Artikel 46 Woningwet

Lid 1

De toegelaten instelling geeft, behoudens het bepaalde bij en krachtens de artikelen 49a, tweede en vierde lid, 50 en 50a, voorrang aan:

  1. het huisvesten of doen huisvesten van personen die door hun inkomen of door andere omstandigheden moeilijkheden ondervinden bij het vinden van hun passende huisvesting, en

  2. de werkzaamheden, genoemd in artikel 45, tweede lid, onderdelen a, b en c, en, voor zover daarmee verband houdende, de werkzaamheden, bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel i, voor zover die te verhuren woongelegenheden betreffen met een huurprijs van ten hoogste het in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag genoemde bedrag.

Lid 2

De toegelaten instelling gaat slechts overeenkomsten van huur en verhuur aan, voor zover aan ten minste een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen percentage van huishoudens als eerstbedoeld of laatstbedoeld in artikel 20, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag, die een huishoudinkomen hebben dat niet hoger is dan het voor het betrokken huishouden toepasselijke bedrag, bedoeld in artikel 14 van die wet, woongelegenheden waarvoor huurtoeslag ontvangen kan worden op grond van die wet worden verhuurd met een huurprijs van ten hoogste het in artikel 20, tweede lid, van die wet eerstgenoemde respectievelijk laatstgenoemde bedrag. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen huishoudens worden uitgezonderd van en nadere voorschriften worden gegeven omtrent de toepassing van de eerste volzin. Bij ministeriële regeling kunnen eisen worden gesteld aan de wijze waarop de inkomensvaststelling door de toegelaten instelling plaatsvindt.

Lid 3

Indien een toegelaten instelling met een jongere als bedoeld in artikel 274c lid 2 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek een overeenkomst van huur en verhuur op grond van dat artikel is aangegaan, vervalt de inschrijving van die jongere om in aanmerking te komen voor een woning niet.

Lid 4

Op verzoek van de toegelaten instelling of een woonruimteverdeler, wijst Onze Minister deze toegelaten instelling of woonruimteverdeler aan ten behoeve van het toepassen van een digitale procedure voor de inkomensvaststelling, bedoeld in het tweede lid.

Lid 5

De overeenkomstig het vierde lid aangewezen toegelaten instelling of woonruimteverdeler verzoekt een woningzoekende en de overige meerderjarige personen die deel uitmaken van diens huishouden om in te stemmen met een digitale procedure voor de inkomensvaststelling, bedoeld in het tweede lid, waarbij het inkomensgegeven digitaal wordt verstrekt aan de aangewezen toegelaten instelling of woonruimteverdeler en het burgerservicenummer van de woningzoekende en van de overige meerderjarige personen die deel uitmaken van diens huishouden wordt verwerkt door de aangewezen toegelaten instelling of woonruimteverdeler, ten behoeve van de registratie van de inschrijving van die woningzoekende en ten behoeve van de inkomensvaststelling, bedoeld in het tweede lid. Ten behoeve van het verkrijgen van de instemming van de woningzoekende verstrekt de aangewezen toegelaten instelling of woonruimteverdeler daaraan voorafgaand informatie over de te volgen digitale procedure en de daarbij behorende gegevensverwerkingen, die de woningzoekende nodig heeft om daarover een afgewogen beslissing te nemen. Als de woningzoekende instemt, is de aangewezen toegelaten instelling of woonruimteverdeler verplicht de digitale procedure voor de inkomensvaststelling toe te passen.

Lid 6

De woningzoekende en de overige meerderjarige personen die deel uitmaken van diens huishouden kunnen de instemming, bedoeld in het vijfde lid, op ieder moment intrekken, waarna de overeenkomstig het vierde lid aangewezen toegelaten instelling of woonruimteverdeler onverwijld de digitale procedure voor de inkomensvaststelling beëindigt en de daartoe verkregen gegevens verwijdert.

Lid 7

Indien de woningzoekende en de overige meerderjarige personen die deel uitmaken van diens huishouden instemmen met het verzoek, bedoeld in het vijfde lid, raadpleegt de overeenkomstig het vierde lid aangewezen instelling of woonruimteverdeler het nummerregister en de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen b en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer teneinde het burgerservicenummer van de woningzoekende vast te stellen.

Lid 8

De overeenkomstig het vierde lid aangewezen toegelaten instelling of woonruimteverdeler beëindigt de verwerking van het burgerservicenummer ten behoeve van de registratie van de inschrijving van de woningzoekende onverwijld nadat de woningzoekende is uitgeschreven.

Lid 9

De overeenkomstig het vierde lid aangewezen toegelaten instelling beëindigt de verwerking van het burgerservicenummer ten behoeve van de inkomensvaststelling, bedoeld in het tweede lid, in ieder geval binnen drie jaar gerekend vanaf de dag dat de inkomensvaststelling heeft plaatsgevonden.

Lid 10

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de verwerking van het burgerservicenummer, als bedoeld in het vijfde en het zevende lid.

Recente uitspraken

Art. 46 Woningwet is sinds 2000 in 28 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Rotterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.

  • ECLI:NL:HR:2019:353 — 15-03-2019 Hoge Raad
    Onrechtmatige overheidsdaad. Besluitaansprakelijkheid. Bouwvergunning geweigerd. Miskenning dat reeds begunstigend besluit van rechtwege was verleend (art. 46 lid 4 Woningwet (oud)). Gronden voor en ingangstijdstip van aansprakelijkheid. HR 16 september 2011,…
  • ECLI:NL:HR:2010:BM1239 — 16-04-2010 Hoge Raad
    Art. 19, lid 2, WRO (oud); art. 229 Gemeentewet; art. 27h, 27j en 27m AWR. Nieuwe verweren in hoger beroep toelaatbaar, tenzij goede procesorde zich daartegen verzet. Indien een wijziging van een bouwplan van dien aard is dat daarvoor een nieuwe bouwvergunning moet worden…
  • ECLI:NL:RVS:2012:BV2459 — 01-02-2012 Raad van State
    Bij besluit van 31 augustus 2010 heeft het college aan [vergunninghouder] een reguliere bouwvergunning verleend voor de bouw van een woning met garage op het perceel [locatie] te Ulvenhout (hierna: het perceel).
  • ECLI:NL:GHARL:2018:8554 — 25-09-2018 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Onrechtmatige inlichtingen gemeente-ambtenaar. Onjuiste inlichtingen gemeente-ambtenaar over ontwikkelingsmogelijkheden perceel zijn onrechtmatig. X overweegt een perceel te kopen, de woning af te breken en daarop een appartementengebouw te realiseren. Hij maakt een afspraak met…
  • ECLI:NL:GHSHE:2018:2764 — 26-06-2018 Hof 's-Hertogenbosch
    Verwijzingszaak na arrest Hoge Raad van 8 juli 2016 (ECLI:NL:HR:2016:1454). Aansprakelijkheid gemeente voor overschrijding beslistermijn op aanvraag bouwvergunning voor windmolen. Vonnis rechtbank bekrachtigd.

Bekijk alle 28 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.