*

1

2

b

andere woonfunctie

*

1

2

3

*

1

2

1

2

1

2

3

4

*

2

Bijeenkomstfunctie

a

voor kinderopvang

*

1

2

3

*

1

2

1

2

1

2

3

4

*

b

andere bijeenkomstfunctie

3

Celfunctie

4

Gezondheidszorgfunctie

*

1

2

3

*

1

2

1

2

1

2

3

4

*

5

Industriefunctie

6

Kantoorfunctie

7

Logiesfunctie

8

Onderwijsfunctie

*

1

2

3

*

1

2

1

2

1

2

3

4

*

9

Sportfunctie

10

Winkelfunctie

11

Overige gebruiksfunctie

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

Artikel 4.102

Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van ten minste 20 dB.

Artikel 4.103

Lid 1

De volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied is:

  1. niet kleiner dan het verschil tussen het in het omgevingsplan, de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit of het besluit tot vaststelling van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden bepaalde gezamenlijke geluid, bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, en 33 dB; en

  2. niet kleiner dan het verschil tussen het in het omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit toegestane geluid door activiteiten, bedoeld in paragraaf 5.1.4.2.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en 35 dB(A), tenzij dit geluid is betrokken bij het bepalen van het gezamenlijke geluid, bedoeld onder a.

Lid 2

Op een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied als bedoeld in het eerste lid, die niet de scheiding vormt met een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie waarop het eerste lid van toepassing is, is dat lid van overeenkomstige toepassing.

Lid 3

Een scheidingsconstructie als bedoeld in het eerste en tweede lid van een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die ten hoogste 2 dB of dB(A) lager is dan de in het eerste en tweede lid bedoelde karakteristieke geluidwering uitgaande van het verblijfsgebied waarin de verblijfsruimte ligt.

Artikel 4.103a

Een maatwerkvoorschrift over artikel 4.103, eerste lid, kan alleen inhouden dat het gezamenlijke geluid opnieuw wordt bepaald.

Artikel 4.103b

Lid 1

Bij een niet-geluidgevoelige gevel als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt bij de toepassing van artikel 4.103, eerste lid, aanhef en onder a, uitgegaan van het gezamenlijke geluid op die gevel, verhoogd met 3 dB.

Lid 2

Bij een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving:

  1. bevat de uitwendige scheidingsconstructie van die gevel geen te openen delen anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang; of

  2. worden aan het gebouw zodanige bouwkundige maatregelen getroffen dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied of niet-gemeenschappelijke verkeersruimte niet hoger is dan de grenswaarden, bedoeld in artikel 5.78u van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 4.103c

Lid 1

Als de regels voor het bouwwerk deel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet, of voorschriften voor het bouwwerk zijn gesteld in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de wet, is artikel 4.103b, tweede lid, onder a, van overeenkomstige toepassing op een uitwendige scheidingsconstructie die op grond van artikel 1b, vierde lid, van de Wet geluidhinder niet als gevel werd beschouwd.

Lid 2

Als voor een bouwwerk in het geluidaandachtsgebied, bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, van een weg, spoorweg of industrieterrein het gezamenlijke geluid, bedoeld in artikel 4.103, eerste lid, onder a, niet is bepaald in een van de in dat onderdeel genoemde besluiten, wordt het gezamenlijke geluid voor een verblijfsgebied berekend volgens bij ministeriële regeling gestelde regels op basis van:

  1. de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting die op grond van artikel IX van het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet onderdeel is van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1 van de wet, waarbij voor wegen de gehanteerde aftrek op basis van artikel 110g van de Wet geluidhinder wordt opgeteld; of

  2. in gevallen, bedoeld in het eerste lid, de geluidbelasting die ten grondslag ligt aan het omgevingsplan of de omgevingsvergunning, bedoeld in dat lid; en

  3. het geluid van luchtvaart, als dat is opgenomen in het geluidregister, bedoeld in artikel 11.51 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 4.104

Lid 1

Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van een gebruiksfunctie in een krachtens de Luchtvaartwet of de Wet luchtvaart vastgestelde Ke-geluidzone bij een militaire luchthaven heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die niet kleiner is dan het in tabel 4.104 aangegeven geluidniveau. Als de geluidbelasting ligt tussen de in de eerste kolom opgenomen Ke-waarden, wordt de te bereiken geluidwering bepaald door rechtevenredige interpolatie tussen de in de tweede kolom opgenomen dB-waarden.

Tabel 4.104 geluidwering bij luchtvaartlawaai

geluidbelasting in Ke

vereiste karakteristieke geluidwering in dB

36–40

30–33

41–45

33–36

46–50

36–40

meer dan 50

40

Lid 2

Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van een gebruiksfunctie in een voor de luchthaven Schiphol op de kaarten in bijlage 3B, nummer 4, van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol aangewezen gebied of een krachtens de Wet luchtvaart vastgesteld 56 dB(A) Lden beperkingengebied of een vastgestelde 35 Ke-geluidzone bij een burgerluchthaven heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering waarmee het karakteristiek geluidniveau in het verblijfsgebied ten hoogste 33 dB is. Daarbij wordt uitgegaan van de krachtens de Luchtvaartwet of de Wet luchtvaart bepaalde geluidbelasting op de uitwendige scheidingsconstructie.

Lid 3

Op een inwendige scheidingsconstructie van een gebied als bedoeld in het eerste en tweede lid, die niet de scheiding vormt met een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie waarop het eerste en tweede lid van toepassing zijn, zijn deze leden van overeenkomstige toepassing.

Lid 4

Een scheidingsconstructie als bedoeld in het eerste tot en met derde lid van een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die ten hoogste 2 dB of dB(A) lager is dan de karakteristieke geluidwering, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, van het verblijfsgebied waarin de verblijfsruimte ligt.

Artikel 4.105

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 4.102 tot en met 4.104 van overeenkomstige toepassing, waarbij bij een tijdelijk bouwwerk met een instandhoudingstermijn van ten hoogste 10 jaar wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB of dB(A) lager is dan het in die artikelen bedoelde niveau.

Artikel 4.106

Lid 1

Een bouwwerk biedt bescherming tegen geluid van bouwwerkinstallaties.

Lid 2

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.106 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

Tabel 4.106

gebruiksfunctie

leden van toepassing

waarden

aangrenzend bouwwerkperceel

zelfde bouwwerkperceel

tijdelijk bouwwerk

zelfde bouwwerkperceel

artikel

4.107

4.108

4.109

4.108

lid

1

2

1

2

3

*

2

[dB]

1

Woonfunctie

1

2

1

2

3

*

30

2

Bijeenkomstfunctie

a

voor kinderopvang

1

1

2

*

35

b

andere bijeenkomstfunctie

1

1

*

3

Celfunctie

1

1

*

4

Gezondheidszorgfunctie

1

1

*

5

Industriefunctie

1

1

*

6

Kantoorfunctie

1

1

*

7

Logiesfunctie

1

1

*

8

Onderwijsfunctie

1

1

2

*

35

9

Sportfunctie

1

1

*

10

Winkelfunctie

1

1

*

11

Overige gebruiksfunctie

1

1

*

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

1

1

Artikel 4.107

Lid 1

Een toilet met waterspoeling, een kraan, een mechanische voorziening voor luchtverversing, een installatie voor warmte- of koudeopwekking, een installatie voor het verhogen van waterdruk of een lift veroorzaakt in een op een aangrenzend bouwwerkperceel gelegen verblijfsgebied een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste 30 dB. Dit is niet van toepassing op een op een aangrenzend perceel gelegen lichte industriefunctie of overige gebruiksfunctie.

Lid 2

Een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, veroorzaakt op de perceelgrens met een bouwwerkperceel voor een andere woonfunctie een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB, berekend volgens de bij ministeriële regeling gestelde regels.

Artikel 4.108

Lid 1

Een toilet met waterspoeling, een kraan, een mechanische voorziening voor luchtverversing, een installatie voor warmte- of koudeopwekking, een installatie voor het verhogen van waterdruk of een lift veroorzaakt in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende op hetzelfde bouwwerkperceel gelegen woonfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste 30 dB.

Lid 2

Een mechanische voorziening voor luchtverversing of warmterugwinning, of een installatie voor warmte- of koudeopwekking veroorzaakt in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van de gebruiksfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste het in tabel 4.106 aangegeven geluidniveau.

Lid 3

Een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, veroorzaakt ter plaatse van een te openen raam of deur van een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende op hetzelfde bouwwerkperceel gelegen woonfunctie een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB, berekend volgens de bij ministeriële regeling gestelde regels.

Artikel 4.109

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 4.107 en 4.108 van overeenkomstige toepassing, waarbij bij een tijdelijk bouwwerk met een instandhoudingstermijn van ten hoogste 10 jaar wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB lager is dan het in die artikelen bedoelde niveau.

Artikel 4.110

Lid 1

Een woongebouw heeft in een gemeenschappelijke verkeersruimte een geluidsabsorptie, waarmee geluidhinder door galm wordt beperkt.

Lid 2

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf.

Artikel 4.111

Een besloten gemeenschappelijke verkeersruimte voor het ontsluiten van een woonfunctie die grenst aan een niet-gemeenschappelijke ruimte van een woonfunctie, heeft een volgens NEN-EN 12354-6 bepaalde totale geluidsabsorptie met een getalswaarde, uitgedrukt in m2, die niet kleiner is dan 1/8 van de getalswaarde van de inhoud van die ruimte, uitgedrukt in m³, in elk van de octaafbanden met middenfrequenties van 250, 500, 1.000 en 2.000 Hz.

Artikel 4.112

Lid 1

Een bouwwerk biedt bescherming tegen geluidsoverlast tussen gebruiksfuncties en tussen ruimten in een woonfunctie voor zover in het bouwwerk een woonfunctie ligt.

Lid 2

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.112 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

Tabel 4.112

gebruiksfunctie

leden van toepassing

waarden

ander bouwwerkperceel

verschillende gebruiksfuncties

op hetzelfde bouwwerkperceel

verblijfsruimten van

dezelfde woonfunctie

tijdelijk bouwwerk

ander bouwwerkperceel

verschillende gebruiksfuncties

op hetzelfde bouwwerkperceel

artikel

4.113

4.114

4.115

4.116

4.113

4.114

lid

1

2

3

4

1

2

3

4

5

6

7

8

1

2

3

*

3

4

3

4

[dB]

[dB]

1

Woonfunctie

a

woonwagen

b

in een woongebouw

1

2

3

4

1

2

3

4

6

7

8

1

2

3

*

54

59

54

59

c

andere woonfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

1

2

3

*

54

59

54

59

2

Bijeenkomstfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

*

59

64

59

64

3

Celfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

*

59

64

59

64

4

Gezondheidszorgfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

*

59

64

59

64

5

Industriefunctie

a

lichte industriefunctie

b

andere industriefunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

*

59

64

59

64

6

Kantoorfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

5

*

59

64

59

64

7

Logiesfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

5

*

59

64

59

64

8

Onderwijsfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

*

59

64

59

64

9

Sportfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

5

*

59

64

59

64

10

Winkelfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

5

*

59

64

59

64

11

Overige gebruiksfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

5

*

59

64

59

64

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

Artikel 4.113

Lid 1

Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie op een ander bouwwerkperceel is niet kleiner dan 52 dB.

Lid 2

Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op een ander bouwwerkperceel is niet kleiner dan 47 dB.

Lid 3

Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie op een ander bouwwerkperceel is niet groter dan het in tabel 4.112 aangegeven geluidniveau.

Lid 4

Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op een ander bouwwerkperceel is niet groter dan het in tabel 4.112 aangegeven geluidniveau.

Artikel 4.114

Lid 1

Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde bouwwerkperceel is niet kleiner dan 52 dB.

Lid 2

Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde bouwwerkperceel is niet kleiner dan 47 dB.

Lid 3

Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde bouwwerkperceel is niet groter dan het in tabel 4.112 aangegeven geluidniveau.

Lid 4

Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde bouwwerkperceel is niet groter dan het in tabel 4.112 aangegeven geluidniveau.

Lid 5

Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op de geluidsoverdracht van een nevengebruiksfunctie van een woonfunctie naar die woonfunctie.

Lid 6

Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op de geluidsoverdracht van een gemeenschappelijke ruimte naar een aangrenzende gemeenschappelijke ruimte.

Lid 7

Het tweede en vierde lid zijn niet van toepassing op de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een gemeenschappelijke verkeersruimte of op de geluidsoverdracht van een gemeenschappelijke verkeersruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte.

Lid 8

Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op de geluidsoverdracht van een gemeenschappelijke verkeersruimte naar een aangrenzende woonfunctie voor bewoners die zijn ingeschreven aan een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs of aan een universiteit of hogeschool als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 4.115

Lid 1

Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een verblijfsruimte naar een andere verblijfsruimte van dezelfde woonfunctie is niet kleiner dan 32 dB.

Lid 2

Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een verblijfsruimte naar een andere verblijfsruimte van dezelfde woonfunctie is niet groter dan 79 dB.

Lid 3

Het eerste en tweede lid gelden niet als de verblijfsruimten met elkaar in open verbinding staan of als de ene verblijfsruimte vanuit de andere rechtstreeks bereikbaar is door een deuropening.

Artikel 4.116

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 4.113 tot en met 4.115 van overeenkomstige toepassing, waarbij bij een tijdelijk bouwwerk met een instandhoudingstermijn van ten hoogste 10 jaar wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB lager is dan het in die artikelen bedoelde niveau.

Artikel 4.117

Lid 1

Een bouwwerk heeft scheidingsconstructies waarmee de vorming van allergenen door vocht in verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten voldoende wordt beperkt.

Lid 2

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.117 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

Tabel 4.117

gebruiksfunctie

leden van toepassing

waarden

wering van vocht van

buiten

factor van de

temperatuur

wateropname

factor van de

temperatuur

artikel

4.118

4.119

4.120

4.119

lid

1

2

3

4

*

1

2

1

1

Woonfunctie

1

2

3

4

*

1

2

0,65

2

Bijeenkomstfunctie

1

2

3

4

*

1

2

0,5

3

Celfunctie

1

2

3

4

*

1

2

0,5

4

Gezondheidszorgfunctie

1

2

3

4

*

1

2

0,5

5

Industriefunctie

*

1

2

0,5

6

Kantoorfunctie

1

2

3

4

*

1

2

0,5

7

Logiesfunctie

1

2

3

4

*

1

2

0,5

8

Onderwijsfunctie

1

2

3

4

*

1

2

0,5

9

Sportfunctie

1

2

3

4

*

1

2

0,5

10

Winkelfunctie

1

2

3

4

*

1

2

0,5

11

Overige gebruiksfunctie

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

Artikel 4.118

Lid 1

Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht.

Lid 2

Een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op het kunnen binnendringen van vocht in het verblijfsgebied, de toiletruimte of de badruimte, is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht.

Lid 3

Een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, voor zover die scheidingsconstructie niet grenst aan een ander verblijfsgebied, een andere toiletruimte of een andere badruimte, is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht.

Lid 4

Een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de specifieke luchtvolumestroom naar het verblijfsgebied, de toiletruimte of de badruimte, heeft een volgens NEN 2690 bepaalde, specifieke luchtvolumestroom van ten hoogste 20.10-6m3 /(m2.s).

Artikel 4.119

Een scheidingsconstructie waarvoor een warmteweerstand als bedoeld in artikel 4.152 geldt, heeft aan de zijde die grenst aan een verblijfsgebied een volgens NEN 2778 bepaalde factor van de temperatuur van de binnenoppervlakte, die niet kleiner is dan de in tabel 4.117 aangegeven waarde.

Artikel 4.120

Lid 1

Een scheidingsconstructie van een toiletruimte of een badruimte heeft aan een zijde die grenst aan die ruimte tot 1,2 m boven de vloer van die ruimte een volgens NEN 2778 bepaalde wateropname die gemiddeld niet groter is dan 0,01 kg/(m2.s½) en op geen enkele plaats groter dan 0,2 kg/(m2.s½).

Lid 2

Een badruimte heeft in aanvulling op het eerste lid ter plaatse van de opstelplaats voor een bad of een douche een in het eerste lid bedoelde beperking aan de wateropname over een lengte van ten minste 3 m, tot een hoogte van 2,1 m boven de vloer van die ruimte.

Artikel 4.121

Lid 1

Een bouwwerk heeft een voorziening voor luchtverversing waarmee het ontstaan van een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht wordt voorkomen.

Lid 2

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.121 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

Tabel 4.121

gebruiksfunctie

leden van toepassing

waarden

Capaciteit

luchtverversing

verblijfsgebied,

verblijfsruimte,

toiletruimte en

badruimte

thermisch comfort

regelbaarheid en

uitschakelbaarheid

Luchtverversing

overige ruimten

plaats van de opening

Luchtkwaliteit

toevoer van

ventilatielucht

luchtkwaliteit: afvoer

van binnenlucht

tijdelijk bouwwerk

luchtverversing

artikel

4.122

4.123

4.124

4.125

4.126

4.127

4.128

4.129

4.122

lid

1

2

3

4

5

6

*

1

2

3

4

1

2

3

4

5

6

1

2

3

1

2

3

4

5

6

1

2

3

4

5

6

*

2

[dm3/s per persoon]

1

Woonfunctie

1

3

4

5

*

1

2

3

4

1

2

3

4

1

2

1

2

3

4

5

1

2

3

5

*

2

Bijeenkomstfunctie

a.

voor kinderopvang

2

3

5

*

1

2

3

4

2

3

4

1

2

1

4

5

2

3

5

*

6,5

b.

andere bijeenkomstfunctie

2

3

5

*

1

2

3

4

2

3

4

1

2

1

4

5

2

3

5

4

c.

voor alcoholgebruik

2

3

5

6

*

1

2

3

4

2

3

4

1

2

1

4

5

2

3

5

4

3

Celfunctie

2

3

5

*

1

2

3

4

2

3

4

1

2

1

4

5

2

3

5

a.

verblijfsgebied van celeenheid

12

b.

ander verblijfsgebied

6,5

4

Gezondheidszorgfunctie

2

3

5

*

1

2

3

4

2

3

4

1

2

1

4

5

2

3

5

a.

bedgebied

12

b.

ander verblijfsgebied

6,5

5

Industriefunctie

2

3

5

4

2

3

4

1

2

1

4

5

2

3

5

6,5

6

Kantoorfunctie

2

3

5

*

1

2

3

4

2

3

4

1

2

1

4

5

2

3

5

6,5

7

Logiesfunctie

a.

in een logiesgebouw

2

3

5

*

1

2

3

4

2

3

4

1

2

1

2

4

5

2

3

5

12

b.

andere logiesfunctie

2

3

4

5

*

1

2

3

4

2

3

4

1

2

1

2

4

5

2

3

5

12

8

Onderwijsfunctie

2

3

5

*

1

2

3

4

2

3

4

1

2

1

4

5

2

3

5

*

8,5

9

Sportfunctie

2

3

5

*

1

2

3

4

2

3

4

1

2

1

4

5

2

3

5

6,5

10

Winkelfunctie

2

3

5

*

1

2

3

4

2

3

4

1

2

1

4

5

2

3

5

4

11

Overige gebruiksfunctie

a. voor het stallen van motorvoertuigen

5

2

3

4

5

3

4

5

2

3

5

6

b. andere overige gebruiksfunctie

5

2

3

4

4

5

2

3

5

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

a

wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m

4

6

6

4

b

andere tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer

6

c.

ander bouwwerk geen gebouw zijnde

2

4

4

5

2

3

Artikel 4.122

Lid 1

Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste:

  1. 0,9 dm3/s per m2 vloeroppervlakte met een minimum van 7 dm3/s bij een verblijfsgebied; en

  2. 0,7 dm3/s per m2 vloeroppervlakte met een minimum van 7 dm3/s bij een verblijfsruimte.

Lid 2

Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste de in tabel 4.121 aangegeven capaciteit per persoon.

Lid 3

Onverminderd het eerste en tweede lid hebben een verblijfsgebied en een verblijfsruimte met een opstelplaats voor een kooktoestel een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 21 dm3/s.

Lid 4

Een voorziening voor luchtverversing voor meer dan een verblijfsgebied heeft een capaciteit die niet kleiner is dan de hoogste waarde die volgens het eerste en tweede lid geldt voor elk afzonderlijk verblijfsgebied. In aanvulling daarop is de capaciteit niet kleiner dan 70% van de som van de waarden die volgens het eerste tot en met derde lid gelden voor de op die voorziening aangewezen verblijfsgebieden.

Lid 5

Een toiletruimte en een badruimte hebben een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste:

  1. 7 dm3/s bij een toiletruimte; en

  2. 14 dm3/s bij een badruimte.

Lid 6

Onverminderd het tweede lid heeft een verblijfsgebied of een verblijfsruimte een voorziening voor luchtverversing met een mechanische aan- of afvoer met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 3,8 dm3/s per m2 vloeroppervlakte.

Artikel 4.123

De toevoer van verse lucht veroorzaakt in de leefzone van een verblijfsgebied een volgens NEN 1087 bepaalde luchtsnelheid die niet groter is dan 0,2 m/s.

Artikel 4.124

Lid 1

Een voorziening voor natuurlijke toevoer van verse lucht is regelbaar in het gebied van 0% tot 30% van de capaciteit, bedoeld in artikel 4.122, en heeft, bepaald volgens NEN 1087, naast een laagste stand van ten hoogste 10% van die capaciteit en een stand van 100% van die capaciteit, ten minste twee regelstanden in het regelgebied die onderling ten minste 10% in capaciteit verschillen.

Lid 2

Een voorziening voor mechanische toevoer van verse lucht heeft een dichtstand, is regelbaar in het gebied van 10% tot 100% van de capaciteit, bedoeld in artikel 4.122, en heeft naast een laagste stand van ten hoogste 10% van die capaciteit en een stand van 100% van die capaciteit, ten minste een regelstand in het regelgebied.

Lid 3

Een voorziening voor toevoer van verse lucht als bedoeld in het eerste en tweede lid mag zelfregelend zijn in het regelgebied.

Lid 4

Een mechanisch ventilatiesysteem heeft een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld bij een externe calamiteit die kan leiden tot een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht.

Artikel 4.125

Lid 1

Een gemeenschappelijke verkeersruimte heeft een niet-afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,5 dm3/s per m2 vloeroppervlakte van die ruimte.

Lid 2

Een ruimte met een opstelplaats voor een gasmeter heeft een niet-afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 1 dm3/s per m2 vloeroppervlakte van die ruimte, met een minimum van 2 dm3/s.

Lid 3

Een liftschacht heeft een niet-afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 3,2 dm3/s per m2 vloeroppervlakte van die liftschacht.

Lid 4

Een opslagruimte voor huishoudelijk afval met een vloeroppervlakte van meer dan 1,5 m2 heeft een niet-afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 10 dm3/s per m2 vloeroppervlakte van die ruimte.

Lid 5

Een stallingruimte voor motorvoertuigen heeft een niet-afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 3 dm3/s per m2 vloeroppervlakte van die ruimte.

Lid 6

Een tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer heeft afhankelijk van zijn bestemming en tunnellengte een voorziening voor luchtverversing met voldoende capaciteit. Bij een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 500 m is de voorziening een mechanische voorziening voor luchtverversing.

Artikel 4.126

Lid 1

De volgens NEN 1087 bepaalde verdunningsfactor van de uitstoot van een afvoervoorziening voor luchtverversing is ter plaatse van een instroomopening van een voorziening voor luchtverversing als bedoeld in artikel 4.122 niet groter dan 0,01. Bij de bepaling van de verdunningsfactor blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen afvoervoorzieningen en belemmeringen buiten beschouwing.

Lid 2

Een instroomopening en een uitmonding van een voorziening voor luchtverversing liggen op een afstand van ten minste 2 m van de bouwwerkperceelsgrens, gemeten loodrecht op de uitwendige scheidingsconstructie van de gebruiksfunctie. Dit is niet van toepassing op een in een dak gelegen instroomopening of uitmonding. Als het bouwwerkperceel grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt die afstand aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen.

Lid 3

Bij een voorziening voor mechanische ventilatie van een stallingruimte voor motorvoertuigen met ten minste 20 parkeerplaatsen:

  1. wordt de uit de parkeergarage afgezogen lucht verticaal uitgeblazen op ten minste 5 m boven het straatniveau of, als binnen 25 m van de uitblaasopening een gebouw ligt met een hoogste daklijn die meer dan 5 m boven het straatniveau ligt, ten minste 1 m boven de hoogste daklijn van dat gebouw; en

  2. is de snelheid van de uitgeblazen lucht, gemeten bij de rand van de uitblaasopening, ten minste 10 m/s.

Artikel 4.127

Lid 1

De toevoer van de in artikel 4.122 bedoelde hoeveelheid verse lucht naar een verblijfsgebied vindt rechtstreeks van buiten plaats.

Lid 2

In afwijking van het eerste lid mag, bij de toevoer van verse lucht naar een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied, ten hoogste 50% van de in artikel 4.122 bedoelde hoeveelheid via een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied of niet-gemeenschappelijke verkeersruimte van dezelfde gebruiksfunctie worden aangevoerd.

Lid 3

De toevoer van verse lucht naar een gemeenschappelijke verkeersruimte vindt rechtstreeks van buiten plaats.

Lid 4

De toevoer van verse lucht naar een liftschacht vindt rechtstreeks van buiten of via de liftmachineruimte van buiten plaats.

Lid 5

De toevoer van verse lucht naar een opslagruimte voor huishoudelijk afval vindt rechtstreeks van buiten plaats.

Lid 6

De toevoer van verse lucht naar een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m vindt rechtstreeks van buiten plaats.

Artikel 4.128

Lid 1

De afvoer van binnenlucht uit een gemeenschappelijke verkeersruimte vindt rechtstreeks naar buiten plaats.

Lid 2

De afvoer van binnenlucht uit een liftschacht vindt rechtstreeks naar buiten plaats, of via de liftmachineruimte naar buiten.

Lid 3

De afvoer van binnenlucht vindt rechtstreeks naar buiten plaats uit:

  1. een toiletruimte;

  2. een badruimte; en

  3. een opslagruimte voor huishoudelijk afval.

Lid 4

Bij een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m vindt de afvoer van binnenlucht rechtstreeks naar buiten plaats.

Lid 5

Ten minste 21 dm3/s van de capaciteit van de afvoer van binnenlucht uit een verblijfsgebied of een verblijfsruimte waarin zich een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld in artikel 4.122, derde lid, bevindt, wordt rechtstreeks naar buiten afgevoerd.

Lid 6

De afvoer van binnenlucht uit een stallingruimte voor motorvoertuigen vindt rechtstreeks naar buiten plaats.

Artikel 4.129

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 4.122 tot en met 4.128 van toepassing.

Artikel 4.130

Lid 1

Een bouwwerk heeft een voorziening voor het zo nodig snel kunnen afvoeren van sterk verontreinigde binnenlucht.

Lid 2

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.130 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

Tabel 4.130

gebruiksfunctie

leden van toepassing

capaciteit

spuivoorziening

plaats van de opening

tijdelijk bouwwerk

artikel

4.131

4.132

4.133

lid

1

2

3

*

*

1

Woonfunctie

1

2

*

*

2

Bijeenkomstfunctie

a

voor kinderopvang

1

2

3

*

*

b

andere bijeenkomstfunctie

3

Celfunctie

4

Gezondheidszorgfunctie

5

Industriefunctie

6

Kantoorfunctie

7

Logiesfunctie

8

Onderwijsfunctie

a

voor basisonderwijs

1

2

*

*

b

andere onderwijsfunctie

9

Sportfunctie

10

Winkelfunctie

11

Overige gebruiksfunctie

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

Artikel 4.131

Lid 1

Een verblijfsgebied heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 6 dm3/s per m2 vloeroppervlakte van dat gebied. In een uitwendige scheidingsconstructie van dat gebied zijn beweegbare constructieonderdelen die op die capaciteit zijn afgestemd.

Lid 2

Een verblijfsruimte heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 3 dm3/s per m2 vloeroppervlakte van die ruimte. In een uitwendige scheidingsconstructie van die ruimte zijn beweegbare constructieonderdelen die op die capaciteit zijn afgestemd. Ten minste een van die beweegbare constructieonderdelen is een raam, of een deur die grenst aan een tot de woonfunctie behorende buitenruimte.

Lid 3

In afwijking van het eerste en tweede lid kan de bedoelde capaciteit worden gerealiseerd met een in artikel 4.122 bedoelde voorziening voor luchtverversing.

Artikel 4.132

Een opening van een spuivoorziening als bedoeld in artikel 4.131, eerste lid, ligt op een afstand van ten minste 2 m van de bouwwerkperceelsgrens, gemeten loodrecht op de uitwendige scheidingsconstructie van de gebruiksfunctie. Als het bouwwerkperceel grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt die afstand aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen.

Artikel 4.133

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 4.131 en 4.132 van toepassing.

Artikel 4.134

Lid 1

Een bouwwerk met een verbrandingstoestel heeft voorzieningen voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rookgas, waarmee een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht wordt voorkomen.

Lid 2

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.134 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

Tabel 4.134

gebruiksfunctie

leden van toepassing

aanwezigheid

capaciteit:

afvoer van rookgas

capaciteit:

toevoer van verbrandingslucht

plaats van de uitmonding

plaats van de instroomopening

thermisch comfort

rookdoorlatendheid

tijdelijk bouwwerk

artikel

4.135

4.136

4.137

4.138

4.139

4.140

4.141

4.142

lid

1

2

1

2

1

2

3

1

2

3

4

5

6

1

2

3

*

*

*

1

Woonfunctie

1

2

1

2

1

2

3

1

2

3

4

5

6

1

2

3

*

*

*

2

Bijeenkomstfunctie

1

2

1

2

1

2

3

1

2

3

4

5

6

1

2

3

*

*

*

3

Celfunctie

1

2

1

2

1

2

3

1

2

3

4

5

6

1

2

3

*

*

*

4

Gezondheidszorgfunctie

1

2

1

2

1

2

3

1

2

3

4

5

6

1

2

3

*

*

*

5

Industriefunctie

1

2

1

2

1

2

3

1

2

3

4

5

6

1

2

3

*

*

6

Kantoorfunctie

1

2

1

2

1

2

3

1

2

3

4

5

6

1

2

3

*

*

*

7

Logiesfunctie

1

2

1

2

1

2

3

1

2

3

4

5

6

1

2

3

*

*

*

8

Onderwijsfunctie

1

2

1

2

1

2

3

1

2

3

4

5

6

1

2

3

*

*

*

9

Sportfunctie

1

2

1

2

1

2

3

1

2

3

4

5

6

1

2

3

*

*

*

10

Winkelfunctie

1

2

1

2

1

2

3

1

2

3

4

5

6

1

2

3

*

*

*

11

Overige gebruiksfunctie

1

2

1

2

1

3

1

2

3

4

5

6

2

3

*

*

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

Artikel 4.135

Lid 1

Een ruimte met een verbrandingstoestel heeft voorzieningen voor de afvoer van rookgas en de toevoer van verbrandingslucht. Een kooktoestel met een nominale belasting van niet meer dan 15 kW, gelegen in een verblijfsruimte, blijft hierbij buiten beschouwing.

Lid 2

Een open verbrandingstoestel is niet opgesteld in een toiletruimte of een badruimte.

Artikel 4.136

Lid 1

Een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een verbrandingstoestel heeft een volgens NEN 2757 bepaalde capaciteit van ten minste de volgens de toestelspecificaties voor een doeltreffende verbranding benodigde afvoercapaciteit.

Lid 2

Rookgas stroomt, bepaald volgens NEN 2757, vanaf een verbrandingstoestel naar de uitmonding van de voorziening voor de afvoer van rookgas. Bij de bepaling van de stromingsrichting blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen belemmeringen buiten beschouwing.

Artikel 4.137

Lid 1

Een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van niet meer dan 130 kW heeft een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste de volgens de toestelspecificaties voor een doeltreffende verbranding benodigde toevoercapaciteit.

Lid 2

Een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van meer dan 130 kW heeft een zodanige capaciteit dat de verbranding doeltreffend kan plaatsvinden.

Lid 3

De volgens NEN 1087 bepaalde richting van de luchtstroming voor de toevoer van verbrandingslucht gaat vanuit de voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht naar het verbrandingstoestel. Bij de bepaling van de stromingsrichting blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen belemmeringen buiten beschouwing.

Artikel 4.138

Lid 1

De volgens NEN 2757 bepaalde verdunningsfactor van de uitstoot van een afvoervoorziening voor rookgas is ter plaatse van een instroomopening van een voorziening voor luchtverversing als bedoeld in artikel 4.122 niet groter dan aangegeven in tabel 4.138. Bij de bepaling van de verdunningsfactor blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen voorzieningen en belemmeringen buiten beschouwing.

Tabel 4.138 Verdunningsfactoren

soort afvoer

verdunningsfactor

Afvoervoorziening voor rookgas bij gasgestookte toestellen

0,01

Afvoervoorziening voor rookgas bij toestellen met andere brandstoffen

0,0015

Afvoervoorziening voor luchtverversing

0,01

Lid 2

Een niet boven het dakvlak gelegen uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas ligt:

  1. op een afstand van ten minste 1 m van de bouwwerkperceelsgrens, gemeten langszij aan de uitwendige scheidingsconstructie van een gebruiksfunctie; en

  2. op een afstand van ten minste 2 m van de bouwwerkperceelsgrens, gemeten loodrecht op de uitwendige scheidingsconstructie van de gebruiksfunctie.

Lid 3

Een boven het dakvlak gelegen uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas voor een niet-gasgestookt verbrandingstoestel ligt op een afstand van ten minste 1 m van de bouwwerkperceelsgrens.

Lid 4

Een uitmonding van een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een verbrandingstoestel voor vaste brandstoffen ligt boven het dakvlak.

Lid 5

Als het bouwwerkperceel grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt bij het bepalen van de in het tweede en derde lid bedoelde afstand uitgegaan van de afstand tot het hart van die weg, dat water of dat groen.

Lid 6

Een uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas, gelegen boven een constructieonderdeel of het aansluitende terrein, ligt, ter voorkoming van gehele of gedeeltelijke afsluiting van de opening door ophoping van vuil of sneeuw, ten minste 0,3 m boven de bovenzijde van dat constructieonderdeel of dat terrein.

Artikel 4.139

Lid 1

Bij toevoer van verbrandingslucht via een verblijfsgebied is de volgens NEN 1087 bepaalde verdunningsfactor van de uitstoot van een afvoervoorziening voor luchtverversing en van een afvoervoorziening voor rookgas, ter plaatse van een in de uitwendige scheidingsconstructie gelegen instroomopening voor verbrandingslucht, niet groter dan genoemd in tabel 4.138. Bij de bepaling van de verdunningsfactor blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen afvoervoorzieningen en belemmeringen buiten beschouwing.

Lid 2

Een instroomopening van een toevoervoorziening voor verbrandingslucht ligt op een afstand van ten minste 2 m van de bouwwerkperceelsgrens, gemeten loodrecht op de uitwendige scheidingsconstructie van de gebruiksfunctie. Dit is niet van toepassing op een in een dak gelegen instroomopening. Als het bouwwerkperceel grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt die afstand aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen.

Lid 3

Een instroomopening van een toevoervoorziening voor verbrandingslucht, gelegen boven een constructieonderdeel of het aansluitende terrein, ligt, ter voorkoming van gehele of gedeeltelijke afsluiting van de opening door ophoping van vuil of sneeuw, ten minste 0,3 m boven de bovenzijde van dat constructieonderdeel of dat terrein.

Artikel 4.140

De toevoer van verbrandingslucht veroorzaakt in de leefzone van een verblijfsgebied een volgens NEN 1087 bepaalde luchtsnelheid die niet groter is dan 0,2 m/s.

Artikel 4.141

Het inwendig oppervlak van een afvoervoorziening voor rookgas heeft, ter voorkoming van verspreiding van voor de gezondheid schadelijke bestanddelen uit de rook, een volgens NEN 2757 bepaalde doorlatendheid die niet groter is dan de doorlatendheid, aangegeven in tabel 4.141.

Tabel 4.141 Rookdoorlatendheid

soort rookgasafvoer

toegestane doorlatendheid

Een overdrukvoorziening als bedoeld in NEN 2757

0,006 x 10-3 m3/s per m2 inwendig oppervlak, gemeten bij een drukverschil van 200 Pa

Een onderdrukvoorziening als bedoeld in NEN 2757

3 x 10-3 m3/s per m2 inwendig oppervlak, gemeten bij een drukverschil van 40 Pa

Artikel 4.142

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 4.135 tot en met 4.141 van toepassing.

Artikel 4.143

Lid 1

Een bouwwerk is zodanig dat het binnendringen van ratten en muizen wordt tegengegaan.

Lid 2

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.143 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

Tabel 4.143

gebruiksfunctie

leden van toepassing

openingen

rattenscherm

artikel

4.144

4.145

lid

1

2

3

1

2

3

1

Woonfunctie

a

woonwagen

1

2

3

b

andere woonfunctie

1

2

3

1

2

3

2

Bijeenkomstfunctie

1

2

3

1

2

3

3

Celfunctie

1

2

3

1

2

3

4

Gezondheidszorgfunctie

1

2

3

1

2

3

5

Industriefunctie

6

Kantoorfunctie

1

2

3

1

2

3

7

Logiesfunctie

a

in een logiesbouw

1

2

3

1

2

3

b

andere logiesfunctie

1

2

3

8

Onderwijsfunctie

1

2

3

1

2

3

9

Sportfunctie

1

2

3

1

2

3

10

Winkelfunctie

1

2

3

1

2

3

11

Overige gebruiksfunctie

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

Artikel 4.144

Lid 1

Een uitwendige scheidingsconstructie heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m. Dit is niet van toepassing op een afsluitbare opening en een uitmonding van:

  1. een afvoervoorziening voor luchtverversing;

  2. een afvoervoorziening voor rookgas; en

  3. een ont- en beluchting van een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater en hemelwater.

Lid 2

In afwijking van het eerste lid is een grotere opening toegestaan voor een nest of een vaste rust- of verblijfplaats voor op grond van afdeling 11.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving beschermde diersoorten.

Lid 3

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt met een gebruiksfunctie waarop het eerste lid niet van toepassing is.

Artikel 4.145

Lid 1

Een gebruiksfunctie heeft ter plaatse van een uitwendige scheidingsconstructie een scherm tot een vanaf het aansluitende terrein gemeten diepte van ten minste 0,6 m. Het scherm heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m.

Lid 2

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt met een gebruiksfunctie waarop het eerste lid niet van toepassing is.

Lid 3

Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op een scheidingsconstructie van een technische ruimte als zich, ter plaatse van de inwendige scheidingsconstructies die de scheiding vormen tussen die ruimte en een andere ruimte van de gebruiksfunctie, een scherm als bedoeld in het eerste lid bevindt.

Artikel 4.146

Lid 1

Een bouwwerk is zodanig dat daglicht in voldoende mate kan toetreden.

Lid 2

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.146 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

Tabel 4.146

gebruiksfunctie

leden van toepassing

waarden

daglichtoppervlakte

daglichtoppervlakte

artikel

4.147

4.147

lid

1

2

3

4

5

6

7

8

1

2

[%]

[m2]

1

Woonfunctie

1

2

3

10

0,5

2

Bijeenkomstfunctie

a

voor kinderopvang

1

2

3

4

5

5

0,5

b

andere bijeenkomstfunctie

3

Celfunctie

1

2

3

4

6

3

0,2

4

Gezondheidszorgfunctie

1

2

3

4

7

5

0,5

5

Industriefunctie

6

Kantoorfunctie

1

2

3

4

2,5

0,5

7

Logiesfunctie

8

Onderwijsfunctie

1

2

3

4

8

5

0,5

9

Sportfunctie

10

Winkelfunctie

11

Overige gebruiksfunctie

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

Artikel 4.147

Lid 1

Een verblijfsgebied heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte in m2 waarvan de getalswaarde niet kleiner is dan de getalswaarde van het in tabel 4.146 aangegeven deel van de vloeroppervlakte in m2 van dat verblijfsgebied.

Lid 2

Een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte die niet kleiner is dan de in tabel 4.146 aangegeven oppervlakte.

Lid 3

Bij het bepalen van de equivalente daglichtoppervlakte:

  1. blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen belemmeringen buiten beschouwing;

  2. blijven daglichtopeningen in een uitwendige scheidingsconstructie die op een loodrecht op het projectievlak van die openingen gemeten afstand van minder dan 2 m vanaf de bouwwerkperceelsgrens liggen, buiten beschouwing, waarbij als het bouwwerkperceel grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, de afstand wordt aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen; en

  3. is de in rekening te brengen belemmeringshoek α, bedoeld in NEN 2057, voor elk te onderscheiden segment niet kleiner dan 20°.

Lid 4

Het eerste en tweede lid gelden niet voor een bouwwerk of een gedeelte daarvan voor de landsverdediging of de bescherming van de bevolking.

Lid 5

Het eerste en tweede lid gelden niet voor een bedgebied dat niet ook is bestemd voor spelactiviteiten.

Lid 6

In afwijking van het eerste lid en tweede lid kan in een celeenheid of andere ruimte voor het insluiten van personen worden volstaan met het waarneembaar zijn van de dag- en nachtcyclus.

Lid 7

Het eerste en tweede lid gelden alleen voor een bedgebied.

Lid 8

Bij de bepaling van de in het eerste lid bedoelde vloeroppervlakte van een verblijfsgebied blijft een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van meer dan 150 m2 buiten beschouwing. Op een dergelijke verblijfsruimte is het tweede lid niet van toepassing.