ECLI:NL:RBZWB:2026:8037

Datum uitspraak
22-07-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/02/447617 FA RK 26/2192
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek tot gezamenlijk gezag toegewezen. Minimale zorgregeling vastgesteld, uitbreiding op aanwijzing van hulpverlening.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Breda

Zaaknummer: C/02/447617 FA RK 26/2192

datum uitspraak: 22 juli 2026

beschikking betreffende gezag, zorgregeling en informatieregeling

in de zaak van

[de man] ,

wonende te [plaats 1] ,

hierna te noemen de man,

advocaat mr. A. Huseinovic,

en

[de vrouw] ,

wonende te [plaats 2] ,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. I. Gorissen.

1 Het procesverloop

1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 26 april 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;

- het op 8 juli 2026 ontvangen verweerschrift met bijlagen;

- het F9-formulier van 13 juli 2026 van mr. Gorissen met bijlagen;

- het F9-formulier van 13 juli 2026 van mr. Huseinovic met bijlagen.

1.2 De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 16 juli 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat. Tevens was aanwezig een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad.

1.3 Na te noemen minderjarige is gelet op haar leeftijd in staat gesteld haar mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd kindgesprek. Zij heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2 De feiten

2.1

Blijkens de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:

- partijen hebben een relatie met elkaar gehad.

- uit hun relatie is het volgende, nu nog minderjarige kind geboren: [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2017.

- Genoemd kind is door de man erkend.

- De vrouw is belast met het ouderlijk gezag over die minderjarige.

2.2

Van 2018 tot 2023 is er sprake geweest van contact tussen de man en [minderjarige] van 2 uur per 2 weken in aanwezigheid van de vrouw. Begin 2024 is het traject bij [jeugdhulp]/De Gezinsmanager (DGM) gestart, mede gericht op de uitbreiding van contactmomenten tussen [minderjarige] en de man.

2.3

In 2025 hebben de man en [minderjarige] contact met elkaar gedurende een halve dag per maand. Eind 2025 is dat uitgebreid naar een hele dag. De man en [minderjarige] hebben nu contact met elkaar eenmaal per vier weken op zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur.

3 De verzoeken

3.1

De man verzoekt, samengevat:

  • bepaling dat hij voortaan samen met de vrouw het ouderlijk gezag uitoefent over de minderjarig;

  • vaststelling van een contactregeling conform punt 27 van het verzoekschrift;

  • een informatieregeling vast te stellen, inhoudende dat de vrouw de man eenmaal per maand schriftelijk informeert over de schoolgang, gezondheid, sociaal-emotionele ontwikkeling, sport en hobby’s, eventuele medicatie of behandeling, hulpverlening en andere belangrijke zaken die [minderjarige] betreffen met gelijktijdige toezending van relevante stukken.

3.2

De vrouw heeft verweer gevoerd en verzocht het verzoek van de man tot gezamenlijk gezag af te wijzen. De vrouw verzoekt verder, samengevat:

  • een omgangsregeling vast te stellen tussen de man en [minderjarige] inhoudende dat zij recht hebben op contact met elkaar eenmaal per vier weken op zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur (m.u.v. vakanties);

  • te bepalen dat verdere uitbreiding van de omgang, waaronder uitbreiding in frequentie en/of invoering van overnachtingen, uitsluitend plaatsvindt:

o na afronding dan wel voldoende voortgang van het lopende medische en diagnostische traject;

o op basis van deskundig advies;

o gefaseerd en met evaluatiemomenten.

- Een informatieregeling vast te stellen, inhoudende dat de vrouw de man eenmaal per maand schriftelijk per e-mail informeert over de ontwikkeling van [minderjarige] .

4 De beoordeling

Gezag

4.1

Ingevolge artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag over het kind te belasten. Uit het tweede lid van voornoemd artikel volgt dat indien dit verzoek ertoe strekt de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten en de andere ouder met dit gezamenlijk gezag niet instemt, het verzoek slechts wordt afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

4.2

De man acht het in het belang van [minderjarige] dat hij ook wordt belast met het gezamenlijk gezag. Hij wil medeverantwoordelijk zijn voor de belangrijke beslissingen in haar leven. De vrouw stelt dat de communicatie tussen partijen daarvoor onvoldoende zou zijn, hetgeen de man betwist. De communicatie verloopt niet ideaal, maar enkel de communicatie is geen reden om geen gezag toe te wijzen. De man is al geruime tijd bezig om een grotere rol in het leven van [minderjarige] te vervullen. Hij toont betrokkenheid, zoekt contact, doet voorstellen voor duidelijke afspraken en wenst verantwoordelijkheid te nemen.

4.3

De vrouw stelt dat sprake is van een structureel patroon van onveilige communicatie, gebrek aan afstemming en eenzijdig handelen door de man, dat rechtstreeks ingrijpt op de emotionele veiligheid van [minderjarige] . De man informeert [minderjarige] over emotioneel beladen onderwerpen en betreft haar bij volwassen conflicten. Dit leidt tot loyaliteitsdruk, emotionele verwarring en gevoelens van onveiligheid bij [minderjarige] . De vrouw draagt al 8 jaar de volledige dagelijkse, medische en schoolse zorg voor [minderjarige] . Deze situatie verloopt stabiel en in het belang van [minderjarige] . Er bestaat een reëel risico dat gezamenlijk gezag zal leiden tot blokkades, escalaties en verdere belasting van [minderjarige] gelet op haar kwetsbare en emotionele situatie en de omstandigheid dat geen sprake is van een werkbare overlegbasis tussen partijen. Er wordt hiermee voldaan aan het klemcriterium, zodat het verzoek tot gezamenlijk gezag dient te worden afgewezen.

4.4

Ter zitting is uitvoerig gesproken over het ouderlijk gezag. Partijen hebben zeven jaar lang wekelijks samen gezeten en belangrijke zaken omtrent [minderjarige] besproken. De vrouw heeft de man altijd geïnformeerd over [minderjarige] en nooit de indruk gehad dat de man een andere visie had. De man erkent ook de gedragsproblematiek van [minderjarige] , ook al ziet hij het gedrag van [minderjarige] niet bij hem thuis. Partijen hebben in principe reeds zeven jaar gezamenlijk opgetrokken in het belang van [minderjarige] . Er is een kink in de kabel gekomen in 2023, toen de man een uitbreiding van de omgang wenste en de visie van partijen over de wijze waarop dat zou moeten gebeuren hierover uiteen liep. Beide partijen willen [minderjarige] echter graag in hun leven betrekken en ter zitting hebben zij aangegeven te willen werken aan hun gezamenlijk ouderschap. [minderjarige] is sinds kort onder behandeling van [persoon 1] . De verwachting is dat partijen hierin ook worden betrokken, gelet op de systemische hulpvraag die er ligt. Partijen zelf zullen zich wellicht nog wenden tot [persoon 2] , gezinscounselor, en onder zijn leiding hun communicatie op ouderniveau verbeteren en nadere afspraken maken. Gelet op het voorgaande zijn er geen contra-indicaties voor het toewijzen van gezamenlijk gezag. Mochten zich tussen ouders problemen voordoen, dan is het ook te verwachten dat deze binnen afzienbare termijn opgelost worden gelet op de reeds aanwezige hulpverlening. Het verzoek van de man zal worden toegewezen.

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

4.5

De man wil de huidige regeling van eenmaal per 4 maanden een hele dag op zaterdag uitbreiden. De man wil een duidelijke, vaste regeling. Wel met een gefaseerde opbouw die duidelijk wordt vastgelegd. De man heeft herhaaldelijk voorstellen gedaan, maar de vrouw houdt uitbreiding iedere keer tegen of stelt deze opnieuw ter discussie. De man wil de omgang opbouwen conform punt 27 van zijn verzoekschrift. In 2026 wil de man toewerken naar twee weekenden achter elkaar van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.30 uur, met overnachting. Daarna twee weekenden geen omgang. Per 1 januari 2027 om de week in de even weken van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.30 uur, met overnachting. Ten aanzien van de vakanties wil de man deze naar rato verdelen in onderling overleg. Hij heeft daarvoor ook productie 9 overgelegd. Deze opbouw regeling is voor [minderjarige] een rustige opbouw en voor de man passend bij zijn samengesteld gezin. De man woont samen met zijn partner, die twee kinderen heeft en de man heeft daarnaast een zoon uit een eerdere relatie.

4.6

De vrouw kan zich niet verenigen met de door de man voorgestelde omgangsregeling. [minderjarige] laat een verhoogde gevoeligheid voor prikkels en omgevingsinvloeden zien. Zij verwerkt indrukken intens en heeft structureel behoefte aan een duidelijke balans tussen belasting en herstel. De vrouw heeft hier de thuissituatie op afgestemd. Door het zorgvuldig doseren van activiteiten, het creëren van voorspelbare routines en het tijdig schakelen van passende ondersteuning heeft moeder een werkbare en stabiele balans voor [minderjarige] weten te realiseren. [minderjarige] is in prikkelrijke of minder vertrouwde omgevingen geneigd tot sterk aanpassen, groot houden en nauwgezet volgen van de regels, wat haar veel energie kost. De ontlading van de spanning vindt vervolgens plaats in de voor haar veilige thuissituatie. In de omgang met vader wordt dit ook zichtbaar. De ontregeling en ontlading vinden vaak plaats voorafgaand aan of na afloop van het contactmoment. In het weekend heeft zij ook hersteltijd nodig van het contactmoment met de man. Zij heeft baat bij rustige, overzichtelijke en voorspelbare setting, bij voorkeur 1-op-1. De gezinssamenstelling bij de man betreft een groter huishouden met meer prikkels, dynamiek en voorspelbaarheid dan [minderjarige] gewend is. De vrouw onderkent het belang van contact tussen [minderjarige] en de man, maar er bestaat tussen de man en de vrouw verschil van inzicht over de vorm, duur en tempo van eventuele uitbreiding. Deze uitbreiding moet aansluiten bij de draagkracht en ontwikkelingsbehoefte van [minderjarige] . Gelet op de lichamelijke klachten van [minderjarige] is er gespecialiseerde hulpverlening noodzakelijk om te onderzoeken welke vorm van contact aansluit bij haar draagkracht. Er is inmiddels sprake van een medisch en diagnostisch traject, waarin haar belastbaarheid en ondersteuningsbehoefte wordt onderzocht. Zolang dit niet is afgerond en medische duiding ontbreekt, acht de vrouw het niet verantwoord om de omgang verder uit te breiden. Het medische en diagnostische traject is leidend bij de beoordeling van (verdere) uitbreiding van de omgang. Daarnaast dient uitbreiding gefaseerd plaats te vinden en overnachtingen zijn pas aan de orde nadat is vastgesteld dat [minderjarige] deze stap ook daadwerkelijk kan dragen.

4.7

Ter zitting is over de zorgregeling uitvoerig gesproken. Gelet op de objectiveerbare stukken die de man tijdens deze procedure in heeft kunnen zien en het advies van de Raad zijn partijen het erover eens dat de huidige regeling van eenmaal per vier weken op zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur een minimale regeling is die vastgelegd kan worden. Voorts zijn partijen het erover eens dat gestreefd moet worden naar uitbreiding van de contactmomenten tussen de man en [minderjarige] . Partijen zijn het er voorts over eens dat aan [persoon 1] de opdracht wordt gegeven om te onderzoeken -met bijvoorbeeld levensverhalen en onderzoek van [minderjarige] zelf- wat [minderjarige] nodig heeft bij de man en de vrouw zodat zij zich vrij en onbelast kan bewegen tussen haar ouders. [minderjarige] zal centraal moeten staan in een eventuele uitbreiding van de zorgregeling. [persoon 1] zal verder dienen te onderzoeken welke vorm van contact/welke zorgregeling (frequentie en duur) het meest in het belang van [minderjarige] te achten is. Duidelijk is dat er nu spanningen bestaan bij [minderjarige] rondom de contactmomenten, gelet op het andere gedrag dat zij met name bij de vrouw laat zien. Dit kan liggen aan de huidige frequentie van het contact, maar dit kan ook een andere oorzaak hebben. Op voorstel van [persoon 1] en indien hij dit in het belang van [minderjarige] acht zal de uitbreiding van de huidige zorgregeling gefaseerd plaatsvinden. Hij zal de uitbreiding van de zorgregeling moeten monitoren en evalueren met ouders. Partijen hebben ter zitting ook afgesproken dat zij de aanbevelingen van [persoon 1] op zullen volgen en een eventuele uitbreiding van de zorgregeling niet opnieuw ter discussie zullen stellen. De rechtbank zal daarom de huidige regeling als minimale regeling bepalen en deze regeling zal uitgebreid worden indien de hulpverlening dat in het belang van [minderjarige] acht, ouders hebben daarbij afgesproken dat zij zich zullen houden aan de aanbevelingen van de hulpverlening ( [persoon 1] ). De rechtbank ziet geen aanleiding voor een aanhouding van de procedure op dit punt, nu het de verantwoordelijkheid van ouders is om de uitbreiding van de zorgregeling en de afspraken hieromtrent in goede banen te leiden.

Informatieregeling

4.8

Partijen zijn het eens over de informatieregeling, zodat de rechtbank dienovereenkomstig zal beslissen.

4.9

Al het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1

bepaalt dat partijen voortaan gezamenlijk het gezag uitoefenen over de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2017;

5.2

bepaalt dat de man en genoemde minderjarige in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in ieder geval gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar eenmaal per vier weken op zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur; welke regeling uitgebreid zal worden indien de hulpverlening dat in het belang van [minderjarige] acht, waarbij ouders hebben afgesproken dat zij zich zullen houden aan de aanbevelingen van de hulpverlening ( [persoon 1] ), een en ander met inachtneming van hetgeen is vermeld in 4.7.;

5.3

bepaalt dat de vrouw de man eenmaal per maand per email informeert over de schoolgang, gezondheid, sociaal-emotionele ontwikkeling, sport en hobby’s, medicatie of behandeling, hulpverlening en andere belangrijke zaken die voornoemde minderjarige betreffen, met gelijktijdige toezending van relevante stukken;

5.4

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats, (kinder)rechter, en in tegenwoordigheid van mr. Mandemakers, griffier, in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »