ECLI:NL:RBOBR:2026:5492

Datum uitspraak
29-07-2026
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
ZM/IND/202685 (01-177167-25)
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Oplegging van een zorgmachtiging ex artikel 2.3 Wfz, inhoudende verplichte zorg voor een duur van 6 maanden. Het verzoekschrift tot het opleggen van de zorgmachtiging is gelijktijdig behandeld met de tegen verdachte aangebrachte strafzaak.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK Oost-Brabant

Afdeling Strafrecht

Locatie: ‘s-Hertogenbosch

Zorgmachtiging (artikel 2.3, eerste lid, Wet forensische zorg (Wfz) jo. art. 6:5, aanhef en onderdeel a, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz))

Kenmerk: ZM/IND/202685

Zaaksnummer: 01-177167-25

Beschikking van de rechtbank op het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 Wvggz, ten aanzien van:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1977] ,

wonende te [adres] ,

thans gedetineerd te: [verblijfplaats] .

bijgestaan door zijn raadsman mr. J.J.M. Cliteur, advocaat te ’s-Hertogenbosch.

hierna te noemen: betrokkene.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift van 30 juni 2026 heeft de officier van justitie verzocht een zorgmachtiging ten behoeve van betrokkene te verlenen. Bij het verzoekschrift zijn, conform artikel 5:17, derde lid, Wvggz, de volgende bijlagen gevoegd:

  • de medische verklaring van 23 juni 2026 ten behoeve van de voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging aan de rechter (medische verklaring);

  • het door zorgverantwoordelijke J. de Bont opgestelde zorgplan inclusief bijlagen (het zorgplan);

  • de bevindingen van de geneesheer-directeur P.E. Höppener van 24 juni 2026; en

  • de politiegegevens en de strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van het ernstig nadeel.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 juli 2026 in het gebouw van de rechtbank Oost-Brabant op de locatie ’s-Hertogenbosch, gelijktijdig met de behandeling van de tegen betrokkene aanhangig gemaakte strafzaak met parketnummer 01-177167-25.

1.3.

Ter zitting waren aanwezig en zijn gehoord:

  • betrokkene;

  • de raadsman van betrokkene;

  • de officier van justitie; en

  • mevrouw J. de Bont, verpleegkundig specialist GGZ/zorgverantwoordelijke.

2 Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor betrokkene, voor de duur van 6 maanden, voor de onderstaande verplichte zorg:

Soort

Hoe lang duurt deze zorg naar verwachting?

Waarom deze zorg?

Toediening van medicatie

6 maanden

Om de manie en/of psychose van cliënt te kunnen behandelen en het ernstig nadeel weg te nemen is medicamenteuze behandeling met een antipsychoticum en/of stemmingsstabilisator noodzakelijk.

Verrichten medische controles of andere medische handelingen

6 maanden

Om bij medicamenteuze behandeling de bloedspiegel te kunnen controleren zijn periodieke medische controles en bloedonderzoek noodzakelijk.

Beperken van de bewegingsvrijheid

6 maanden

Bij een acuut psychiatrisch toestandsbeeld kan tijdelijke opname nodig zijn om het ernstig nadeel weg te nemen of te verminderen. Tijdens een dergelijke opname kan besloten worden om de vrijheden van cliënt binnen en buiten de afdeling in te perken met het oog op zijn eigen veiligheid en/of die van anderen en prikkelreductie.

Aanbrengen van beperkingen in de vrijheid van het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen

6 maanden

Binnen de ambulante behandeling dient cliënt afspraken met behandelaren van het Forensisch FACT na te komen. Deze worden zo vaak gepland als nodig, waar mogelijk wordt rekening gehouden met de wensen van cliënt.

Opnemen in een accommodatie

6 maanden

Bij een acuut psychiatrisch toestandsbeeld kan tijdelijke opname nodig zijn om cliënt te stabiliseren en het ernstig nadeel weg te nemen of te verminderen. Deze opname duurt zo lang als nodig en zo kort als mogelijk.

3 Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie verzoekt de rechtbank onder verwijzing naar bovenstaande en de gevoegde bijlagen, een zorgmachtiging te verlenen voor betrokkene, voor de duur van 6 maanden, voor de voorgestelde vormen van verplichte zorg. Onder verwijzing naar de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur is het openbaar ministerie van mening dat voldaan is aan de uitgangspunten van artikel 2:1 van de Wvggz, zodat het verzoek voor toewijzing gereed ligt.

4 Standpunt van betrokkene

Betrokkene en zijn advocaat hebben geen verweer gevoerd over het bestaan van psychische stoornissen en het ernstig nadeel dat daaruit voortvloeit. De advocaat heeft de rechtbank primair verzocht het verzoekschrift af te wijzen wegens een gebrek aan verzet bij betrokkene. Betrokkene heeft tijdens de zitting duidelijk naar voren gebracht dat hij de noodzaak van onder andere medicatie inziet en dat hij ook zal meewerken aan de voorgestelde zorg. Zijn al langer bestaande plan om naar het buitenland te vertrekken is hij bereid uit te stellen of opzij te schuiven als dat nodig is om de nodige zorg te ontvangen.

Het subsidiaire standpunt van betrokkene en zijn advocaat luidt dat het niet noodzakelijk is om de mogelijkheid tot een tijdelijke opname op te nemen in de zorgmachtiging. Opname is een uiterst middel dat alleen mag worden ingezet als andere, minder ingrijpende middelen niet toereikend zijn. De zorgverlener heeft een wettelijke bevoegdheid om zo’n opname te bewerkstelligen middels een crisismaatregel. Het nu op voorhand opnemen van de tijdelijke opnamemogelijkheid is daarom niet noodzakelijk en grijpt teveel in op de vrijheid van betrokkene.

5 Beoordeling

5.1

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, inhoudende een bipolaire stemmingsstoornis en een schizo-affectieve stoornis.

5.2

Het gedrag van betrokkene als gevolg van de psychische stoornissen, niet zijnde psychogeriatrische aandoeningen of een verstandelijke handicap, leidt tot ernstig nadeel (als bedoeld in artikel 1:1, tweede lid, Wvggz) in de vorm van levensgevaar voor een ander, psychische schade, lichamelijke schade bij derden (omgeving, vrienden) en financiële schade. Om ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden heeft betrokkene verplichte zorg (artikel 3:4 Wvggz) nodig. In geval van (nieuwe) manische ontregeling, al dan niet met psychotische kenmerken, is er een aanzienlijk risico dat betrokken opnieuw in conflict komt met anderen, agressief reageert, of juist de agressie van anderen oproept met zijn gedrag. Daarnaast is er risico op maatschappelijke teloorgang daar client niet in staat lijkt realistische doelen te stellen ten aanzien van de toekomst en een stabiel leven op te bouwen op het gebied van werk, financiën en relaties. Gezien de veroordeling in het eveneens vandaag gewezen strafvonnis voor onder meer verboden wapen- en munitiebezit is er ook mogelijk levensgevaar voor een ander. Daarnaast blijkt uit de Pro Justitia-rapportage dat betrokkene dreigend en schreeuwend is geweest naar buren, dat hij een nicht heeft bedreigd en heeft gemeld aan haar dat hij in bezit is van een vuurwapen.

5.3

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. De rechtbank is op grond van de inhoud van de onder 1.1. genoemde stukken en de mondelinge toelichting daarop tijdens de behandeling ter zitting door [slachtoffer] van oordeel dat sprake is van verzet bij betrokkene. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en -inzicht, hij heeft zich steeds ambivalent geuit over de meerwaarde van medicatie en de GGZ-instelling ziet de behandeling anders voor zich dan betrokkene. De enkele opmerkingen van betrokkene ter terechtzitting dat hij de noodzaak van de voorgestelde zorg inziet en daaraan vrijwillig zal meewerken maakt dat oordeel niet anders.

5.4

Om die reden is verplichte zorg nodig (artikel 3:3 jo. 3:2 Wvggz). De door de officier van justitie verzochte vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan, de medische verklaring en het advies van de geneesheer-directeur.

5.5

Er zijn voor betrokkene geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstige nadeel te voorkomen of af te wenden. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief (artikel 3:3 Wvggz). Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Wat betreft de noodzaak van het opnemen in deze zorgmachtiging van de mogelijkheid van een tijdelijke (klinische) opname overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank is van oordeel dat door [slachtoffer] duidelijk is gemotiveerd waarom bij een acuut psychiatrisch toestandsbeeld een klinische opname noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. De behandeling zal ambulant aanvangen, omdat het PPC waar betrokkene de afgelopen periode heeft verbleven informatie heeft verstrekt aan de zorgverlener waaruit de zorgverlener concludeert dat daarvoor een voldoende basis van vertrouwen is. Gelet op de psychiatrische problematiek van betrokkene en het ernstig nadeel dat daardoor kan worden veroorzaakt is een klinische opname als vangnet echter noodzakelijk in het geval van het optreden van een acuut psychiatrisch toestandsbeeld. Het optreden van een dergelijk beeld is niet uit te sluiten, nu het herstel van betrokkene pril is. Daarnaast zal er een grote verandering in zijn persoonlijke situatie plaatsvinden, aangezien betrokkene na meer dan een jaar in detentie naar huis zal gaan. Daarmee acht de rechtbank de tijdelijke opname doelmatig en proportioneel.

5.6

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat aan de criteria voor en de doelen van verplichte zorg, alsmede aan de uitgangspunten van de Wvggz is voldaan. De zorgmachtiging met inbegrip van de vormen van verplichte zorg, zoals hiervoor onder 2 omschreven, zal worden verleend. De verschillende vormen van zorg kunnen voor de hieronder gestelde termijnen worden toegepast. Deze termijnen zijn noodzakelijk om het doel van verplichte zorg te realiseren (artikel 6:5 Wvggz). De rechtbank gaat ervan uit dat er altijd voor het minst ingrijpende, maar meest adequate middel wordt gekozen.

De rechterlijke machtiging zal worden verleend voor de hieronder vermelde duur.

6 Beslissing

De rechtbank: wijst toe het verzoek van de officier van justitie en verleent een zorgmachtiging ten aanzien van

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1977] ,

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

Vorm van zorg

Duur

Toediening van medicatie

6 maanden

Verrichten medische controles of andere medische handelingen

6 maanden

Beperken van de bewegingsvrijheid

6 maanden

Aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen

6 maanden

Opnemen in een accommodatie

6 maanden

Deze zorgmachtiging is geldig voor de duur van 6 maanden, te weten uiterlijk tot en met 29 januari 2027.

Deze zorgmachtiging is bij voorraad uitvoerbaar. De machtiging is geldig vanaf dagtekening en moet binnen twee weken ten uitvoer worden gelegd.

Deze machtiging is op 29 juli 2026 gegeven door:

mr. F. van Buchem, voorzitter,

mr. M.J.C. van der Vegte en mr. M. Bankers, leden,

in tegenwoordigheid van mrs. R.H.A. de Poot en F.J.J. Weerts, griffiers.

Tegen de beschikking van deze rechtbank staat voor betrokkene en officier van justitie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen door een advocaat middels het indienen van een verzoekschrift bij de griffie van de Hoge Raad, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »