RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/723876 / JE RK 26-1472
Datum uitspraak: 18 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1],
[naam oma mz] ,
hierna te noemen: de oma moederszijde (mz), wonende in [woonplaats 2].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 24 juli 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum,
- de toetsing van de Raad van 10 september 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 11 september 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de moeder;
-
de oma mz;
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI] (telefonisch).
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met mr. K.T.F. Chocolaad – de Bos, kinderrechter. Tijdens de zitting heeft mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] verblijft bij de oma mz.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 september 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 19 september 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin, te weten bij de oma mz, verlengd tot 19 september 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij oma mz, te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en brengt het volgende naar voren. [minderjarige] doet het heel goed bij de oma mz en het is fijn dat zij daar rust en stabiliteit ervaart. De komende periode wil de GI nader onderzoeken welke rol de moeder kan spelen in het leven van [minderjarige]. De relatie tussen de oma mz en de moeder is de afgelopen periode niet verbeterd. De moeder wil graag contact met [minderjarige]. Tot op heden hebben verschillende pogingen niet geleid tot contactherstel. [minderjarige] is nu gebaat bij rust en duidelijkheid en staat niet langer open voor contact met de moeder. Het is belangrijk dat de hulpverlening met betrekking tot [minderjarige] laagdrempelig blijft. De GI gaat geen hulpverlening aan [minderjarige] opdringen. De moeder heeft het ouderlijk gezag over [minderjarige], werkt mee aan het nemen van beslissingen en geeft daarvoor toestemming. Er is op dit moment in de visie van de GI geen sprake van misbruik van gezag. Dat er onenigheid bestaat tussen de moeder en de oma mz vindt de GI met name vervelend voor [minderjarige].
4 De standpunten
De moeder voert ter zitting geen verweer tegen het verzoek van de GI. De moeder kan zich vinden in een verlenging van de maatregelen. Er is de afgelopen periode weinig gedaan aan het contactherstel tussen de moeder en [minderjarige]. De moeder heeft daar zelf wel veel moeite voor gedaan. Vorig jaar juli is de laatste keer geweest dat de moeder [minderjarige] heeft gezien. Het is daarom voor de moeder ook nog niet definitief dat [minderjarige] bij de oma mz blijft wonen. De moeder wil [minderjarige] niet dwingen en doet niks wat [minderjarige] zelf niet wil. De moeder vindt het wel belangrijk dat er verder wordt gekeken naar de mogelijkheden van contactherstel met [minderjarige]. De moeder is blij dat de GI ter zitting vertelt dat zij meewerkt. De moeder zet haar handtekening wanneer dat nodig is. Zij kan niet meewerken aan beslissingen wanneer zij niet op de hoogte wordt gehouden.
De oma mz stemt ter zitting in met het verzoek van de GI. De oma mz is het niet eens met de standpunten van de moeder. De oma mz heeft zich twee jaar lang ingezet om het contactherstel tussen de moeder en [minderjarige] van de grond te laten komen maar dit is erg stroef verlopen. De moeder wil graag contact met [minderjarige] zonder hulpverlening eromheen. De moeder wil niet om de tafel zitten met hulpverlening en wil de contactmomenten op haar eigen manier laten plaatsvinden. [minderjarige] wil nu rust en stabiliteit. Zij wil geen hulpverlening meer en is hulpverleningsmoe. Onlangs is [minderjarige] op de middelbare school gestart waar ze het super goed doet. Ze heeft veel vriendinnen. [minderjarige] vindt het belangrijk dat ze op school niet weten dat zij een pleegkind is. Zij wil gewoon zichzelf zijn. De oma mz is heel trots op [minderjarige]. Ze heeft een heel netwerk om haar heen. De hele familie staat achter haar en iedereen is super trots op [minderjarige]. De oma mz begrijpt niet waarom het gezag nog bij de moeder ligt, als zij niet met de hulpverlening wil samenwerken. [minderjarige] heeft een sterke eigen mening en de oma mz volgt deze. Als [minderjarige] in de toekomst de moeder wel weer wil zien staat de oma mz daarvoor open.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van haar verzorging en opvoeding.2 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
[minderjarige] wordt nog steeds ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. [minderjarige] woont inmiddels ruim drie jaar bij de oma mz waar zij zich positief ontwikkelt. Op dit moment heeft [minderjarige] geen contact met de moeder. [minderjarige] wordt belast met de spanningen tussen de moeder en de oma mz en het is belangrijk dat de GI de komende periode gaat uitzoeken hoe deze spanningen zoveel mogelijk kunnen worden verminderd. Om daadwerkelijk een verandering teweeg te brengen, is de medewerking van zowel de moeder als de oma mz noodzakelijk. De kinderrechter geeft de moeder en de oma mz mee om – in het belang van [minderjarige] – zich open te stellen voor een samenwerking onderling alsmede voor hulpverlening. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer is noodzakelijk om de samenwerking tussen de moeder en de oma mz te verbeteren, hiervoor passende hulpverlening in te zetten, het contact van [minderjarige] met de moeder (waar mogelijk) te herstellen en de ontwikkeling van [minderjarige] te waarborgen. Ter zitting is het de kinderrechter heel duidelijk geworden dat [minderjarige] hulpverlening moe is. De kinderrechter benadrukt daarom nadrukkelijk dat er de komende periode geen direct contact tussen de hulpverlening en [minderjarige] nodig lijkt. Het is immers in het belang van [minderjarige] dat zij zich de komende periode kan richten op haar nieuwe studie, vriendinnen en haar eigen ontwikkeling. Het probleem van en tussen de grote mensen om haar heen dient [minderjarige] zo min mogelijk te belasten.
Ook is de machtiging tot uithuisplaatsing nodig. [minderjarige] ervaart rust, stabiliteit en voorspelbaarheid in de thuissituatie bij de oma mz. Het gaat [minderjarige] goed en dat verdient een groot compliment. Zowel de moeder als de oma mz zijn het eens met een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de oma mz. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing verlengen voor de duur van een jaar.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 19 september 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin, te weten bij de oma mz, tot 19 september 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2026 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.N. Laurensse als griffier, en op schrift gesteld op 28 september 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.