Afdeling 3.5. Bruikbaarheid

Wordt genoemd in:

Artikel 3.88

Lid 1

Een woonfunctie heeft een verblijfsgebied dat bruikbaar is voor de voor de woonfunctie kenmerkende activiteiten.

Lid 2

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf.

Artikel 3.89

Een woonfunctie heeft een vloeroppervlakte van ten minste 10 m2 aan niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied.

Artikel 3.90

Lid 1

In ten minste een verblijfsgebied ligt een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 7,5 m2 en een breedte van ten minste 2,4 m.

Lid 2

Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben boven de vloer een hoogte van ten minste 2,1 m.

Artikel 3.91

Lid 1

Een woonfunctie heeft voldoende toiletruimte.

Lid 2

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf.

Artikel 3.92

Een woonfunctie heeft een toiletruimte.

Artikel 3.93

Een toiletruimte als bedoeld in artikel 3.92 heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,64 m2, met een breedte van ten minste 0,6 m en een hoogte boven de vloer van ten minste 2 m.

Artikel 3.94

Lid 1

Een woonfunctie heeft opstelplaatsen voor een aanrecht en voor een kooktoestel.

Lid 2

Als voor een woonfunctie in tabel 3.94 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

Tabel 3.94

gebruiksfunctie

leden van toepassing

aanwezigheid

opstelplaatsen

afmetingen opstelplaatsen

artikel

3.95

3.96

lid

*

1

2

1

Woonfunctie

a

voor zorg

b

andere woonfunctie

*

1

2

Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties

Artikel 3.95

Een woonfunctie heeft een opstelplaats voor een aanrecht en een opstelplaats voor een kooktoestel die in een besloten ruimte liggen.

Artikel 3.96

Lid 1

Een opstelplaats voor een aanrecht als bedoeld in artikel 3.95 heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,4 m.

Lid 2

Een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld in artikel 3.95 heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,4 m x 0,4 m.