RECHTBANK OVERIJSSEL
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zwolle
Zaaknummer: C/08/349683 / JE RK 26-1162
Datum uitspraak: 25 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming Overijssel,
de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Zwolle,
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2014 in [geboorteplaats 3] ,
hierna te noemen: [minderjarige 3] ,
[minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2017 in [geboorteplaats 4] ,
hierna te noemen: [minderjarige 4] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
de familie [familie 1],
hierna te noemen: de pleegouders van [minderjarige 1] ,
wonende in [woonplaats 3] ,
de familie [familie 2],
hierna te noemen: de pleegouders van [minderjarige 2] ,
wonende in [woonplaats 4] ,
de familie [familie 3],
hierna te noemen: de pleegouders van [minderjarige 3] ,
wonende in [woonplaats 5] ,
de familie [familie 4],
hierna te noemen: de pleegouders van [minderjarige 4] ,
wonende in [woonplaats 6]
en [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 juli 2026;
-
de brief van de pleegouders van [minderjarige 3] , ontvangen op 7 september 2026;
-
een e-mail van het Leger des Heils, ingediend door de GI, ontvangen op 14 september 2026;
-
de toetsingsbrief van de raad voor de kinderbescherming (hierna te noemen: de raad), ingediend door de GI, ontvangen op 16 september 2026;
-
een verslag vanuit Timon, ingediend door de GI, ontvangen op 21 september 2026;
-
de brief van de moeder, ontvangen op 21 september 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader;
- [naam] namens de GI.
De pleegouders van de kinderen zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de pleegouders van de kinderen juist zijn opgeroepen.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] zijn uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter, maar hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om in een gesprek met de kinderrechter, of op een andere manier, hun mening over het verzoek te geven.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] .
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verblijven in pleeggezinnen.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 september 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verlengd tot 30 september 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 september 2025 de machtiging verlengd [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 30 september 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 september 2025 de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering vervangen door de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Overijssel.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter onderbouwing van het verzoek wordt verwezen naar de overgelegde stukken.
De GI heeft ter zitting verklaard het verzoek te handhaven. In het afgelopen jaar zijn er mooie stappen gezet, zo is de samenwerking tussen de GI en de ouders verbeterd. De communicatie tussen de ouders gaat nog wel op en af. Voor de komende tijd wordt onderzocht of de ondertoezichtstelling kan worden afgebouwd, maar daarvoor is van belang dat beide ouders achter een vrijwillige plaatsing van de kinderen in de pleeggezinnen staan. De GI kan wel instemmen met een machtiging tot uithuisplaatsing in een deeltijdmachtiging tot uithuisplaatsing, zoals de vader voorstelt. De GI maakt een schema voor de weekenden waar welk kind bij welke ouder is, wat een grote puzzel is om aan ieders wensen te voldoen. Tijdens deze weekenden gelden er voor de kinderen en voor de ouders geen beperkingen. Volgens de GI is de tijd nog niet rijp om te kunnen denken aan een thuisplaatsing van [minderjarige 4] of van de andere kinderen. Volgens de GI heeft de moeder een woning met maar één slaapkamer die niet volstaat voor het verblijf van de kinderen. Voor de weekenden is dit afdoende, maar bij een thuisplaatsing hebben de kinderen behoefte aan een eigen plek. Ook is de moeder nog niet emotioneel beschikbaar genoeg om de verzorging van de kinderen op zich te nemen. De moeder is een langere tijd fysiek en emotioneel afwezig geweest. De kinderen zijn heel zorgzaam en willen de moeder niet belasten. Hierdoor voelen de kinderen zich nog niet vrij genoeg om de moeder vragen te stellen. Met name voor [minderjarige 4] is het belangrijk dat hij structuur en duidelijkheid ervaart. Voor [minderjarige 4] is het dan ook van belang dat de beide ouders achter de plaatsing in het pleeggezin staan, zodat hij kan voelen dat hij op de plek mag zijn waar hij is.
4 De standpunten
De moeder stemt in met de verlenging van de ondertoezichtstelling. De moeder is het niet eens met de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen. Volgens de moeder is het een misverstand dat zij het niet eens is met de uithuisplaatsing. De moeder verzoekt in eerste instantie [minderjarige 4] bij haar terug te plaatsen, nu er gezocht wordt naar een ander pleeggezin voor hem. Zij ziet geen geldige reden waarom [minderjarige 4] niet bij haar thuis kan wonen. Zij heeft de ruimte om [minderjarige 4] thuis te hebben, zij heeft nu een woning met twee slaapkamers. Ook de andere kinderen zouden het fijn vinden als [minderjarige 4] weer bij de moeder komt wonen, omdat ze hem nu minder vaak zien. Als [minderjarige 4] of de andere kinderen bij de moeder worden thuisgeplaatst krijgt zij mogelijk urgentie voor een andere ruimere woning. De moeder zat in een burn-out, maar het gaat inmiddels weer goed met haar.
De vader stemt in met de verlenging van de ondertoezichtstelling. De vader wil dat de positieve ontwikkelingen die het afgelopen jaar hebben plaatsgevonden worden meegenomen in de beoordeling. De samenwerking met de jeugdbeschermer en de pleeggezinnen gaat goed. De vader wil dat de huidige begeleiding en samenwerking wordt voortgezet. Wat de machtiging tot uithuisplaatsing betreft verzoekt de vader primair om deze niet te verlengen. De vader wil benadrukken dat hij hiermee niet vraagt om een terugplaatsing van de kinderen, want de vader vindt dat de plaatsing van de kinderen wel moet worden voortgezet. De vader vraagt zich af, gezien de actuele omstandigheden, of een gedwongen uithuisplaatsing noodzakelijk is. Subsidiair verzoekt de vader aan de kinderrechter om te beoordelen of een deeltijdmachtiging tot uithuisplaatsing mogelijk is. De kinderen verblijven doordeweeks in de pleeggezinnen en in de weekenden verblijven de kinderen middels een schema (zoveel mogelijk) om en om bij de vader of de moeder. De vader wil geen last meer van de juridische ballast. Volgens de vader kan de plaatsing van de kinderen in de pleeggezinnen door blijven lopen in het vrijwillig kader. Voor de plaatsing van [minderjarige 4] in een pleeggezin heeft hij inmiddels twee kandidaat-gezinnen gevonden.
De pleegouders van [minderjarige 3] hebben schriftelijk laten weten dat zij vinden dat het goed gaat. [minderjarige 3] komt tevreden over. De pleegouders van [minderjarige 3] ervaren een goede samenwerking met iedereen.
De pleegouders van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 4] hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om hun mening ter zitting, of op een andere wijze, naar voren te brengen.
5 De beoordeling
De verlenging van de ondertoezichtstelling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verlengen voor de duur van een jaar. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Binnen de pleeggezinnen waar de kinderen verblijven laten zij een mooie ontwikkeling zien. De vader en de moeder laten beide ook een mooie ontwikkeling zien om de situatie voor de kinderen te verbeteren. Per januari 2026 is Curess gestart met de begeleiding van beide ouders. Deze begeleiding is er op gericht om de ouders te helpen in het versterken van hun opvoedrol en het helpen van de kinderen met hun eigen problematiek. De beide ouders zetten zich goed in voor deze begeleiding, zij staan open voor feedback en denken mee. De ouders laten zichtbaar vooruitgang zien in hun opvoedrol. Ook het contact tussen de ouders en de kinderen is verder opgebouwd. Inmiddels verblijft ieder kind ieder weekend bij één van de ouders. De GI maakt hiervoor een schema en de ouders en de pleegouders stemmen hierover verder met elkaar af via een communicatieapp. De samenwerking tussen de ouders, de pleegouders en de hulpverlening is aanzienlijk verbeterd. Hierdoor is er sprake van minder wantrouwen en strijd en is er meer rust ontstaan.
Ondanks deze mooie ontwikkelingen is de kinderrechter nog wel van oordeel dat er sprake is van een ernstige bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] . Gezien wordt dat de ouders gebaat zijn bij blijvende hulpverlening om de omstandigheden voor de kinderen te verbeteren. Juist de aanwezigheid van de jeugdbeschermer en de hulpverlening maken dat er sprake is van een positieve ontwikkeling. De kinderrechter is van oordeel dat de situatie waarbij de jeugdbeschermer aanwezig is binnen het gezin gecontinueerd moet worden. De ouders zijn het hier ook mee eens.
De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing
De kinderrechter is ook van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.2 Daarom zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] in een pleeggezin verlengen voor de duur van een jaar. De kinderrechter legt dit uit.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verblijven in verschillende pleeggezinnen en maken binnen deze pleeggezinnen een mooie ontwikkeling door. Zowel de GI als de raad in de toetsingsbrief bevestigen dat er rust is ontstaan en dat de kinderen het goed hebben in de pleeggezinnen. De kinderen kunnen daardoor vrij contact hebben met beide ouders. Uit de stukken en wat op zitting is besproken maakt de kinderrechter op dat op dit moment niet toe gewerkt kan worden naar volledige thuisplaatsing bij de ouders of bij een hen. Een praktisch bezwaar is dat de woning van de moeder te klein is. Maar belangrijker is dat de positieve ontwikkelingen die de ouders en kinderen doormaken stand houden. Het is nu nog erg pril en kwetsbaar. De moeder is lange tijd fysiek en emotioneel niet beschikbaar geweest voor de kinderen. De GI ziet dat de kinderen erg zorgzaam zijn en de moeder nog niet durven te belasten en niet vrijuit met de moeder durven te praten. Voor de kinderen is het belangrijk dat zij kunnen rekenen op een opvoeder die volledig en fysiek beschikbaar is voor hen. Dit is ook belangrijk voor een thuisplaatsing van enkel [minderjarige 4] bij de moeder. [minderjarige 4] is een jongen die zeer gebaat is bij structuur en duidelijkheid. Daarom is het juist voor hem van groot belang dat uitgerekend hij kan rekenen en vertrouwen op een verzorger die volledig fysiek en emotioneel beschikbaar is voor hem. Het is fijn dat de GI met de ouders uitkijkt naar een ander pleeggezin, zodat [minderjarige 4] dichterbij zijn ouders en broers en zus kan wonen en hij vaker contact met hen kan hebben.
Ook aan het verzoek van de vader om de machtiging tot uithuisplaatsing te beperken tot een deeltijdmachtiging kan de kinderrechter niet tegemoet komen. Inmiddels is er toegewerkt naar een regeling waarbij de kinderen, middels een door de GI gemaakt schema, in het weekend bij één van de ouders verblijven. Deze regeling verloopt goed en de kinderrechter heeft ter zitting vernomen dat een ieder hier tevreden over is. Er is sprake van flexibiliteit en er gelden voor de ouders en voor de kinderen geen beperkingen. Volgens de GI is het maken van een schema voor de weekenden een flinke puzzel. Wanneer er voor de weekenden geen machtiging tot uithuisplaatsing voor de kinderen meer geldt zal dit van de ouders meer contact en samenwerking verlangen. Gezien de onderlinge verstandhouding tussen de ouders acht de kinderrechter dit nu niet in het belang van de kinderen. Dit zal de huidige situatie waarbij de omgang naar tevredenheid verloopt en waarbij iedereen flexibiliteit ervaart niet ten goede komen. Zoals de raad in de toetsingsbrief heeft beschreven hebben de kinderen behoefte aan rust. Daarom acht de kinderrechter het belangrijk voor de kinderen dat de huidige situatie zo veel mogelijk gecontinueerd wordt.
De kinderrechter wil tot slot de ouders, de pleegouders en de GI een groot compliment maken voor wat er in het afgelopen jaar bereikt is. Dit is in groot contrast met hoe de situatie een jaar geleden was. De kinderrechter hoopt dat de volwassenen in het belang van de kinderen de stijgende lijn kunnen vasthouden, waarbij men goed blijft samenwerken en waarbij de kinderen zich steeds meer kunnen ontwikkelen.
De kinderrechter zal deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] voor de duur van een jaar, te weten tot 30 september 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] in een pleeggezin voor de duur van een jaar, te weten tot 30 september 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2026 door mr. A.M. Mensink, kinderrechter, in aanwezigheid van J.G.J. Remeijsen als griffier, en op schrift gesteld op 9 oktober 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.