RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/724456 / JE RK 26-1560
Datum uitspraak: 9 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. J.A. Smits, kantoorhoudende te Rotterdam,
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 5 augustus 2026, ontvangen op diezelfde datum;
-
het gezinsplan van de GI van 12 augustus 2026, ontvangen op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de vader;
-
de advocaat van de moeder;
- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
[voornaam minderjarige] woont bij zijn moeder.
Bij beschikking van 9 maart 2026 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 17 september 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht dit als volgt toe. Er zijn nog zorgen over zowel de fysieke als emotionele ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] laat zorgelijk gedrag zien in de thuissituatie en hij gaat al langere tijd niet naar school. De samenwerking tussen de ouders verloopt moeizaam. Zij hebben regelmatig een andere visie over wat in het belang van [voornaam minderjarige] is. Met behulp van de GI ligt er nu een zorgregeling waar de ouders zich aan houden. Eind april is Gezin Totaal gestart in de thuissituatie bij de moeder. Dit traject zal een half jaar duren. De vader staat op de wachtlijst voor ambulante hulpverlening vanuit iHub en [voornaam minderjarige] staat op de wachtlijst voor individuele therapie bij het EMC voor zijn angst- en spanningsklachten. Voor dit schooljaar is er een schema opgesteld tot aan de herfstvakantie om [voornaam minderjarige] gefaseerd terug te laten keren naar school. In de komende zes maanden zal de hulpverlening bij de moeder en de opstart van de hulpverlening bij de vader gemonitord worden en zal er worden gekeken of andere hulpverlening dient te worden ingezet.
4 De standpunten
Namens de moeder wordt tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het verzoek van de GI. Het lukt de ouders niet om afspraken te maken en zij hebben een andere beleving. Daarnaast heeft het gezin geen vaste jeugdbeschermer meer en daarmee geen vast aanspreekpunt, waardoor er ruis ontstaat. Zo wordt de vader niet op de hoogte gebracht over de plannen. Gezien de zorgen en de ontbrekende communicatie tussen de ouders is regievoering door de GI nog noodzakelijk.
De vader brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. Vanwege het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer, wordt er geen terugkoppeling gegeven aan de vader. Hierdoor heeft hij het gevoel dat hij niet wordt betrokken bij de hulpverlening. De vader is bereid mee te werken aan alles wat nodig is in het belang van [voornaam minderjarige] .
5 De beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de 12-jarige [voornaam minderjarige] nog ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Er zijn zorgen over zijn fysieke gezondheid, hij gaat al geruime tijd niet naar school en hij laat zelfbepalend gedrag zien in de thuissituatie. Ook kampt [voornaam minderjarige] met angst- en spanningsklachten. Het lukt de ouders niet om samen te werken in het belang van [voornaam minderjarige] . Er is hulpverlening ingezet bij de moeder thuis. De vader staat op de wachtlijst bij iHub voor ambulante hulpverlening in het weekend. En [voornaam minderjarige] staat op de wachtlijst voor hulpverlening vanuit het EMC. Het is van belang dat er regie wordt gevoerd over de ingezette hulpverlening voor de moeder en de nog in te zetten hulpverlening voor de vader en [voornaam minderjarige] . Daarbij is het van belang dat zowel de moeder als de vader regelmatig een terugkoppeling krijgt van de GI.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van zes maanden.2
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 17 maart 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026 door L.L.H. Roebroek, kinderrechter, in aanwezigheid van E.G.H. Kerr als griffier, en op schrift gesteld op 16 september 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.