ECLI:NL:RBZWB:2026:7990

Datum uitspraak
21-07-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/02/449571 / JE RK 26-1089
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/449571 / JE RK 26-1089

Datum uitspraak: 21 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 18 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 juli 2026. Daarbij was aanwezig:

- een vertegenwoordiger van de GI.

De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

[minderjarige] verblijft met de moeder in een doorstroomwoning van moeder-kind huis ‘[moeder-kind huis]’.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 31 juli 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 Het standpunt van de GI

4.1.

Ter onderbouwing van het verzoek is door de GI -samengevat- aangevoerd dat [minderjarige] een kwetsbaar jongetje van 19 maanden oud is die onder invloed van cocaïne geboren is door gebruik van de moeder tijdens de zwangerschap. Er lijkt vooralsnog geen sprake van ernstige schade bij [minderjarige] door het middelengebruik. [minderjarige] heeft geen controles meer in het ziekenhuis.

4.2.

De moeder heeft behandeling gehad bij [hulpverlening], gericht op haar persoonlijke problematiek. Zij heeft deze behandeling positief afgerond en zij is ongeveer een jaar clean. De start van haar behandeling bij de afdeling Ouder en Kind in december 2025 is zwaar geweest voor de moeder, maar er heeft een duidelijke groei plaatsgevonden. Zo liet de moeder zien beter in staat te zijn om weloverwogen keuzes te maken, haar gedachten en gevoelens te delen en beslissingen te nemen vanuit haar “wijze geest”. Momenteel verblijft de moeder met [minderjarige] in een doorstroomwoning van moeder-kind huis ‘[moeder-kind huis]’. Sinds de overgang naar deze doorstroomwoning heeft de moeder meer zelfstandigheid. Dit betekent minder begeleiding gedurende de dag. Daarnaast zorgt de moeder zelfstandig voor de dagelijkse zorg, koken, boodschappen doen en het op orde houden van de woning. Dit is een mooie opstap naar de terugkeer naar haar eigen woning. Ook hebben de moeder en [minderjarige] de vrijheid om te gaan waar ze willen, mits dit overlegd wordt.

4.3.

De moeder heeft positieve stappen gezet en accepteert de hulpverlening. De GI acht een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden nog noodzakelijk. De GI wil deze periode gebruiken om de ingeslagen weg goed te monitoren en om te kunnen vaststellen wat de moeder zelf (verder) kan oppakken en of en in hoeverre zij afhankelijk blijft van de hulpverlening. Ook dient in de komende periode duidelijk te worden waar de moeder en [minderjarige] na het traject ‘[moeder-kind huis]’ gaan wonen. Ten slotte dient er een borgingsplan te worden opgesteld, zodat alle betrokkenen weten wat de afspraken zijn.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen besproken is tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat er sprake is van positieve ontwikkelingen. Het gaat goed met [minderjarige]. De moeder heeft hulpverlening geaccepteerd, heeft haar persoonlijke behandeling succesvol afgerond en gebruikt geen verdovende middelen meer. Ook heeft zij de overstap weten te maken naar een doorstroomwoning van ‘[moeder-kind huis]’ met minder begeleiding en dus meer zelfstandigheid. Het is op dit moment echter nog te vroeg om de ondertoezichtstelling af te sluiten. De komende periode moet duidelijk worden waar de moeder met [minderjarige] vanuit de doorstroomwoning zal gaan wonen, alsmede wat er nog aan hulpverlening nodig zal zijn om de positieve ontwikkelingen voort te zetten. Voorts dient er een borgingsplan te worden opgesteld. Indien een en ander duidelijk is en de positieve lijn wordt vastgehouden, gaat de kinderrechter er vanuit dat de hulpverlening kan worden overgedragen naar het vrijwillig kader en dat de ondertoezichtstelling de komende periode zal worden afgesloten.

5.3.

Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van zes maanden.

5.4.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.2

5.5.

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 31 juli 2026 tot 31 januari 2027;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door mr. Pellikaan, kinderrechter, in aanwezigheid van Baremans als griffier, en op schrift gesteld op 3 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »