RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/710103 / JE RK 26-1364
Datum uitspraak: 11 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [geboorteplaats 1],
hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats 2],
hierna te noemen: [minderjarige 2],
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2022 in [geboorteplaats 2],
hierna te noemen: [minderjarige 3],
hierna ook gezamenlijk te noemen: de kinderen
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1],
[de (stief)vader],
hierna te noemen: de (stief)vader,
wonende in [woonplaats 2],
advocaat mr. R. Shahbazi te Den Haag.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 juli 2026;
- de zienswijze van de (stief)vader van de advocaat van de (stief)vader van 12 augustus 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de (stief)vader met zijn advocaat;
- de moeder;
- [naam 1], namens de gecertificeerde instelling.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
[minderjarige 1] is erkend door de heer [naam 2].
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1].
[minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn erkend door de (stief)vader.
De moeder en de (stief)vader zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 3].
[minderjarige 1] woont bij de (stief)vader.
[minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen om de week bij de moeder en de (stief)vader.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 september 2025 [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 12 september 2026 en de machtiging verleend [minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de (stief)vader tot 12 december 2025.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 december 2025 de machtiging verlengd [minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de (stief)vader tot 12 september 2026.
3 Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] te verlengen tot aan zijn meerderjarigheid, te weten tot [datum] 2027. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de (stief)vader te verlengen tot aan zijn meerderjarigheid. De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De gecertificeerde instelling heeft de verzoeken, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd.
De relatie tussen de ouders kenmerkte zich voor hun relatiebreuk door langdurige en terugkerende conflicten, waarbij sprake is geweest van zowel verbale als fysieke escalaties. In 2024 is de relatie definitief beëindigd. Sindsdien is sprake van een complexe scheidingssituatie waarin de spanningen tussen de ouders voortduren. De aanhoudende (juridische) geschillen dragen bij aan de spanningen tussen de ouders en bemoeilijken de samenwerking in het belang van de kinderen. Tegelijkertijd zijn er ook positieve ontwikkelingen zichtbaar sinds het begin van de huidige ondertoezichtstelling. De ouders slagen erin om op belangrijke momenten rondom de kinderen met elkaar te communiceren en elkaar als ouder te respecteren. [minderjarige 1] verblijft sinds de zomer van 2025 bij (stief)vader. Sindsdien laat hij een positieve ontwikkeling zien. Hij heeft een bijbaan, functioneert beter op school en is in juni 2026 geslaagd voor zijn opleiding. Ook [minderjarige 2] heeft zich positief ontwikkeld op school en met hard werken een passend middelbaar schooladvies gekregen ondanks de eerder opgelopen achterstand. [minderjarige 3] ontwikkelt zich leeftijdsadequaat, sluit goed aan in de klas en er komen geen zorgen over haar schoolgang naar voren. De kinderen komen structureler op school en het aantal ziekmeldingen is afgenomen. De zorgregeling van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] is gewijzigd naar een week-op-weekregeling, welke na een gewenningsperiode door zowel de ouders als de kinderen als prettiger wordt ervaren dan de eerdere regeling. De (stief)vader maakt goed gebruik van de ondersteuning vanuit het VUHP-traject, vraagt tijdig om hulp en volgt adviezen op. De moeder erkent dat verandering noodzakelijk is en toont veel betrokkenheid en liefde richting haar kinderen. Het contact tussen de moeder en [minderjarige 1] is helaas nog niet hersteld. Een belangrijke positieve stap hierin is wel geweest dat [minderjarige 1] ermee heeft ingestemd dat moeder aanwezig mocht zijn bij zijn diploma-uitreiking. Daarnaast stimuleert de (stief)vader het contactherstel tussen [minderjarige 1] en moeder. Ondanks deze positieve ontwikkelingen is nog steeds sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij alle kinderen. Zij groeien nog steeds op in een situatie waarin zij langdurig worden blootgesteld aan spanningen tussen hun ouders, volwassenenproblematiek, loyaliteitsconflicten en gebrekkige samenwerking tussen de opvoeders. De ouders zijn op dit moment nog onvoldoende in staat om gezamenlijk de rust, voorspelbaarheid en emotionele veiligheid te bieden die noodzakelijk zijn voor een gezonde ontwikkeling van de kinderen. Het recent gestarte VUHP-traject bevindt zich nog in een beginfase waardoor nog geen bestendige veranderingen zichtbaar zijn. Gelet op de ernst en duur van de problematiek, het ontbreken van duurzaam contactherstel tussen [minderjarige 1] en de moeder en de noodzaak van voortgezette ondersteuning richting zijn volwassenheid, is voortzetting van zowel de ondertoezichtstelling als de machtiging uithuisplaatsing voor [minderjarige 1] noodzakelijk tot aan zijn meerderjarigheid. Ook is verlenging van de ondertoezichtstelling voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] noodzakelijk. Gedurende de komende verlengingsperiode zal het VUHP-traject worden voortgezet. De focus ligt daarbij op het versterken van de samenwerking tussen ouders, het terugbrengen van spanningen rondom de kinderen en het creëren van een stabiel en voorspelbaar opvoedklimaat.
De gecertificeerde instelling heeft ter zitting nog toegelicht dat in het gezinsplan op dit moment nog te veel de zorgen over het gezin worden benadrukt en dat de krachten van het gezin onvoldoende worden beschreven. De gecertificeerde instelling zal het gezinsplan herschrijven om een betere weergave te geven van de huidige situatie van het gezin.
4 De standpunten
De (stief)vader heeft ingestemd met het verzoek. Het gaat goed met de kinderen en er is meer rust gekomen in het gezin. De (stief)vader probeert [minderjarige 1] te motiveren voor wat betreft het contact met de moeder.
De advocaat van de (stief)vader heeft namens de (stief)vader naar voren gebracht het fijn te vinden dat de gecertificeerde instelling ter zitting heeft erkend dat het gezinsplan een onvoldoende positieve weergave geeft van wat het gezin heeft bereikt en in welke mate de (stief)vader zich heeft ingezet met de hulpverlening. De (stief)vader zou verder graag zien dat er dit jaar aan concrete doelen wordt gewerkt, zodat goed kan worden gezien waar het gezin vandaan komt, wat er tot nu toe is gebeurd en wat er nog noodzakelijk is voor hen.
De moeder heeft ingestemd met het verzoek. Zij heeft ingezien dat er dingen moeten veranderen en heeft zich hiervoor ingezet. Er is nu meer rust en plezier thuis en het gezin is in rustiger vaarwater terecht gekomen. Wel ziet de moeder dat er nog veel werk te doen is. De moeder was gestopt met haar persoonlijke behandeling omdat dit heel zwaar was voor haar, maar zij is voornemens om dit via een ander traject weer op te pakken. De moeder vindt het erg verdrietig dat het contact met [minderjarige 1] nog niet is hersteld, maar vindt het ook belangrijk dat hij gelukkig is. Haar deur staat altijd voor hem open.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] is voldaan.1
De kinderrechter merkt allereerst op dat zowel de (stief)vader als de moeder als de kinderen in het afgelopen jaar grote positieve stappen hebben gezet, waarvoor zij complimenten verdienen. Het lukt de ouders om in het belang van de kinderen over hen te communiceren wanneer dit echt nodig is, er is een passende en werkende zorgregeling vastgesteld en de kinderen ontwikkelen zich goed bij beide ouders. De kinderrechter vindt het positief om te horen dat de (stief)vader meewerkt en profiteert van de hulpverlening van VUHP en dat de moeder hard heeft gewerkt aan haar persoonlijke situatie en voornemens is om opnieuw te starten met haar persoonlijke behandeling. De kinderrechter is evenwel van oordeel dat de ontwikkeling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] toch nog steeds ernstig wordt bedreigd. Zij groeien nog steeds op in een situatie waarin zij langdurig zijn/worden blootgesteld aan spanningen tussen hun ouders, volwassenenproblematiek en loyaliteitsconflicten. Het contact tussen [minderjarige 1] en de moeder is nog niet hersteld en de noodzakelijke hulpverlening voor zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] is nog niet van de grond gekomen. Ook moet er zicht blijven op welk effect de complexe familiedynamieken hebben op [minderjarige 3]. De betrokkenheid van de jeugdbeschermer blijft dan ook noodzakelijk om te zorgen dat het gezin de hulpverlening en ondersteuning krijgt die zij nodig hebben.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] tot aan zijn meerderjarigheid. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de duur van een jaar.2
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.3 Het gaat goed met [minderjarige 1] bij de (stief)vader. De (stief)vader kan [minderjarige 1] de rust en stabiliteit bieden die hij nodig heeft. Alle betrokkenen zijn het erover eens dat het erg verdrietig is dat [minderjarige 1] en de moeder op dit moment geen contact hebben, maar dat het voor nu het beste is dat [minderjarige 1] bij de (stief)vader blijft. Vanuit hier kan verder worden toegewerkt naar contactherstel.
De kinderrechter verlengt daarom de machtiging om [minderjarige 1] uit huis te plaatsen bij de (stief)vader tot aan zijn meerderjarigheid.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.4
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] tot [datum] 2027;
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 12 september 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de (stief)vader tot [datum] 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 22 september 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.