ECLI:NL:RBLIM:2026:9213

Datum uitspraak
17-08-2026
Instantie
Rechtbank Limburg
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/03/354734 / BZ RK 26-1538
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Familie en jeugd

Zaaknummer: C/03/354734 / BZ RK 26/1538

Datum uitspraak: 17 augustus 2026

Beschikking zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,

wonend te [woonplaats] ,verblijvende te [locatie] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. C.J.M. Dreessen.

1 Procesverloop

1.1

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 juli 2026.

1.2

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2026. De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

  • mevrouw [persoon 1] , sociaalpsychiatrisch verpleegkundige;

  • mevrouw [persoon 2] , psychiater.

1.3

De officier van justitie is niet gehoord.

2 Wat vaststaat

2.1

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 11 augustus 2026.

3 Het verzoek

3.1

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4 De beoordeling

4.1

De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2

Op grond van artikel 5:17 Wvggz in samenhang gelezen met het bepaalde in artikel 6:4 Wvggz verleent de rechter een zorgmachtiging indien naar zijn oordeel is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:3 Wvggz en het doel van verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:4 Wvggz, onderdelen b tot en met e. De rechter neemt hierbij de algemene uitgangspunten van artikel 2:1 Wvggz in acht.

4.3

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van een schizo- affectieve stoornis (bipolaire type) en een angststoornis.

4.4

De advocaat van betrokkene heeft bepleit het verzoek af te wijzen, omdat betrokkene wilsbekwaam is in zijn verzet tegen de zorgmachtiging. Betrokkene wil graag geholpen worden, maar is het niet eens met de zorg zoals hij die nu krijgt. Hij heeft veel last van de bijwerkingen van de medicatie en zou graag andere mogelijkheden willen onderzoeken. Betrokkene heeft daarbij aangegeven bereid te zijn zich te laten behandelen in een vrijwillig kader. De wilsbekwaamheid van betrokkene is niet door de onafhankelijk psychiater getoetst, althans daarvan blijkt niet uit de medische verklaring. Verder is de advocaat van mening dat het verzoek afgewezen dient te worden omdat een minder ingrijpende maatregel, zoals het aanstellen van een mentor eerder aangewezen zou zijn.

4.5

De behandelaren zijn van mening dat er geen sprake is van wilsbekwaam verzet. Dit is niet getoetst in de medische verklaring, maar dit blijkt volgens de behandelaren uit de overige informatie in de verklaring. Er is sprake van een gebrek aan ziektebesef. Het is bekend dat betrokkene lichamelijke klachten heeft van de medicatie en er zijn altijd mogelijkheden om alternatieve behandelingen te onderzoeken. Betrokkene heeft altijd recht op een second opinion. De behandelaren geven aan dat vorig jaar behandeling in het vrijwillig kader geprobeerd is, maar dat daarna het gedwongen kader toch weer nodig is gebleken om het ernstig nadeel af te wenden.

4.6

De rechtbank is van oordeel dat niet gebleken is dat betrokkene wilsonbekwaam in zijn verzet tegen verlening van een zorgmachtiging, alsook dat er sprake is van bereidheid om in het vrijwillig kader de samenwerking met de behandelaars aan te gaan. Onder deze omstandigheden is er naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding voor de afgifte van een zorgmachtiging. Het ernstige nadeel kan op een andere, minder ingrijpende, wijze worden voorkomen. De rechtbank is daarom van oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen.

5 Beslissing

De rechtbank:

5.1

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is op 17 augustus 2026 mondeling gegeven door mr. Wassenberg, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door mr. Bouvrie als griffier, en op 31 augustus 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »