Artikel 41 Woningwet

Lid 1

Indien de toegelaten instelling voornemens heeft tot het doen bouwen of verwerven van onroerende zaken of onroerende of infrastructurele aanhorigheden in een gemeente in Nederland, vraagt zij een verklaring van geen bezwaar aan bij het college van burgemeester en wethouders van die gemeente en van de gemeente waar zij haar woonplaats heeft.

Lid 2

De toegelaten instelling maakt geen aanvang met het doen bouwen of verwerven van onroerende zaken of onroerende of infrastructurele aanhorigheden in een gemeente als eerstbedoeld in het eerste lid, indien een college van burgemeester en wethouders als bedoeld in dat lid bezwaar daartegen heeft gemaakt, of zolang zij niet van elk van die colleges van burgemeester en wethouders een verklaring van geen bezwaar heeft ontvangen.

Lid 3

De toegelaten instelling doet de verklaringen van geen bezwaar toekomen aan Onze Minister met de stukken, bedoeld in artikel 38, eerste lid, voor de in dat lid bedoelde datum.

Lid 4

Indien een toegelaten instelling niet binnen twee maanden nadat zij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft ingediend van elk van de colleges van burgemeester en wethouders, bedoeld in dat lid, een verklaring van geen bezwaar heeft ontvangen, kan zij Onze Minister verzoeken om in het belang van de volkshuisvesting het doen bouwen of verwerven van onroerende zaken of onroerende of infrastructurele aanhorigheden in de gemeente, eerstbedoeld in dat lid, goed te keuren.

Lid 5

Voordat Onze Minister op het verzoek, bedoeld in het vierde lid, beslist, stelt hij de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, bedoeld in het eerste lid, die bezwaar hebben gemaakt tegen het aldaar doen bouwen of verwerven van onroerende zaken of onroerende of infrastructurele aanhorigheden door de toegelaten instelling, in de gelegenheid hun zienswijzen daarop aan hem kenbaar te maken. Die colleges kunnen binnen vier weken nadien hun zienswijzen aan hem doen toekomen.

Lid 6

Het eerste tot en met vijfde lid zijn, met betrekking tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van overeenkomstige toepassing op het orgaan dat in die openbare lichamen met het dagelijkse bestuur is belast.

Lid 7

Het eerste lid is niet van toepassing op woningen die verplaatsbaar zijn en tijdelijk worden geplaatst op door gemeenten aangewezen locaties.

Dit artikel verwijst naar:

Recente uitspraken

Art. 41 Woningwet is sinds 2001 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Midden-Nederland en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:RBMNE:2017:5577 — 01-11-2017 Rb. Midden-Nederland
    nakoming Koopgarantovereenkomst. Verhuur Koopgarantwoningen door woningcorpratie is niet in strijd met de Koopgarantovereenkomst
  • ECLI:NL:RBROT:2001:AD5807 — 18-10-2001 Rb. Rotterdam
    Openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 Awb treedt in de plaats van de gewone voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 4.1.2 Awb. Bouwvergunning verleend voor vergroten van woning aan de [...] 55. Verzoeker heeft geen gebruik gemaakt van de…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.