ECLI:NL:RVS:2026:5978

Datum uitspraak
09-10-2026
Instantie
Raad van State
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Zaaknummer
202600412/4/R4
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 december 2025 heeft de raad van de gemeente Hattem het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan ’t Veen" vastgesteld. Het plan voorziet in de transformatie van een bestaand bedrijventerrein naar een gebied met deels wonen en deels bedrijvigheid. Daarnaast voorziet het plan in het ondergronds brengen van een deel van een 150 kV hoogspanningsverbinding (verkabelen), waarvoor ongeveer 130 bomen langs de Koeweg en Veldweg in Hattem moeten worden gekapt. [verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het plan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist. Volgens hen bestaat spoedeisend belang, omdat de kap van ongeveer 130 bomen op zeer korte termijn is voorzien. Zij stellen dat de kap vooruitloopt op de uitvoering van onderdelen van het plan.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

202600412/4/R4.

Datum uitspraak: 9 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker] en anderen, wonend in Hattem,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Hattem,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 december 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan ’t Veen" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder andere [verzoeker] en anderen beroep ingesteld.

[verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.

De raad en [verzoeker] en anderen hebben een nader stuk ingediend.

Overwegingen

1.       De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting (artikel 8:83, derde lid, van de Awb). Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 18 mei 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

3.       Het plan voorziet in de transformatie van een bestaand bedrijventerrein naar een gebied met deels wonen en deels bedrijvigheid. Daarnaast voorziet het plan in het ondergronds brengen van een deel van een 150 kV hoogspanningsverbinding (verkabelen), waarvoor ongeveer 130 bomen langs de Koeweg en Veldweg in Hattem moeten worden gekapt.

4.       [verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het plan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist. Volgens hen bestaat spoedeisend belang, omdat de kap van ongeveer 130 bomen op zeer korte termijn is voorzien. Zij stellen dat de kap vooruitloopt op de uitvoering van onderdelen van het plan.

5.       De voorzieningenrechter is van oordeel dat schorsing van het plan de door [verzoeker] en anderen gevreesde bomenkap niet kan voorkomen en overweegt hiertoe als volgt. Door de raad is meegedeeld dat vanwege die voorgenomen verkabeling vanaf 5 oktober 2026 is gestart met de kap van de 130 bomen. Voor het kappen van die 130 bomen is bij besluit van 7 februari 2025 door het college van burgemeester en wethouders van Hattem een kapvergunning op grond van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Hattem 2021 (APV) verleend. Niet in geschil is dat deze kapvergunning inmiddels geruime tijd onherroepelijk is. De bomenkap mag plaatsvinden op grond van de kapvergunning die is verleend op grond van de APV. Een dergelijke kapvergunning kan onafhankelijk van een bestemmingsplan worden verleend. Ook is van belang dat het voorgaande bestemmingsplan "Kom Hattem" uit 2013 geen planregels kent die aan het kappen van de bomen in de weg staan. Dit betekent dat schorsing van het voorliggende plan - waardoor dat voorgaande plan (tijdelijk) zou herleven - niets meer aan de bomenkap kan veranderen.

6.       Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om het plan geheel of gedeeltelijk te schorsen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

7.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.G.M. Bouwmeester, griffier.

w.g. Besselink

voorzieningenrechter

w.g. Bouwmeester

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2026

571-1077

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »