Rechtbank Rotterdam
Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/672065 / FA RK 24-319
Beschikking van 21 augustus 2026 over de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van:
[naam 1] , hierna: de vrouw,
wonende te [plaats] ,
advocaat mr. V.K.S. Deetman te Dordrecht,
t e g e n
[naam 2] , hierna: de man,
wonende te [plaats] ,
advocaat mr. K. Beumer te Middelharnis,
ouders van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2010 te [geboorteplaats] , die vertegenwoordigd is door mr. R.A.A.H. van Leur en drs. I.M.B. van Noort, in hun hoedanigheid als bijzondere curatoren over de minderjarige (hierna: de bijzondere curatoren).
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de beschikking van 7 november 2025;
-
de verslagen van de bijzondere curatoren, ingekomen op 25 februari 2026 en 1 april 2026;
-
de berichten van de vrouw van 4 maart 2026 en 1 april 2026;
-
het bericht van de man van 2 april 2026.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 16 juli 2026. Daarbij zijn verschenen:
-
de man, bijgestaan door zijn advocaat;
-
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
-
de bijzondere curatoren;
-
de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
2 De verdere beoordeling
Het verzoek van de vrouw
De vrouw handhaaft haar verzoek om de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen, zodat er geen contact meer is tussen de man en de minderjarige.
De man voert gemotiveerd verweer en bepleit afwijzing van het verzoek.
Verloop van de procedure ten aanzien van het verzoek en de standpunten
In deze procedure zijn er meerdere beschikkingen gewezen ten aanzien van de zorgregeling. Vaststaat dat het laatste contact tussen de man en de minderjarige in januari 2024 heeft plaatsgevonden. Bij vonnis van deze rechtbank van 5 februari 2024 heeft de voorzieningenrechter de zorgregeling tussen de man en de minderjarige geschorst en de man gebieds- en contactverboden opgelegd onder verbeurte van een dwangsom. De aanleiding hiervan was de verdenking dat de man een moord op de vrouw zou hebben beraamd, als gevolg waarvan de vrouw en de minderjarige gedurende een periode in een Safe House moesten verblijven. Uiteindelijk is de zaak tegen de man geseponeerd. Het hof heeft bij arrest in kort geding van 24 september 2024 het bestreden vonnis vernietigd voor zover dit ziet op de meerderjarige kinderen van de vrouw, de door de rechtbank opgelegde dwangsom gemaximeerd tot een bedrag van €25.000,-, en het meer of anders gevorderde afgewezen. Het vonnis is voor het overige in stand gebleven.
Deze rechtbank heeft op 30 oktober 2024 een tussenbeschikking gewezen, waarbij het verzoek van de vrouw om geen omgang te bepalen is aangehouden. De rechtbank heeft destijds overwogen dat het nog te vroeg was om definitief te bepalen dat er helemaal geen contact meer zal zijn tussen de man en de minderjarige. De bedoeling was dat de minderjarige eerst het traject bij de Jeugd GGZ zou doorlopen, zodat in kaart kon worden gebracht wat in het belang van de minderjarige is. Dit traject is echter niet opgestart omdat de minderjarige niet langer behoefte had aan hulpverlening. Volgens de vrouw wilde de minderjarige zich namelijk vrij en onbelast kunnen ontwikkelen.
In de beschikking van deze rechtbank van 7 november 2025 is het verzoek van de vrouw tot wijziging van de zorgregeling opnieuw aangehouden. De vrouw was van mening dat het de minderjarige meer schaadt wanneer er geen omgang plaatsvindt. Bovendien bleek dat de minderjarige niet openstond voor contact met zijn vader. Gelet hierop heeft de rechtbank, mede op advies van de raad, twee bijzondere curatoren benoemd om de belangen van de minderjarige te behartigen. De rechtbank overwoog daarbij expliciet dat, gelet op de complexe dynamiek tussen de ouders, het niet zo moet zijn dat de ouderlijke verantwoordelijkheid bij de minderjarige komt te liggen. De bijzondere curatoren hebben meermaals met de minderjarige gesproken en op basis daarvan een advies uitgebracht, dat hieronder zal worden besproken.
Uit het eindrapport van de bijzondere curatoren van 26 maart 2026 volgt dat zij adviseren geen omgang tussen de man en de minderjarige op te leggen. Dit advies houdt vooral verband met de leeftijd van de minderjarige. De bijzondere curatoren constateren dat er op dit moment geen enkele ruimte bestaat voor enige vorm van contact tussen de man en de minderjarige. Dit advies is tijdens de mondelinge behandeling door hen nader toegelicht. Van Noort heeft uitgelegd dat hoewel de strafrechtelijke zaak die tegen de man liep geen juridische gevolgen heeft gehad, de impact daarvan op de levens van de vrouw en de minderjarige groot is geweest. De minderjarige was destijds dertien jaar en heeft gezien hoe angstig zijn moeder was voor zijn vader. Bovendien heeft hij zelf ook intense angst ervaren. De vrouw en de minderjarigen wonen samen en hebben als gevolg van de strafrechtelijke verdenking halsoverkop hun woning moeten verlaten. Tegen die achtergrond is het volgens de bijzondere curator begrijpelijk dat de vrouw en de minderjarige in die periode naar elkaar zijn toegetrokken en dat de minderjarige een sterk loyaliteitsgevoel naar zijn moeder heeft ontwikkeld. Daarbij komt dat hij inmiddels vijftien jaar oud is en zijn mening gelet op zijn leeftijd zwaar meeweegt. Op dit moment heeft de minderjarige geen behoefte aan contact met de man. Dit neemt volgens de bijzondere curator niet weg dat contact met de man belangrijk kan zijn voor de identiteitsontwikkeling van de minderjarige, maar zij acht het gelet op het voorgaande niet in het belang van de minderjarige om nu omgang op te leggen.
Van Leur heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat ook het nemen van regie over zijn eigen leven meespeelt in de keuze van de minderjarige. Hij heeft jarenlang in een spagaat gezeten tussen zijn ouders door de complexe dynamiek tussen hen. Volgens de bijzondere curator is het op dit moment in het belang van de minderjarige om zijn eigen ruimte in te kunnen nemen. Hij heeft bij wijze van spreken eerst zuurstof nodig om mogelijk op termijn het contact met zijn vader te kunnen herstellen, aldus de bijzondere curator.
De man heeft aangegeven dat het advies uit het eindrapport van de bijzondere curatoren voor hem onverwacht kwam en dat hij dit als ingrijpend ervaart. Dit neemt niet weg dat de man begrijpt dat de strafrechtelijke verdenking tegen hem en de gevolgen daarvan grote impact hebben gehad op de minderjarige en de vrouw. Daarbij komt dat het verloop van deze procedure en de daarmee gemoeide tijdsduur volgens de man niet bevorderlijk zijn geweest voor de relatie tussen hem en de minderjarige. Inmiddels zijn er enkele jaren verstreken, waarin geen gesprekken hebben plaatsvonden tussen de ouders dan wel tussen de man en de minderjarige. Tegelijkertijd is de minderjarige ouder geworden en heeft hij zich verder ontwikkeld in een periode waarin zijn vader geen deel heeft uitgemaakt van zijn leven. De man geeft aan dat hij dit graag anders had gezien. Desondanks legt hij zich hij zich met pijn in het hart neer bij de wens van de minderjarige om geen contact met hem te hebben en geeft aan deze wens te respecteren. De man benoemt daarbij dat hij hoopt dat de minderjarige ziet dat de man middels deze procedure heeft geprobeerd voor hem te vechten en dat hij altijd open blijft staan voor contactherstel.
De vrouw geeft aan dat het altijd haar doel is geweest dat de minderjarige op een leuke en veilige manier bij de man kan zijn. Zij ziet echter op dit moment geen ruimte bij hem voor contact.
Overweging rechtbank
Uitgangspunt van artikel 1:377a BW is dat een kind recht heeft op omgang met zijn ouders en dat de niet met het gezag belaste ouder het recht heeft op en de verplichting heeft tot omgang met zijn kind. Op grond van artikel 1:377a lid 3 BW wordt het recht op omgang slechts ontzegd als:
-
omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
-
de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
-
het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder heeft doen blijken, of
-
omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank onderkent dat sprake is van een complexe gezinssituatie die al geruime tijd speelt en waarin inmiddels meerdere procedures zijn gevoerd. Ook acht de rechtbank het invoelbaar dat zowel bij de vrouw als bij de man om verschillende redenen veel emoties spelen ten aanzien van de omgang tussen de man en de minderjarige. Het uitgangspunt is dat moet worden gekeken naar wat in het belang is van de minderjarige. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de leeftijd van de minderjarige en zijn weerstand tegen contact met de man, uitvoering geven aan de bestaande zorgregeling op dit moment in strijd is met de zwaarwegende belangen van de minderjarige (artikel 1:377a lid 3 sub d BW). De rechtbank is het met de raad eens dat de minderjarige rust nodig heeft en dat de druk die hij ervaart rondom het eventueel moeten hebben van omgang met zijn vader moet worden weggenomen. De rechtbank volgt dus het advies van de bijzondere curatoren, waaruit onder meer volgt dat de minderjarige regie over zijn eigen leven moet kunnen nemen. De rechtbank zal de man echter niet het recht op omgang met de minderjarige ontzeggen en zal hieronder nader toelichten waarom.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man verzocht het verzoek van de vrouw af te wijzen, zodat er geen formele beslissing wordt genomen waarbij hem het recht op omgang met de minderjarige wordt ontzegd. Op die manier blijft de mogelijkheid open dat er in de toekomst enige vorm van contact kan ontstaan en bestaat ook de ruimte om bijvoorbeeld een kaartje te sturen, aldus de man. De man heeft daarbij toegezegd zich erbij neer te leggen dat aan de bestaande zorgregeling geen uitvoering wordt gegeven. De vrouw heeft aangegeven hier geen bezwaar tegen te hebben en toegezegd dat zij ervoor zal zorgen dat de kaarten van de man daadwerkelijk bij de minderjarige terechtkomen. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw gelet hierop afwijzen. De bestaande zorgregeling blijft daarmee formeel in stand, maar wordt feitelijk niet uitgevoerd.
Tot slot heeft de man tijdens de mondelinge behandeling aan de vrouw verzocht om hem enige informatie te verstrekken over de minderjarige. De vrouw heeft aangegeven hier geen bezwaar tegen te hebben. De rechtbank zal daarom deze overeenstemming, zoals besproken tijdens de mondelinge behandeling, opnemen in deze beschikking.
Informele rechtsingang en terugkoppeling minderjarige
In de beschikking van deze rechtbank van 7 november 2025 is de informele rechtsingang van de minderjarige (bekend onder zaak-/en rekestnummer C/10/680129 / FA RK 24/420) afgesloten, omdat die procedure is opgegaan in deze procedure die over hetzelfde onderwerp gaat. De rechtbank zal de minderjarige op de hoogte brengen van haar beslissing via de volgende brief:
Beste [minderjarige] ,
In de laatste brief die de kinderrechter (mijn collega) aan jou heeft geschreven, vertelde zij dat zij twee bijzondere curatoren had benoemd om met jou in gesprek te gaan en jouw belangen te behartigen. Zij hebben een verslag geschreven. Daarin hebben zij mij geadviseerd dat je je vader niet hoeft te zien. Ik heb dat rapport op 16 juli 2026 met jouw ouders en hun advocaten besproken. Dit was tijdens de zitting en de bijzondere curatoren waren daarbij ook aanwezig.
Ik heb gezien dat jouw ouders allebei willen dat het goed met jou gaat en dat ik een beslissing neem die het meest in jouw belang is. De bijzondere curatoren hebben tijdens de zitting uitgelegd dat het belangrijk is dat er goed wordt geluisterd naar wat jij nodig hebt. Op dit moment heb jij geen behoefte aan contact met jouw vader. De bijzondere curatoren hebben ook uitgelegd dat de strafrechtelijke verdenking tegen jouw vader en de gevolgen daarvan veel impact op jou hebben gehad. Dat is goed te begrijpen. Zij hebben daarbij aangegeven dat er op dit moment bij jou geen ruimte is voor contact met jouw vader.
De raad voor de kinderbescherming was ook op de zitting. De raad komt, zoals je misschien weet, naar de zitting om mij advies te geven over kinderen. De raad adviseerde om jou rust te gunnen en daarom de druk die jij mogelijk ervaart om weer omgang met jouw vader te moeten hebben, weg te nemen. Ik heb goed nagedacht over het advies van de bijzondere curatoren en het advies van de raad en heb besloten om geen omgang vast te stellen tussen jou en jouw vader. Dit betekent dat er geen verplichte omgangsmomenten zijn tussen jou en jouw vader. Zo krijg jij de ruimte om, mocht je daar in de toekomst weer behoefte aan hebben, op jouw eigen manier en in jouw eigen tempo het contact met jouw vader op te bouwen. Je ouders vinden het belangrijk dat je vader wel weet hoe het met je gaat. Daarom hebben ze afgesproken dat je vader elke drie maanden informatie krijgt over hoe het met jou gaat.
Tot slot vind ik het ook belangrijk om te benoemen dat jouw vader jouw wens om geen contact met hem te hebben begrijpt en respecteert. Tijdens de zitting heeft jouw vader aan mij verteld dat hij altijd open blijft staan voor contactherstel en dat hij bovenal wil dat jij je op een fijne manier kunt ontwikkelen tot een volwassene.
Ik wens je een goede start van het nieuwe schooljaar!
Beëindigen taak bijzondere curatoren
De rechtbank is van oordeel dat de taak van de bijzondere curatoren in deze procedure als beëindigd kan worden beschouwd. Mocht een van partijen echter een rechtsmiddel instellen, dan herleeft de taak van de bijzondere curatoren. De rechtbank zal op die manier beslissen.
Proceskosten
Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.
3 De beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek van de vrouw;
neemt op de tussen partijen overeengekomen informatieregeling, te weten:
-
de vrouw stelt de man, met ingang van 1 september 2026, elke drie maanden (telkens de 1e van die maand) schriftelijk op de hoogte over de belangrijke ontwikkelingen over de minderjarige, met uitzondering van de ontwikkelingen op school;
-
de man zal niet reageren op deze informatieverstrekking door de vrouw;
beschouwt – voor zover er geen hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing – de werkzaamheden van de bijzondere curatoren mr. R.A.A.H. van Leur, advocaat, en drs. I.M.B. van Noort, psycholoog, met ingang van heden als beëindigd;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. E.M. Moerman, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. N.W.J. van der Veen, griffier, 21 augustus 2026. |
||
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.