ECLI:NL:RBOVE:2026:5684

Datum uitspraak
10-09-2026
Instantie
Rechtbank Overijssel
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/08/350015 / JE RK 26-1218
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Machtiging uithuisplaatsing. De aanwijzing van jeugdreclassering kan helpend zijn bij het volgen van diagnostiek.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Zwolle

Zaaknummer: C/08/350015 / JE RK 26-1218

Datum uitspraak: 10 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming Overijssel,

de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Zwolle,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2]

en [minderjarige].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 juli 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 september 2026. Daarbij was aanwezig:

- [naam] namens de GI.

De moeder en de vader zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder en de vader juist zijn opgeroepen.

1.3.

[minderjarige] is uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter, maar heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om in een gesprek met de kinderrechter, of op een andere manier, zijn mening over het verzoek te geven.

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

[minderjarige] verblijft bij [locatie 1].

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 september 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 19 september 2026.

2.4.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 september 2025 de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 19 september 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter onderbouwing van het verzoek wordt verwezen naar de overgelegde stukken.

4 De standpunten

4.1.

De moeder heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om haar mening ter zitting naar voren te brengen.

4.2.

De vader heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om zijn mening ter zitting naar voren te brengen.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.2 De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengen voor de duur van een jaar. De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

[minderjarige] verblijft sinds begin mei 2026 in een appartement van [locatie 1]. [minderjarige] verbleef eerder bij [locatie 2], maar daar hebben zich meerdere incidenten voorgedaan, waardoor [minderjarige] daar niet meer kon blijven wonen. De huidige woonvorm past beter bij [minderjarige] dan zijn eerdere verblijfplek. Op zijn huidige verblijfplek wordt gezien dat als de spanningen oplopen bij [minderjarige], hij bedreigend kan zijn en verbaal en agressief kan reageren. [minderjarige] heeft ondersteuning nodig bij zijn emotieregulatie. In het afgelopen jaar heeft [minderjarige] meerdere suïcidepogingen ondernomen. Naar aanleiding van deze suïcidepogingen is er voor [minderjarige] een traject gestart bij de Forensische Jeugdpsychiatrie van Accare voor diagnostiek. Het doel van dit traject is om meer inzicht te krijgen in de achterliggende oorzaken van het gedrag van [minderjarige], de problemen waar hij tegenaan loopt en eventuele passende behandelmogelijkheden. Dit onderzoek is nog niet volledig afgerond, omdat [minderjarige] hieraan vooralsnog niet voldoende medewerking heeft verleend. De diagnostiek zal weer worden opgepakt om het onderzoek alsnog af te kunnen ronden. De jeugdreclassering is betrokken en heeft [minderjarige] een aanwijzing gegeven om zich voor dit diagnostisch onderzoek alsnog respectvol en medewerkend op te stellen.

5.3.

Behalve de grote zorgen over [minderjarige] wordt ook gezien dat [minderjarige] goed in contact is met de groepsleiding en zijn mentor van [locatie 1]. Dit vindt de kinderrechter belangrijk en goed voor [minderjarige]. De kinderrechter hoopt dat deze goede contacten zullen bijdragen aan de bereidwilligheid van [minderjarige] om mee te werken aan de begeleiding en hulpverlening. De kinderrechter wil [minderjarige] meegeven dat deze begeleiding en hulpverlening er is om hem verder te helpen en zodat hij zich beter kan gaan voelen en zich verder kan ontwikkelen. De kinderrechter vindt het belangrijk dat [minderjarige] mensen om zich heen heeft waar hij van op aan kan. De problemen die [minderjarige] heeft vragen daarom. De kinderrechter is dan ook van oordeel dat de gevraagde verlenging moet worden toegewezen, zodat de hulp betrokken kan blijven. Er zijn nog veel zorgen en er valt nog veel te behalen en verbeteren voor [minderjarige]. De betrokkenheid van de GI blijft dan ook noodzakelijk. Bij [locatie 1] zit [minderjarige] goed op zijn plek en de begeleiders doen hun best om [minderjarige] de structuur en begeleiding te bieden die [minderjarige] nodig heeft. De kinderrechter dringt er bij [minderjarige] op aan dat hij zich volledig zal inzetten voor het laten slagen van het diagnostisch onderzoek. Door dit onderzoek met succes af te ronden kan er meer inzicht komen in de problemen van [minderjarige] en kan gerichte behandeling worden ingezet waar [minderjarige] bij gebaat is. De aanwijzing van de jeugdreclassering kan helpend zijn om het onderzoek te laten slagen.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar, te weten tot 19 september 2027;

6.2.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van een jaar, te weten tot 19 september 2027;

6.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026 door mr. M. van der Hoeven, kinderrechter, in aanwezigheid van J.G.J. Remeijsen als griffier, en op schrift gesteld op 24 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »