Uitspraken over Artikel 40 Wet waardering onroerende zaken
Art. 40 WOZ is sinds 2009 in 476 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Den Haag, Hof Amsterdam en Rb. Midden-Nederland.
Pagina 15 van 20 — 479 uitspraken in totaal, gesorteerd op gezagsvolgorde (Hoge Raad → Hof → Rechtbank)
- ECLI:NL:GHDHA:2021:882 — 04-05-2021 Hof Den Haag Bestuursrecht
Uit de artikelen 7:4 Awb en 40 Wet WOZ volgt geen verplichting voor de Heffingsambtenaar om de stukken waar belanghebbende tijdens de bezwaarfase om heeft verzocht voorafgaand aan het horen toe te zenden. Waarde woning ingevolge artikel 17, lid 2 Wet WOZ. - ECLI:NL:GHDHA:2021:127 — 13-01-2021 Hof Den Haag Bestuursrecht
De Heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van art. 26 Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) aan belanghebbende de waarde van de onroerende zaak voor het belastingjaar 2018 bekendgemaakt. De waarde is bepaald met behulp van de huurwaardekapitalisatiemethode. In… - ECLI:NL:GHAMS:2020:685 — 11-02-2020 Hof Amsterdam Bestuursrecht
WOZ; art. 8:45 Awb; art. 8:42 Awb; heffingsambtenaar geslaagd in bewijslast dat hij de waarde van de woning niet te hoog heeft vastgesteld. - ECLI:NL:GHDHA:2019:2483 — 10-09-2019 Hof Den Haag Bestuursrecht
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een onroerende zaak (rijksmonument) waartoe een woonboerderij en een weiland behoren en waarvan een gedeelte wordt geëxploiteerd als bed & breakfast (B&B). Het Hof oordeelt dat de Heffingsambtenaar de beslistermijn van artikel 236, lid… - ECLI:NL:GHAMS:2019:88 — 15-01-2019 Hof Amsterdam Bestuursrecht
Wet waardering onroerende zaken; uitspraak op bezwaar deugdelijk en voldoende gemotiveerd - ECLI:NL:GHSHE:2018:5352 — 20-12-2018 Hof 's-Hertogenbosch Bestuursrecht
Bevoegdheidskwestie. Hof rekent te traag handelen door het college van B&W aan de Heffingsambtenaar toe. De Heffingsambtenaar dient de verschuldigde dwangsom wegens het niet tijdig nemen van een beschikking op aanvraag aan belanghebbende te vergoeden. Het hoger beroep is gegrond. - ECLI:NL:GHSHE:2017:250 — 26-01-2017 Hof 's-Hertogenbosch Bestuursrecht
Art. 17, lid 2 Wet WOZ. Art. 4:17, lid 3 Awb. Art. 7:15, lid 2 Awb. Het Hof stelt WOZ-waarde in goede justitie vast. Rechtsgeldige ingebrekestelling door belanghebbende; Hof stelt dwangsom vast. Geen vergoeding van kosten in verband met de behandeling van het bezwaar. - ECLI:NL:GHAMS:2016:2780 — 31-05-2016 Hof Amsterdam Bestuursrecht
WOZ-procedure. Verzoek belanghebbende tot terugwijzing zaken naar de heffingsambtenaar gehonoreerd, aangezien de heffingsambtenaar de ingevolge art. 40 lid 2 Wet WOZ en art. 6:17 Awb op hem rustende verplichting heeft geschonden om in de bezwaarfase de taxatieverslagen van de… - ECLI:NL:GHARL:2016:639 — 02-02-2016 Hof Arnhem-Leeuwarden Bestuursrecht
Wet woz. Verzoek gegevensverstrekking. Openbaarmakingsregeling ex art. 40 Wet Woz. Bevoegdheid. Belastingrechter of algemene bestuursrechter ? - ECLI:NL:GHAMS:2015:2866 — 07-07-2015 Hof Amsterdam Bestuursrecht
Belanghebbende vordert - en krijgt van rechtbank - een dwangsom omdat heffingsambtenaar niet voldoet aan informatieverzoek ex art. 40 WOZ. Hof vernietigt rechtbankuitspraak en verklaart de bestuursrechter onbevoegd om van deze vordering kennis te nemen. Rechtbank stelt (in 2014)… - ECLI:NL:GHARN:2012:BW1064 — 27-03-2012 Hof Arnhem Bestuursrecht
Wet WOZ. Taxatieverslag niet verstrekt aan gemachtigde. Geen reden voor hogere proceskostenvergoeding. - ECLI:NL:GHAMS:2009:BK6507 — 10-12-2009 Hof Amsterdam Bestuursrecht
WOZ tijdvak 2003-2004 Nu belanghebbende in zijn bezwaar tegen de aanslag OZB 2003 (in-)direct een verzoek gedaan heeft om een nieuwe WOZ-waarde beschikking in zijn hoedanigheid van nieuwe eigenaar en de heffingsambtenaar blijkens zijn reactie hierop niet voornemens is een nieuwe… - ECLI:NL:RBZWB:2026:7233 — 04-08-2026 Rb. Zeeland-West-Brabant Bestuursrecht
WOZ/OZB, opbrengstlimiet, ABBB, dwangsommen - ECLI:NL:RBMNE:2026:5333 — 23-07-2026 Rb. Midden-Nederland Bestuursrecht
WOZ, ongegrond. - ECLI:NL:RBMNE:2026:5329 — 23-07-2026 Rb. Midden-Nederland Bestuursrecht
WOZ, ongegrond. - ECLI:NL:RBMNE:2026:5327 — 23-07-2026 Rb. Midden-Nederland Bestuursrecht
WOZ, ongegrond. - ECLI:NL:RBMNE:2026:4433 — 13-07-2026 Rb. Midden-Nederland Bestuursrecht
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond.… - ECLI:NL:RBMNE:2026:4432 — 13-07-2026 Rb. Midden-Nederland Bestuursrecht
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond.… - ECLI:NL:RBMNE:2026:4430 — 13-07-2026 Rb. Midden-Nederland Bestuursrecht
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond.… - ECLI:NL:RBMNE:2026:4429 — 13-07-2026 Rb. Midden-Nederland Bestuursrecht
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond.… - ECLI:NL:RBMNE:2026:4421 — 13-07-2026 Rb. Midden-Nederland Bestuursrecht
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond.… - ECLI:NL:RBMNE:2026:4418 — 13-07-2026 Rb. Midden-Nederland Bestuursrecht
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond.… - ECLI:NL:RBMNE:2026:4413 — 13-07-2026 Rb. Midden-Nederland Bestuursrecht
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond.… - ECLI:NL:RBMNE:2026:4411 — 13-07-2026 Rb. Midden-Nederland Bestuursrecht
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond.… - ECLI:NL:RBMNE:2026:4359 — 13-07-2026 Rb. Midden-Nederland Bestuursrecht
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond.…
Bron: Rechtspraak.nl. Koppelingen worden gemaakt op basis van artikelverwijzingen in de uitspraaktekst.