Artikel 8:34 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De officier van justitie, de politie, de rechter, de zorgaanbieder, de geneesheer-directeur, de zorgverantwoordelijke, de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders, de psychiater, bedoeld in artikel 5:7, alsmede de medewerkers van de hiervoor genoemde personen zijn tot geheimhouding verplicht van hetgeen in de uitoefening van hun taak aan hen is toevertrouwd, tenzij uit hun taak op grond van deze wet de noodzaak tot mededeling voortvloeit of enig ander wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht.

Dit artikel verwijst naar:

Recente uitspraken

Art. 8:34 Wvggz is sinds 2020 in 10 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Midden-Nederland en Hof Arnhem-Leeuwarden.

  • ECLI:NL:HR:2021:534 — 09-04-2021 Hoge Raad
    Wet forensische zorg (Wfz), Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Kan strafrechter ambtshalve een zorgmachtiging verlenen (art. 2.3 lid 1 Wfz in verbinding met art. 6:5 Wvggz) nadat officier van justitie geen gevolg heeft gegeven aan verzoek van de rechter een…
  • ECLI:NL:GHARL:2020:10986 — 27-11-2020 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Het hof heeft eerder bij tussenarrest op grond van artikel 5:19, tweede lid, van de Wvggz, de officier van justitie verzocht een verzoekschrift voor een zorgmachtiging voor te bereiden, omdat het hof het noodzakelijk achtte de mogelijkheden voor het afgeven van een…
  • ECLI:NL:RBDHA:2025:16596 — 25-08-2025 Rb. Den Haag
    Beslissing over klacht ex artikel 10:7 Wvggz en verzoek tot schadevergoeding ex artikel 10:11 Wvggz. Verzoeker stelt dat sprake is van schending van de geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 10:3 lid 1 sub q Wvggz. De rechtbank acht de klacht gegrond en wijst tevens het…
  • ECLI:NL:RBAMS:2024:6630 — 23-10-2024 Rb. Amsterdam
    klacht over doorbreken geheimhoudingsplicht van behandelaren (artikel 8:34 WvGGz) in het kader van uitgevoerde verplichte zorg
  • ECLI:NL:RBAMS:2021:2027 — 09-03-2021 Rb. Amsterdam
    Brandstichting instelling. Verdachte ontoerekeningsvatbaar. De rechtbank legt niet – zoals gevorderd - tbs met dwangverpleging op, maar geeft (bij separate beslissing) ambtshalve een zorgmachtiging ex art. 2.3 Wfz in verbinding met art. 6:4 Wvggz af.

Bekijk alle 10 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.