ECLI:NL:RBZWB:2026:9630

Datum uitspraak
05-10-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Zaaknummer
BRE 24/5575, BRE 24/5576 en BRE 24/5577
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Loonbelasting, beroepen niet-ontvankelijk.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummers: BRE 24/5575, 24/5576 en 24/5577

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 oktober 2026 in de zaken tussen

[belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Samenvatting

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar met betrekking tot de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen loonheffingen en de daarbij opgelegde boeten en in rekening gebrachte belastingrente. Belanghebbende is het niet eens met de naheffingsaanslagen, de boeten en de belastingrente. De rechtbank beoordeelt of de beroepen ontvankelijk zijn.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn. Dit betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en de naheffingsaanslagen, de boeten en de belastingrente in stand blijven. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. De inspecteur heeft aan belanghebbende naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd over het tijdvak van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020, het tijdvak van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 en het tijdvak van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 (de naheffingsaanslagen).

2.1.

Gelijktijdig met de vaststelling van de naheffingsaanslagen heeft de inspecteur belastingrente in rekening gebracht en vergrijpboeten opgelegd.

2.2.

De inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 17 mei 2024 de bezwaren van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard.

2.3.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.

2.4.

De rechtbank heeft de beroepen op 3 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben namens belanghebbende deelgenomen: [persoon 1] , de gemachtigde van belanghebbende en [persoon 2] RA. Namens de inspecteur hebben deelgenomen: [inspecteur 1] MSc, mr. [inspecteur 2] , mr. [inspecteur 3] .

Feiten

3. De inspecteur heeft op 12 oktober 2023 het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de naheffingsaanslagen ontvangen.

3.1.

De inspecteur heeft met dagtekening 17 mei 2024 uitspraak op bezwaar gedaan.

3.2.

Per e-mail van 8 mei 2024 heeft de inspecteur zijn standpunt met betrekking tot het tevens lopende bezwaar inzake de omzetbelasting aan belanghebbende kenbaar gemaakt. Belanghebbende heeft hierop gereageerd per e-mail van 30 mei 2024.

3.3.

De rechtbank heeft het beroepschrift van belanghebbende op 15 juli 2024 ontvangen

Beoordeling door de rechtbank

4. Belanghebbende voert aan ervan uit te zijn gegaan dat met het beroepschrift inzake de omzetbelasting ook beroep werd ingesteld inzake de loonheffingen en wijst daarnaast op de e-mail van 30 mei 2024.

4.1.

De rechtbank overweegt als volgt. Een beroepschrift is op tijd ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.1 De termijn voor het instellen van beroep bedraagt zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die van dagtekening van de uitspraak van de inspecteur, tenzij de dag van dagtekening is gelegen vóór de dag van de bekendmaking.2

4.2.

Belanghebbende heeft met één geschrift beroepen ingesteld tegen zowel de uitspraken op bezwaar inzake de omzetbelasting als de uitspraak op bezwaar inzake de loonheffingen. De uitspraak op bezwaar betreffende de loonheffingen is echter eerder gedaan dan de uitspraken op bezwaar betreffende de omzetbelasting. De uitspraak op bezwaar betreffende de loonheffingen had een dagtekening van 17 mei 2024. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 15 juli 2024. Hiermee staat vast dat het beroepschrift inzake de loonheffingen na afloop van de beroepstermijn is ingediend.

4.3.

De e-mail van belanghebbende van 30 mei 2024 was een reactie op het standpunt van de inspecteur in de bezwaarprocedure betreffende de omzetbelasting dat de inspecteur per e-mail van 8 mei 2024 met belanghebbende had gedeeld. Deze e-mail van belanghebbende kan naar het oordeel van rechtbank niet worden gezien als een tijdig maar bij de verkeerde instantie ingediend beroepschrift met betrekking tot de loonheffingen dat aan de rechtbank had moeten worden doorgezonden. Gesteld noch gebleken is dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de beroepen niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

5. De beroepen zijn niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaken dus niet inhoudelijk. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H. de Soeten, rechter, in aanwezigheid van mr. L.C.J.A. Miseré, griffier. De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen. De uitspraak is daarom alleen ondertekend door de griffier.

griffier

rechter

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »