Artikel 24 Algemene Kinderbijslagwet
Lid 1
De kinderbijslag die als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 14a onverschuldigd is betaald, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt door de Sociale verzekeringsbank van de verzekerde, dan wel degene met wie hij een huishouding vormt, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, teruggevorderd.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid kan de Sociale verzekeringsbank besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien de verzekerde, dan wel degene met wie hij een huishouding vormt, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald:
gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
Lid 3
De in het tweede lid, onderdelen a, b en c, genoemde termijn is tien jaar indien de terugvordering het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15.
Lid 4
De in het tweede lid, onder a en b, genoemde termijn is drie jaar indien:
het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan; en
de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15.
Lid 5
Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan de Sociale verzekeringsbank besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
Lid 6
Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.
Lid 7
In afwijking van het eerste lid kan de Sociale verzekeringsbank, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 24 AKW is sinds 2003 in 9 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door CRvB, Rb. Den Haag en Rb. Zeeland-West-Brabant.
- ECLI:NL:CRVB:2025:1792 — 28-11-2025 CRvB
Herberekening aflossingscapaciteit. De Svb verrekende het terug te betalen bedrag per maand met het te ontvangen AOW-pensioen. De beslagvrije voet is juist berekend. 5% regeling niet van toepassing. Het netto-inkomen van appellant was ten tijde in geding hoger dan de voor hem… - ECLI:NL:CRVB:2023:1581 — 15-08-2023 CRvB
Appellant heeft over 2019 een extra bedrag aan kinderbijslag ontvangen op grond van artikel 7a, tweede lid, van de AKW. Over 2020 en 2021 is zijn aanvraag om toekenning van een extra bedrag aan kinderbijslag afgewezen. De Raad oordeelt dat het inkomen van appellant en zijn… - ECLI:NL:CRVB:2023:1235 — 28-06-2023 CRvB
Appellante heeft over 2018 een extra bedrag aan kinderbijslag ontvangen op grond van artikel 7a, tweede lid, van de AKW. De Raad oordeelt dat het inkomen van appellante en haar partner, bestaande uit een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, niet onder het begrip… - ECLI:NL:RVS:2022:3493 — 30-11-2022 Raad van State
Bij besluiten van 20 september 2019 heeft de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank van bestuur de remigratievoorzieningen die krachtens de Remigratiewet aan [appellant] zijn toegekend, ingetrokken en een bedrag van € 9.749,74 van hem teruggevorderd. Bij besluit van 30… - ECLI:NL:CRVB:2006:AV4216 — 24-02-2006 CRvB
Terugvordering van ten onrechte doorbetaalde kinderbijslag na het overlijden van de kinderbijslaggerechtigde. Besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. Mede gebaseerd op karakter van de AKW als gezinsbijslag en de ratio van artikel 24 van de AKW.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.