Hoofdstuk VI. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie

Artikel 29c

Lid 1

Een beschikking op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag of na ontvangst van de informatie, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b.

Lid 2

De redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag of na ontvangst van de informatie, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde lid is gedaan.

Lid 3

Indien een beschikking niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager of, indien geen sprake is van een aanvrager, degene aan wie de kinderbijslag wordt uitbetaald daarvan schriftelijk in kennis gesteld.

Lid 4

Indien ambtshalve op basis van de verschafte informatie bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, niet wordt overgegaan tot vaststelling van een recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, wordt hiervan binnen een redelijke termijn schriftelijk in kennis gesteld:

  1. degene aan wie de kinderbijslag wordt uitbetaald; of

  2. degene aan wie het indicatiebesluit, bedoeld in artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg, is gericht, als geen kinderbijslag wordt uitbetaald.

Artikel 29d

Vervallen

Artikel 30

In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist de Sociale verzekeringsbank binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.

Artikel 31

Lid 1

Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2, 3 of 6.

Lid 2

Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof.

Artikel 32

Vervallen