ECLI:NL:RBROT:2026:13711

Datum uitspraak
12-10-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
12366368 VV EXPL 26-532
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Kort geding. Vordering uitsluitend gebruik woning toegewezen. Gedaagde moet de woning verlaten.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 12366368 VV EXPL 26-532

datum uitspraak: 12 oktober 2026

Vonnis in kort geding van de kantonrechter

in de zaak van

[eiseres] ,

woonplaats: [woonplaats 1],

eiseres,

gemachtigde: mr. C.W.F. Jansen,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats 2],

gedaagde,

die zelf procedeert.

Partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

- de dagvaarding van 4 september 2026, met bijlagen.

1.2.

Op 28 september 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [eiseres] met haar gemachtigde en [gedaagde].

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

Partijen huren sinds 4 mei 2011 samen de woning aan de [straatnaam] in [locatie] (hierna: de woning). Ze hebben vier kinderen, van wie er nog een minderjarig is, dochter [minderjarige] van 17. Na een geweldsincident op 20 juni 2026 heeft [gedaagde] geëist dat [eiseres] en de kinderen de woning verlieten. [eiseres] is toen met [minderjarige] ingetrokken bij haar andere dochter, die een tweekamerwoning huurt. [gedaagde] is vervolgens voor naar Kosovo vertrokken en inmiddels weer teruggekeerd in de woning.

2.2.

[eiseres] vordert dat [gedaagde] de woning verlaat omdat er sprake is van een onhoudbare en onveilige situatie die wordt veroorzaakt door het gedrag van [gedaagde]. Zij wil er weer gaan wonen met [minderjarige], in ieder geval totdat de rechter in de bodemprocedure definitief heeft beslist wie de woning mag blijven huren. [gedaagde] is het hier niet mee eens en betwist dat [eiseres] medehuurder is. Hij voert verder aan dat hij de huur betaalt en bij toewijzing dakloos wordt. De vordering wordt echter toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.

Kort geding

2.3.

Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat [eiseres] heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor [gedaagde] als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.

Spoedeisend belang

2.4.

[eiseres] heeft voldoende gesteld om uit te gaan van de aanwezigheid van een spoedeisend belang bij haar vordering. Zij heeft namelijk uitgelegd dat zij met dochter [minderjarige] in een tweekamerwoning van en met haar andere dochter verblijft en dat dat geen houdbare en stabiele situatie is.

Huurovereenkomst

2.5.

Volgens [gedaagde] is [eiseres] geen huurder van de woning. Dit verweer wordt verworpen. Gelet op de huurovereenkomst die [eiseres] heeft overgelegd, is voldoende aannemelijk dat zij vanaf 4 mei 2011 medehuurders zijn. Zij staan beiden als huurder vermeldt. Dat de handtekening van [eiseres] ontbreekt en dat [gedaagde] de huur betaalde, zijn geen redenen om tot een ander oordeel te komen. Dit betekent dat partijen beiden een gebruiksrecht op de woning hebben.

Belangenafweging

2.6.

Partijen zijn het erover eens zijn dat zij niet langer samen in de woning kunnen verblijven. Daarom is nu de vraag wie in de woning mag blijven totdat in een bodemprocedure is beslist wie van hen de huurovereenkomst kan en mag voortzetten. Hiervoor moeten de belangen van partijen worden afgewogen.

2.7.

Die belangenafweging valt in het voordeel van [eiseres] uit. Geoordeeld wordt dat het belang van [eiseres] bij het voorlopig uitsluitend gebruik van de woning zwaarder moet wegen dan het belang van [gedaagde] om in de woning te blijven. Hierbij is meegenomen dat [eiseres] de feitelijke zorgdraagt voor [minderjarige], dat zij een opleiding volgt, dat daarom en voor haar verdere ontwikkeling een rustige en stabiele woonomgeving belangrijk is en dat de huidige woonsituatie niet houdbaar is. [gedaagde] heeft dit ook niet weersproken. Verder is voldoende aannemelijk dat het gedrag van [gedaagde] in ieder geval een rol heeft gespeeld bij het incident op 20 juni 2026 en dat [eiseres] zich daarna onder druk van [gedaagde] genoodzaakt heeft gezien de woning te verlaten. De ernst van de situatie wordt bevestigd door de informatie van Veilig Thuis die op zitting is voorgelezen. Een andere omstandigheid die is meegenomen is dat [gedaagde] na het vertrek van [eiseres] uit de woning twee keer voor langere tijd op vakantie naar Kosovo is gegaan en daar verbleef in een eigen woning. [gedaagde] heeft dit niet betwist, zodat ervan wordt uitgegaan dat hij op dit moment alternatieve verblijfsmogelijkheden heeft. Over het betalen van de huur is op zitting toegelicht dat [eiseres] op korte termijn over haar eigen uitkering kan beschikken en dan de lopende huur zelfstandig kan betalen. Tegenover dit alles staat het belang van [gedaagde] tot behoud van zijn gebruiksrecht van de woning. Dat belang is natuurlijk aanwezig, maar in verhouding tot die van [eiseres] voorlopig niet voldoende doorslaggevend.

Gebruiksrecht en ontruiming

2.8.

Gelet op dat wat hiervoor staat is voldoende aannemelijk dat in de bodemprocedure, die zoals op zitting is toegelicht inmiddels is gestart en voor antwoord staat, het huurrecht aan [eiseres] wordt toegekend. Het is daarom gerechtvaardigd op die uitkomst voor uit te lopen en de vorderingen toe te wijzen. De ontruimingstermijn wordt bepaald op 14 dagen na betekening van dit vonnis. Deze termijn wordt passender geacht dan de twee dagen die zijn gevorderd.

2.9.

De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie wordt afgewezen. Op grond van de artikelen 556 lid 1 en artikel 557 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de deurwaarder namelijk, zonder rechterlijke tussenkomst, bevoegd de hulp van de (sterke arm van) politie in te roepen. De kosten van zo’n noodzakelijke ontruiming komen op grond van het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders voor rekening van [gedaagde].

Proceskosten

2.10.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 153,02 aan dagvaardingskosten, € 93,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 967,02. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Uitvoerbaar bij voorraad

2.11.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

bepaalt dat [eiseres] met uitsluiting van [gedaagde] gerechtigd is tot het gebruik van de woning aan de [straatnaam] in [locatie], met ingang van de datum van betekening van dit vonnis en totdat in de aanhangige bodemprocedure tussen partijen is beslist over de voortzetting van de huurovereenkomst;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] om de woning aan de [straatnaam] in [locatie] binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis met al het zijne en de zijnen te verlaten en te ontruimen, en deze woning niet meer te betreden;

3.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 967,02;

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.5.

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.

53954

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »