RECHTBANK OVERIJSSEL
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zwolle
Zaaknummer: C/08/350505 / JE RK 26-1306
Datum uitspraak: 25 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming Overijssel,
de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Zwolle,
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2020 in [geboorteplaats 3] ,
hierna te noemen: [minderjarige 3] ,
[minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2023 in [geboorteplaats 4] ,
hierna te noemen: [minderjarige 4] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
bijgestaan door advocaat: mr. A.C.F. Jelijs,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
bijgestaan door advocaat: mr. M.F. Kiers.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 7 augustus 2026;
-
de e-mail met bijlagen van de moeder, ontvangen op 14 september 2026;
-
de brief met bijlage van de advocaat van de moeder, ontvangen op 22 september 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de moeder, bijgestaan door haar advocaat en in aanwezigheid van een tolk;
-
de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam 1] en [naam 2] namens de GI.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft de kinderrechter een brief geschreven dat hij niet op gesprek wil komen. [minderjarige 1] heeft niet op een andere wijze zijn mening over het verzoek kenbaar gemaakt.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] .
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wonen bij hun moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 oktober 2025 [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] onder toezicht gesteld tot 6 oktober 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter onderbouwing van het verzoek wordt verwezen naar de overgelegde stukken.
Ter aanvulling heeft de GI tijdens de zitting naar voren gebracht dat er in de afgelopen maand stappen zijn gezet in het contactherstel tussen de vader en de kinderen. Per 3 september 2026 is er gestart met twee belmomenten per week tussen de vader en de kinderen. Dit verloopt goed. Binnenkort wordt er geëvalueerd en gekeken of begeleide omgang via [stichting] kan worden opgestart. Volgens de GI is het belangrijk dat er goed gekeken wordt hoe de kinderen reageren op het contact en dat in het tempo van de kinderen de contacten worden opgebouwd. In het afgelopen jaar heeft de moeder met uitzondering van de laatste maand niet meegewerkt aan de uitvoering van de ondertoezichtstelling. De huidige positieve ontwikkeling is nog pril. De GI heeft onvoldoende vertrouwen dat de moeder in het vrijwillige kader haar medewerking verleent aan de benodigde hulpverlening om het contact tussen de vader en de kinderen te herstellen. Buiten het zicht van de GI om heeft de moeder geprobeerd om het contact tussen de vader en de kinderen op te starten met behulp van Wajoa. De Afrikaanse organisatie Wajoa is geen gecontracteerde professional die zij kunnen inzetten voor omgangsbegeleiding. De GI vindt het fijn dat de moeder open staat voor contactherstel, maar dat moet zij niet buiten de GI om faciliteren. Ook zal er gewerkt moeten worden aan de communicatie tussen de ouders om gezamenlijk invulling te geven aan het ouderschap.
4 De standpunten
De moeder is het niet eens met het verzoek van de GI. De moeder staat positief tegenover hulpverlening en is van mening dat de hulpverlening in het vrijwillig kader kan worden voortgezet. De samenwerking met Buddle Zorg kon niet worden voortgezet vanwege een vertrouwensbreuk. De moeder is blij te vernemen dat er een passende hulpverleningsorganisatie is gevonden in [stichting]. De moeder vindt het belangrijk dat de hulpverlener aansluit en past bij het gezin. Daarom heeft de moeder in het afgelopen jaar zelf, met medeweten van de GI, passende hulpverlening gezocht binnen de Afrikaanse gemeenschap om te werken aan contactherstel. Inmiddels is Stichting Vangnet betrokken en de moeder heeft vertrouwen in deze organisatie. De moeder staat het contactherstel tussen de vader en de kinderen niet in de weg. Volgens de moeder kent het gezin een lange voorgeschiedenis van huiselijk geweld waar de kinderen getuige van zijn geweest en waarvoor de vader veroordeeld is. Hierdoor ervaart de moeder nog steeds angst voor de vader. Volgens de moeder wil de vader weer een relatie met de moeder en oefent hij druk en dwingende controle uit op de moeder. Volgens de moeder is een ondertoezichtstelling om de opbouw van een omgang te faciliteren geen reden voor een ondertoezichtstelling. Het huidige contact tussen de vader en de kinderen brengt geen directe ontwikkelingsbedreiging me zich mee. Op andere gebieden gaat het goed met de kinderen en presteren zij naar verwachting en zijn er geen zorgen over hun sociaalemotionele- of cognitieve ontwikkeling. De moeder wenst rust en stabiliteit voor haar en de kinderen. De moeder voelt zich door de GI niet gehoord en begrepen.
De vader is het eens met het verlengingsverzoek. De vader ziet geen mogelijkheid om in het vrijwillig kader tot een omgangsregeling met de kinderen te komen. Volgens de vader is er sprake van een ontwikkelingsbedreiging op de lange termijn bij de kinderen, omdat zij geen contact hebben met hun vader. In het afgelopen jaar is er met uitzondering van de afgelopen maand geen sprake geweest van positieve ontwikkelingen. De vader heeft het gevoel dat de moeder iedereen aan de kant zet die kritisch op haar is. De moeder heeft voor veel vertraging gezorgd. Pas nadat de moeder een aanwijzing van de GI heeft ontvangen werkt de moeder mee. De vader ontkent dat er sprake is geweest van huiselijk geweld en van een veroordeling daarvan. De vader wil de kinderen weer zien en is niet uit op een relatie met de moeder. Het lukt de vader niet om met de moeder samen te werken.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verlengen voor de duur van een jaar. De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Er zijn nog steeds zorgen rondom het contactherstel tussen de kinderen en de vader. Tot begin september 2026 heeft het traject tot contactherstel stilgelegen, vanwege onvoldoende medewerking vanuit de moeder aan dit traject. Inmiddels zijn er belmomenten geweest tussen de vader en de kinderen en er zal gekeken worden naar een volgende stap in de uitbreiding van dit contactherstel. [stichting] zal dan de omgang tussen de kinderen en de vader begeleiden. De kinderrechter vindt het positief dat de moeder inmiddels medewerking verleent aan het hulpverleningstraject. Deze positieve ontwikkeling is nog wel erg pril. Ook blijven de zorgen over de wijze waarop de ouders met elkaar communiceren en de gevolgen daarvan voor de kinderen. De beide ouders hebben gezag over de kinderen. Dat betekent dat zij gezamenlijk de belangrijke beslissingen moeten nemen over de kinderen. De ouders kunnen niet op juiste wijze met elkaar communiceren waarbij er over en weer sprake is van verwijten naar elkaar. De kinderrechter vindt het in het belang van de kinderen dat de vader en de moeder hieraan gaan werken.
Naar het oordeel van de kinderrechter kan de ernstige bedreiging in de ontwikkeling van de kinderen onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Vrijwillige hulpverlening is mogelijk indien beide ouders instemmen met de hulpverlening. In het afgelopen jaar heeft de moeder onvoldoende medewerking verleend aan de benodigde hulpverlening. Zo heeft de moeder de samenwerking met Buddle Zorg stopgezet. Ook heeft de moeder op eigen initiatief en buiten het zicht van de GI om via de Afrikaanse organisatie Wajoa één maal fysieke omgang laten plaatsvinden tussen de kinderen en de vader. De kinderrechter wil de moeder op het hart drukken dat bij dergelijke handelingen altijd de GI betrokken moet zijn. Juist in de situatie van de kinderen, waarbij al een lange tijd geen contact is geweest tussen de kinderen en de vader, is het van belang dat het contact voorzichtig en stapsgewijs wordt opgebouwd volgens het plan van de GI. Het is belangrijk dat daarbij het tempo van de kinderen wordt gevolgd. Het doorkruizen van het plan van de GI kan schadelijk zijn voor de band tussen de kinderen en de vader. Gezien de gebeurtenissen in het afgelopen jaar heeft de kinderrechter onvoldoende vertrouwen dat de hulpverlening die voor de kinderen nodig is in het vrijwillig kader voldoende zal worden voortgezet.
De kinderrechter wil tot slot nog aandacht voor het volgende vragen. Tijdens de zitting is de moeder hevig geëmotioneerd geworden waarbij zij zich op de grond heeft laten vallen. Het heeft even geduurd voordat de moeder weer rustig was en de zitting voortgezet kon worden. Hoewel het de kinderrechter niet bekend is wat deze emotionele reactie teweeg heeft gebracht, vindt de kinderrechter deze reactie zorgelijk. Het is daarom belangrijk dat er vanuit de GI en de hulpverlening zicht komt op hoe het met de moeder gaat en wat de oorzaak is geweest van deze reactie.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] voor de duur van een jaar, te weten tot 6 oktober 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2026 door mr. A.M. Mensink, kinderrechter, in aanwezigheid van J.G.J. Remeijsen als griffier, en op schrift gesteld op 9 oktober 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.