ECLI:NL:RBZWB:2026:7407

Datum uitspraak
09-07-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/02/449886 / FA RK 26-3382
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wilsbekwaam verzet afgewezen. Sprake van dreigend acuut levensgevaar. Artikel 2:1, lid 6, Wvggz.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/449886 / FA RK 26-3382

Datum uitspraak: 9 juli 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [betrokkene] ,

wonend in [plaats 1] ,

advocaat mr. O. Bolluijt te Almere,

ter zitting waargenomen door mr. E.J.H. van Lith te Almere.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, via de beschikking van rechtbank Midden-Nederland van 1 juli 2026 binnengekomen bij de rechtbank op 2 juli 2026.

1.2.

Op 9 juli 2026 is de behandeling van het (resterende deel van het) verzoek ter zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig / zijn gehoord:

  • [betrokkene] , bijgestaan door de waarnemend advocaat;

  • mevrouw [persoon 1] , verpleegkundig specialist [accommodatie] ;

  • mevrouw [persoon 2] , behandelaar ambulant team [hulpverlening 1] ;

  • mevrouw [persoon 3] , verpleegkundig specialist in opleiding ambulant team [hulpverlening 1] ;

  • mevrouw [persoon 4] , klinisch psycholoog/regiebehandelaar ambulant team [hulpverlening 1] ;

  • mevrouw [persoon 5] van [hulpverlening 2] ;

  • mevrouw [persoon 6] , moeder van [betrokkene] .

De aanwezigen namens het ambulant team en [hulpverlening 2] , alsmede de moeder zijn via een digitale verbinding aangesloten bij de zitting.

1.3.

De officier van justitie is, zoals aangegeven in het verzoek, niet op de zitting verschenen en dus ook niet gehoord.

2 Wat vaststaat

2.1.

De burgemeester van Hilversum heeft op 27 juni 2026 een crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] afgegeven. Op grond van die maatregel verbleef [betrokkene] bij [locatie 2] in [plaats 2].

2.2.

Op 29 juni 2026 heeft de officier van justitie een verzoek bij de rechtbank Midden-Nederland ingediend tot verlenging van de crisismaatregel. Dit verzoek is behandeld ter zitting met gesloten deuren op 30 juni 2026. Bij beschikking van 30 juni 2026 (op schrift gesteld op 10 juli 2026) heeft de rechtbank de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 10 juli 2026. Het meer of anders gevraagde is aangehouden.

2.3.

De geneesheer-directeur heeft op 30 juni 2026 de verplichte zorg van [betrokkene] overgedragen aan een andere zorgaanbieder. Op grond hiervan verblijft [betrokkene] op dit moment bij [accommodatie] , [afdeling] , in [plaats 3] .

2.4.

Bij voormelde beschikking van 1 juli 2026 heeft de rechtbank Midden-Nederland het (resterende deel van het) verzoek verwezen naar deze rechtbank.

3 Het (aangehouden) verzoek

3.1.

Aan de orde is het verzoek van de officier van justitie om een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen.

4 De standpunten

4.1.

Tijdens de zitting is samengevat het volgende verklaard.

4.2.

[betrokkene] heeft verteld dat het slecht met haar gaat. Zij voelt zich slecht en zij heeft te veel gedachten. Zij vindt het niet fijn om in [plaats 3] te zijn. Zij hoeft geen hulpverlening, zij wil niet geholpen worden. Zij wil hier weg, uit de opname.

4.3.

Door de moeder is aangegeven dat de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor tien dagen is verleend omdat [betrokkene] op een afdeling voor volwassenen verbleef en gekeken zou worden naar een geschikte vervolgplaatsing. Daarnaast staat [betrokkene] niet achter het verzoek. Inmiddels zijn deze tien dagen verstreken en verblijft [betrokkene] nog in [plaats 3] .

4.4.

De verpleegkundig specialist van [accommodatie] heeft naar voren gebracht dat het lastig is voor [betrokkene] dat zij nu zo ver buiten de regio verblijft. [betrokkene] heeft nog een doodswens. Haar plan ligt klaar en zij wil dit uitvoeren als zij hier weg mag. De samenwerking met [betrokkene] verloopt best prima maar zij heeft nog veel spanning, ook omdat nog niet duidelijk is waar zij naartoe gaat. [betrokkene] heeft een tunnelvisie waarbij zij de dood als enige oplossing ziet. De verpleegkundig specialist wil graag voor [betrokkene] dat zij dingen breder gaat zien maar hiervan is nu nog geen sprake. In de medicatie van [betrokkene] zijn niet veel wijzigingen aangebracht omdat [hulpverlening 1] als ambulant team betrokken is. [betrokkene] staat wel open voor medicatie. Zodra er een geschikte plek zo dicht mogelijk bij huis voor [betrokkene] beschikbaar is zal de vervolgplaatsing worden ingezet. De verpleegkundig specialist licht toe dat de crisismaatregel gericht is op het tegengaan van de doodswens van [betrokkene] en nog noodzakelijk is. Haar doodswens staat voor [betrokkene] voorop en dat is zorgelijk. [betrokkene] heeft haar plan en de afscheidsbrieven al klaar. Zij wil haar plan uitvoeren. [betrokkene] is op dit moment wilsbekwaam maar zij kan de situatie ook niet helemaal overzien. Vanuit haar autismespectrumstoornis en haar somberheid ziet zij maar één weg. [betrokkene] geeft aan dat als zij naar [hulpverlening 2] moet, zij alles zal doen om niet te gaan. Dat is een risico.

Desgevraagd geeft de verpleegkundig specialist aan dat van de verzochte vormen van verplichte zorg enkel noodzakelijk zijn het toedienen van medicatie, het beperken van de bewegingsvrijheid, het opnemen in een accommodatie en mogelijk het uitoefenen van toezicht op betrokkene.

4.5.

Vanuit het ambulant team is toegelicht dat een klinische opname voor een langere termijn een goede stap is voor [betrokkene] . Gezien wordt dat [betrokkene] met kleine stapjes vooruitgaat. [betrokkene] ziet dat zelf niet en dat uit zich in frustratie. Op 10 augustus 2026 is een intake gepland bij [ggz-instelling] in [plaats 4] . Er is daar echter sprake van een wachtlijst. [betrokkene] kan daar dit jaar worden geplaatst maar nog niet duidelijk is wanneer. Er zal daarom een overbruggingsplek gezocht moeten worden. De hulpverlening zal worden opgeschaald en [betrokkene] zal worden geholpen met het vinden van een dagritme. Er is ook dagbesteding voor haar gevonden maar eerder heeft zij daar geen steun uit kunnen halen. Het lukt [betrokkene] niet om aan onderwijs te werken. De zomervakantie staat nu voor de deur, wat [betrokkene] spanning geeft omdat belangrijke mensen om haar heen dan tijdelijk wegvallen. [betrokkene] geeft zelf aan dat zij al zo lang aan het werk is maar geen verbetering ziet. Daarmee ziet zij geen perspectief. Op het gebied van medicatie zijn verschillende dingen ingezet maar [betrokkene] wordt daar onrustiger van. Hoewel haar omgeving vindt dat zij goed reageert op de medicatie, zij minder agressief is en beter in gesprek is, vindt [betrokkene] dat het niet werkt. Zij heeft de medicatie wel altijd vrijwillig ingenomen en alle medicatiebeslissingen worden in overleg met haar genomen.

4.6.

Door de waarnemend advocaat is aangevoerd dat [betrokkene] nu in goede handen is maar dat zij weg wil. Namens [betrokkene] doet de advocaat een beroep op wilsbekwaam verzet. [betrokkene] is wilsbekwaam, zij heeft autonomie en een opname is een ultimum remedium. De advocaat verzoekt daarom het (resterende deel van het) verzoek af te wijzen.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is op grond van de stukken en de behandeling ter zitting van oordeel dat er ten aanzien van [betrokkene] nog sprake is van onmiddellijk dreigend nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel.

[betrokkene] heeft nog altijd een concrete doodswens met een plan om die wens uit te voeren. Vermoed wordt dat dit ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. [betrokkene] heeft namelijk neurobiologische ontwikkelingsstoornis en een depressieve-stemmingsstoornis. De stoornis en het bestaan van of het aanzienlijk risico op onmiddellijk dreigend nadeel is door of namens [betrokkene] niet betwist.

5.2.

De waarnemend advocaat van betrokkene heeft verzocht om afwijzing van het (resterende deel van het) verzoek. [betrokkene] is wilsbekwaam en autonoom. Zij wil weg uit de opname. Er is volgens de advocaat van betrokkene sprake van wilsbekwaam verzet.

5.3.

De kinderrechter is van oordeel dat het beroep op wilsbekwaam verzet niet opgaat. Hij licht dit als volgt toe.

5.4.

Artikel 2:1, lid 6 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) bepaalt dat de wensen en voorkeuren van betrokkene ten aanzien van de verplichte zorg worden gehonoreerd, tenzij:

  1. betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is, of

  2. acuut levensgevaar voor betrokkene dreigt dan wel er een aanzienlijk risico voor een ander is op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, of om ernstig in zijn ontwikkeling te worden geschaad, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

5.5.

Uit de recente medische verklaring van 27 juni 2026 blijkt dat de onafhankelijke psychiater na onderzoek heeft geconcludeerd dat [betrokkene] niet in staat is tot een redelijke waardering van haar belangen ter zake van de beoogde verplichte zorg. Dit betekent dat [betrokkene] door de onafhankelijke psychiater wilsonbekwaam wordt geacht. De kinderrechter is tijdens de zitting onvoldoende gebleken van feiten en/of omstandigheden die maken dat [betrokkene] op dit moment wilsbekwaam is. Hoewel [betrokkene] tijdens de zitting, in tegenstelling tot het psychiatrisch onderzoek, rustig aanwezig is, blijft zij bij haar standpunt dat zij niet geholpen wil worden en weg wil uit de opname. Weliswaar gaf de verpleegkundig specialist tijdens de zitting aan dat [betrokkene] wilsbekwaam is, maar ook gaf zij aan dat [betrokkene] de situatie niet helemaal kan overzien. Volgens de verpleegkundig specialist ziet [betrokkene] de dood nu als enige oplossing ziet en is zij nog niet in staat is om breder naar haar situatie te kijken. Gelet hierop volgt de kinderrechter de conclusie van de onafhankelijke psychiater dat [betrokkene] niet tot een redelijke waardering van haar belangen in staat als het gaat om de beoogde verplichte zorg.

5.6.

Daarbij dreigt er in dit geval ook acuut levensgevaar voor betrokkene als bedoeld in artikel 2:1, lid 6, onder b, Wvggz. Door de verpleegkundig specialist van [accommodatie] is tijdens de zitting aangegeven dat de acute doodswens van [betrokkene] nog actueel is en sterk op de voorgrond staat. Zij heeft een concreet plan, dat zij in ieder geval heeft voorbereid door inmiddels gemaakte afscheidsbrieven, en dat zij wil uitvoeren zodra zij de instelling mag verlaten. Dit is door of namens [betrokkene] tijdens de zitting niet betwist en bevestigt eveneens het beeld dat in de medische verklaring geschetst wordt. De kinderrechter deelt de grote zorgen die de mensen en de betrokken instanties om [betrokkene] heen hebben. [betrokkene] heeft een uitgebreide psychiatrische voorgeschiedenis en heeft onder meer al langere tijd last van suïcidaliteit. Uit de medische verklaring volgt dat op dit moment sprake is van oplopende suïcidaliteit met, zoals hiervoor al benoemd, concrete suïcidale plannen. De suïcidaliteit van [betrokkene] wordt door de onafhankelijke psychiater als acuut en chronisch verhoogd ingeschat. Er is op dit moment ook geen gesprek met [betrokkene] mogelijk die haar doet afwijken van haar standpunt. Uit de zitting is geen ander beeld naar voren gekomen. In overeenstemming met het suïcidepreventiebeleid wordt bij (dreigend) acuut levensgevaar voor betrokkene het wilsbekwaam verzet niet zonder meer gerespecteerd wordt. Dit volgt uit de toelichting op artikel 2:1 lid 6, onder b, Wvggz. Het beroep op wilsbekwaam verzet zou dus ook op grond van artikel 2:1, lid 6, onder b, Wvggz niet opgaan.

5.7.

Met inachtneming van het voorgaande zal de kinderrechter de gevraagde machtiging verlenen voor de resterende periode van de geldigheidsduur van drie weken, zoals opgenomen in artikel 7:9 Wvggz. Hij legt hierna uit waarom hij deze beslissing neemt.

5.8.

De kinderrechter is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de crisissituatie zo ernstig is dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. De volgende vormen van verplichte zorg zijn nodig om het nadeel af te wenden:

- het toedienen van medicatie;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- opnemen in een accommodatie.

De hiervoor genoemde vormen van verplichte zorg worden daarom toegewezen. Gebleken is dat voor andere dan de hiervoor genoemde vormen van verplichte zorg geen noodzaak is. Deze zullen daarom worden afgewezen.

5.9.

[betrokkene] verzet zich tegen de zorg. Er zijn echter geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de kinderrechter toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van [betrokkene] aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van [betrokkene] en haar omgeving.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.8. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 juli 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026 door mr. De Vlieger, kinderrechter, in aanwezigheid van Dekkers, griffier en op schrift gesteld op 15 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »