Artikel 3 Algemene nabestaandenwet
Lid 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met:
echtgenoot: geregistreerde partner;
huwelijk: geregistreerd partnerschap;
gehuwd: als partner geregistreerd;
de huwelijkssluiting: het aangaan van het geregistreerd partnerschap;
in het huwelijk treedt: een geregistreerd partnerschap aangaat.
Lid 2
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt mede als ongehuwd aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
Lid 3
Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
Lid 4
Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht, indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld;
uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander;
zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of
zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding bedoeld in het derde lid.
Lid 5
Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vierde lid, onderdeel d.
Lid 6
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, als bedoeld in het derde lid.
Lid 7
Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het tweede lid, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd of voormalig pleegkind van de nabestaande of een meerderjarig eigen, aangehuwd of voormalig pleegkind van de overleden verzekerde of van de persoon die met de nabestaande een gezamenlijke huishouding voert.
Lid 8
Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het zevende lid wordt verstaan een pleegkind voor wie de nabestaande een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of de Jeugdwet, of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 3 Anw is sinds 2000 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door CRvB, Hof Amsterdam en Hoge Raad.
- ECLI:NL:HR:2007:BB1367 — 10-08-2007 Hoge Raad
gezamenlijke huishouding, beperkte toetsing in cassatie, art. 66 lid 1 Anw - ECLI:NL:CRVB:2000:AA8249 — 04-10-2000 CRvB
Onderscheid tussen gehuwden en ongehuwden in art. 66a Anw vindt rechtvaardiging in doel van de invoering van deze bepaling. Het onderscheid dat art. 66a Anw maakt tussen gehuwden en ongehuwd samenwonenden valt rechtstreeks te herleiden tot het doel van de invoering van die… - ECLI:NL:GHAMS:2010:BN0328 — 01-07-2010 Hof Amsterdam
Door werknemer zonder medewerking van zijn werkgever afgesloten ANW–vangnetverzekering. De betaalde premie vormt geen negatief loon, is evenmin een premie voor een lijfrenteverzekering. Er is geen strijd met artikel 3:4 Awb of met het gelijkheidsbeginsel, in die zin dat… - ECLI:NL:RBDHA:2026:27920 — 30-09-2026 Rb. Den Haag
Afwijzing Anw. Eiseres is geen nabestaande want er was geen sprake van een gezamenlijke huishouding (geen hoofdverblijf) met de overledene. - ECLI:NL:RBZWB:2024:5943 — 19-08-2024 Rb. Zeeland-West-Brabant
Intrekken en terugvordering Anw-uitkering, wederzijdse zorg.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.