Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Artikel 41

Hetgeen nog ter uitvoering van deze wet nodig is, wordt geregeld bij ministeriële regeling.

Artikel 41a

Artikel 7a, tweede lid, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van de Verzamelwet SZW 2018, blijft van toepassing op een recht op een extra bedrag aan kinderbijslag over het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin artikel I, onderdeel B, van de Verzamelwet SZW 2018 in werking is getreden.

Artikel 41b

Lid 1

Op de persoon die op grond van een verdrag, de voorlopige toepassing van een verdrag dan wel een daarmee gelijk te stellen situatie in afwijking van artikel 7b recht heeft op kinderbijslag en wiens recht op kinderbijslag uitsluitend zou eindigen als gevolg van de opzegging of wijziging van dat verdrag, de beëindiging van de voorlopige toepassing van dat verdrag dan wel de beëindiging van een daarmee gelijk te stellen situatie, blijft artikel 7b gedurende de eerste twee kalenderkwartalen vanaf de buitenwerkingtreding van het verdrag, de inwerkingtreding van de desbetreffende wijziging respectievelijk de beëindiging van de voorlopige toepassing of de beëindiging van de daarmee gelijk te stellen situatie buiten toepassing.

Lid 2

Het eerste lid blijft van toepassing zolang het kind op de eerste dag van de in dat lid bedoelde kalenderkwartalen woont in hetzelfde land als waar hij op de eerste dag van het daaraan voorafgaande kalenderkwartaal woonde en de verzekerde blijft voldoen aan de overige voorwaarden voor het recht op kinderbijslag.

Artikel 42

Deze wet kan worden aangehaald onder de titel: "Algemene Kinderbijslagwet".

Artikel 43

De artikelen van deze wet treden in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.