ECLI:NL:RBROT:2026:13976

Datum uitspraak
18-09-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
12139970 CV EXPL 26-6796
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Huurachterstand, ontbinding en ontruiming toegewezen

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 12139970 CV EXPL 26-6796

datum uitspraak: 18 september 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Stichting Hef Wonen,

vestigingsplaats: Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: gerechtsdeurwaarder mr. E.L.B. Hundscheidt,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [plaats] ,

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘Hef Wonen’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 23 februari 2026, met bijlagen;

  • het antwoord;

  • een nadere productie van Hef Wonen, overgelegd tijdens de zitting op 18 juni 2026;

  • de akte van Hef Wonen.

1.2.

Op 18 juni 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig:

  • mr. F.J.M. van der Bruggen namens de gemachtigde van Hef Wonen;

  • [gedaagde] .

1.3.

[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de laatste akte van Hef Wonen, maar heeft dat niet gedaan.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

[gedaagde] huurt de woning aan de [adres] in Rotterdam van Hef Wonen. Er is een huurachterstand. Hef Wonen eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt en dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt. [gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen en de woning verlaten. Hierna wordt uitgelegd waarom.

[gedaagde] moet een huurachterstand van € 4.757,88 betalen

2.2.

[gedaagde] wordt veroordeeld om € 4.757,88 aan Hef Wonen te betalen. De partijen zijn het er namelijk over eens dat dit de huurachterstand was op het moment van de zitting. De huur tot en met de maand juni 2026 zit hier dus bij. [gedaagde] heeft uitgelegd hoe de schuld is ontstaan en dat hij het financieel moeilijk heeft (gehad). De kantonrechter begrijpt dat het voor [gedaagde] financieel niet makkelijk is (geweest), maar dat betekent niet dat hij te laat mag betalen.

De huurovereenkomst wordt ontbonden

2.3.

De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] verplicht was om de huur op tijd te betalen en dat niet heeft gedaan (artikel 6:265 BW). De huurachterstand bedraagt ruim vijf maanden en is daarmee ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen.

[gedaagde] moet de woning ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen

2.4.

Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moet [gedaagde] de woning met al zijn spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis. Hef Wonen heeft gevraagd om een ontruimingstermijn van drie dagen, maar die termijn vindt de kantonrechter te kort.

2.5.

Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 862,30 per maand betalen (artikel 7:225 BW). Hef Wonen eist ook een vergoeding voor de rest van de maand, maar heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde] die moet betalen. Daarom wordt dit deel van de eis afgewezen. Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW) als voor het verhogen van de huur.

[gedaagde] moet incassokosten betalen

2.6.

De incassokosten van € 299,96 (inclusief btw) worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).

[gedaagde] moet rente betalen

2.7.

De rente wordt toegewezen, omdat Hef Wonen genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde] aan Hef Wonen moet betalen de rente van € 288,27 die Hef Wonen heeft berekend tot 18 juni 2026.

Geen oneerlijke bepalingen

2.8.

De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.

Geen betalingsregeling in dit vonnis

2.9.

[gedaagde] heeft gevraagd om een betalingsregeling. De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet Hef Wonen namelijk toestemming geven en dat heeft zij niet gedaan (artikel 6:29 BW). Tijdens de zitting heeft Hef Wonen [gedaagde] de kans gegeven om een inkomsten/uitgavenformulier in te vullen ter onderbouwing van zijn voorstel voor een betalingsregeling, maar die kans heeft [gedaagde] niet benut. [gedaagde] kan wel contact opnemen met de gemachtigde van Hef Wonen om te vragen of zij alsnog een betalingsregeling wil afspreken.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

2.10.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Hef Wonen moet betalen op € 153,02 aan dagvaardingskosten, € 529,- aan griffierecht, € 576,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 288,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.402,02. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

2.11.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Hef Wonen dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Hef Wonen te betalen € 5.346,11 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 3.899,52 vanaf 18 juni 2026 tot de dag dat volledig is betaald;

3.2.

ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis de woning aan de [adres] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Hef Wonen te stellen;

3.3.

veroordeelt [gedaagde] om vanaf juli 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Hef Wonen te betalen € 862,30 per maand met de verhoging die is toegestaan;

3.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Hef Wonen worden begroot op € 1.402,02;

3.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.6.

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.

43416

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »