RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/710302 / JE RK 26-1390
Datum uitspraak: 11 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] ,
roepnaam: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de gezinshuisouder] ,
hierna te noemen: de gezinshuisouder,
wonende te [woonplaats 2] .
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 31 juli 2026;
- het e-mailbericht van de moeder van 12 augustus 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de moeder;
-
de gezinshuismoeder;
- [naam 1] en [naam 2] , namens de gecertificeerde instelling.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] verblijft in een perspectief biedend gezinshuis.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 september 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 16 september 2026 en voor dezelfde duur de machtiging verlengd [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gezinsgerichte voorziening.
3 Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De gecertificeerde instelling heeft het verzoek, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd.
[de minderjarige] is een kwetsbaar meisje met een beneden gemiddeld intelligentieniveau, een trauma- en stressgerelateerde stoornis en een belaste voorgeschiedenis. [de minderjarige] woont sinds haar uithuisplaatsing in een gezinshuis van Cardea. Tijdens de laatste zitting van 2 september 2025 heeft de rechtbank, mede op basis van het uitgevoerde perspectiefonderzoek, vastgesteld dat het opvoed- en opgroeiperspectief van [de minderjarige] in het gezinshuis ligt. [de minderjarige] is recent gestart met een behandeling bij GGZ Rivierduinen. Binnen deze behandeling wordt gewerkt aan het verwerken van haar verleden. De behandeling valt haar zwaar en tijdens de behandeling heeft ze, onder andere, aangegeven bang te zijn weg te moeten uit het gezinshuis. [de minderjarige] heeft aangegeven dat zij behoefte blijft houden aan begeleiding tijdens de contacten met haar moeder. Recent is de begeleider vanuit de ambulante jeugdhulpverlening gestopt. Vanaf 1 augustus 2026 zal een nieuwe begeleidster starten. Verder bestaan er nog zorgen over de schoolse ontwikkeling van [de minderjarige] . Op school laat zij regelmatig impulsief gedrag zien. Momenteel wordt intensief samengewerkt tussen school, leerrecht, de shadow-begeleiding en betrokken hulpverlening om te onderzoeken welk uitstroomniveau passend is voor [de minderjarige] en welke vorm van voortgezet onderwijs het beste aansluit bij haar mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften. De gecertificeerde instelling is dan ook van mening dat de ontwikkelingsbedreigingen voor [de minderjarige] nog altijd onverminderd aanwezig zijn. Hoewel zij zich veilig voelt binnen het gezinshuis en daar profiteert van de voorspelbaarheid, structuur, duidelijkheid en emotionele beschikbaarheid van de gezinshuisouders, is zij nog volop bezig met het verwerken van haar traumatische ervaringen. Daarnaast blijft zij kwetsbaar in contacten met haar moeder, ervaart zij angst en onzekerheid rondom haar toekomst en bestaan er zorgen over haar sociaal-emotionele en
schoolse ontwikkeling. De gezinshuisouder is in staat om aan te sluiten bij wat [de minderjarige] nodig heeft. Zij biedt haar veiligheid, stabiliteit, structuur en voorspelbaarheid. [de minderjarige] voelt zich thuis binnen het gezinshuis en heeft een vertrouwensband opgebouwd met haar gezinshuisouder. Deze opvoedomgeving sluit aan bij haar behoeften en biedt de voorwaarden die noodzakelijk zijn voor haar verdere ontwikkeling. Gelet op de noodzaak tot blijvende betrokkenheid van de gecertificeerde instelling zijn de gronden voor zowel de ondertoezichtstelling als de machtiging uithuisplaatsing nog onverminderd aanwezig.
4 De standpunten
De moeder heeft verweer gevoerd tegen het verzoek. De moeder mist [de minderjarige] heel erg en heeft er veel verdriet en stress van dat zij niet meer thuis woont. De moeder kan haar uithuisplaatsing daarom niet accepteren. Zij zou haar ook graag meer bij haar willen hebben, zodat ze hun moeder-dochter band kunnen opbouwen.
De gezinshuismoeder heeft ingestemd met het verzoek. Het gaat goed met [de minderjarige] in het gezinshuis en zij maakt een gelukkige indruk. Ze is erg gegroeid in haar ontwikkeling en heeft bijna geen woedeaanvallen meer. Het is wel van belang voor [de minderjarige] dat de moeder emotionele toestemming geeft voor de plaatsing in het gezinshuis.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 [de minderjarige] is een kwetsbaar meisje met complexe problematiek en een belast verleden. Hoewel zij in de afgelopen maanden positieve stappen heeft gezet in haar ontwikkeling, blijven er ook nog zorgen over haar ontwikkeling. Zo worden er vanuit school zorgen geuit en volgt [de minderjarige] een behandeling die zij als belastend ervaart. Ook heeft zij begeleide omgang met haar moeder, waarbij ze heeft aangegeven dat zij wil dat dit zo gecontinueerd blijft. Het is in haar belang dat er een jeugdbeschermer betrokken blijft die haar kan begeleiden, ondersteunen en die de noodzakelijke hulpverlening voor haar in kan zetten. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar. 2
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.3 Duidelijk is dat zij behoefte heeft aan rust, structuur, stabiliteit en duidelijkheid. Uit het eerder genomen perspectiefbesluit blijkt dat [de minderjarige] ’s perspectief is bepaald in het gezinshuis, waar zij al geruime tijd verblijft. Het gaat goed met haar in het gezinshuis, zij is veilig gehecht aan de gezinshuisouder en zij heeft het er naar haar zin. Het gezinshuis kan haar de begeleiding, ondersteuning, rust en veiligheid bieden die zij nodig heeft en het is in haar belang dat zij hier kan blijven. De kinderrechter verlengt daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in het gezinshuis voor de duur van een jaar. De kinderrechter begrijpt het verdriet van de moeder over de plaatsing van [de minderjarige] in het gezinshuis en benadrukt dat zij altijd haar moeder zal blijven. Er moet daarom ook in het komende jaar aandacht blijven voor hoe de moeder-dochterband kan worden vormgegeven. De kinderrechter geeft de moeder echter ook mee dat het heel belangrijk is voor [de minderjarige] dat de moeder haar ook de emotionele toestemming geeft voor de uithuisplaatsing, zodat [de minderjarige] de vrijheid ervaart om van zowel de moeder als de gezinshuismoeder te houden.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.4
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 16 september 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening tot 16 september 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 22 september 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.