Artikel 14 Algemene Kinderbijslagwet

Lid 1

De Sociale verzekeringsbank stelt:

  1. op aanvraag vast of een recht op kinderbijslag bestaat;

  2. op aanvraag of, indien informatie is verschaft door het Centrum Indicatiestelling zorg, als bedoeld in artikel 9.1.3a, eerste lid, van de Wet langdurige zorg, ambtshalve op basis daarvan vast of een recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, bestaat; en

  3. op aanvraag vast of een recht op het extra bedrag aan kinderbijslag, bedoeld in artikel 7a, tweede lid, bestaat.

Lid 2

Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door de Sociale verzekeringsbank beschikbaar gesteld aanvraagformulier. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de verder bij de aanvraag te verstrekken gegevens.

Lid 3

De aanvraag om het extra bedrag aan kinderbijslag, bedoeld in artikel 7a, tweede lid, wordt ingediend voor 1 december van het kalenderjaar na het kalenderjaar waarover het recht op het extra bedrag aan kinderbijslag bestaat.

Lid 4

Indien de verzekerde nalaat een aanvraag om kinderbijslag in te dienen, kan deze aanvraag worden ingediend door het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, dat tevens adviseert aan wie de kinderbijslag wordt betaald.

Lid 5

Het recht op kinderbijslag of een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, gaat niet eerder in dan:

  1. indien het kinderbijslag betreft, een jaar voorafgaand aan de eerste dag van het kalenderkwartaal waarin de aanvraag om kinderbijslag werd ingediend; of

  2. indien het een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, betreft, zes maanden voorafgaand aan de eerste dag van het kalenderkwartaal:

    1. waarin de aanvraag om een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag werd ingediend; of

    2. waarin het recht op zorg aanvangt op grond van het indicatiebesluit, bedoeld in artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg, indien het recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag ambtshalve wordt vastgesteld op basis van de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

Dit artikel verwijst naar:

Recente uitspraken

Art. 14 AKW is sinds 1999 in 14 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door CRvB, Rb. Overijssel en Rb. Amsterdam.

  • ECLI:NL:CRVB:2024:489 — 14-03-2024 CRvB
    Toekenning kinderbijslag met terugwerkende kracht van vijf jaar. Proceskostenveroordeling omdat tijdens het beroep een nieuwe beslissing op bezwaar is genomen.
  • ECLI:NL:CRVB:2022:1814 — 04-08-2022 CRvB
    Kinderbijslag ten onrechte geweigerd. Schending hoorplicht. In het voorliggende geval heeft de Svb zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een bijzonder geval in de zin van het beleid. Gelet op het feit dat appellante de vaststelling van haar…
  • ECLI:NL:CRVB:2021:1251 — 20-05-2021 CRvB
    De Raad is van oordeel dat de Svb, met de vaste gedragslijn als uitgangspunt, binnen de grenzen van een redelijke wetstoepassing blijft. Hierop bestaan echter (in ieder geval) twee uitzonderingen. Bij beschikking van 5 december 2016 heeft de familierechter bij wege van…
  • ECLI:NL:CRVB:2021:1065 — 06-05-2021 CRvB
    Toepassing art. 14 lid 3 AKW bij 4:6 Awb-verzoek. Maximaal 1 jaar terugwerkende kracht. Onjuiste invulling discretionaire bevoegdheid.
  • ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8397 — 26-05-1999 CRvB
    Geen hoger beroep mogelijk tegen uitspraak 8:88 Awb; zijn Vliegreiskosten onder te brengen in de onderhoudsbijdragen AKW? Geen hoger beroep mogelijk tegen uitspraak 8:88 Awb; zijn Vliegreiskosten onder te brengen in de onderhoudsbijdragen AKW? Er is geen hoger beroep mogelijk…

Bekijk alle 14 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.