ECLI:NL:RBOVE:2026:6039

Datum uitspraak
08-10-2026
Instantie
Rechtbank Overijssel
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Zaaknummer
ZWO 25/2405
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De enkele ontkenning van belanghebbende dat sprake is van door belanghebbende gevoerde reclame op/aan beide panden worden door genoemde foto’s van de heffingsambtenaar onbetwist weerlegd en weersproken. [..] De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat het belastbare feit zich (op meerdere dagen) heeft voorgedaan en dat de aanslag reclamebelasting van 31 mei 2025 terecht is opgelegd.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 25/2405

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Kampen

Inleiding

De heffingsambtenaar heeft op 31 mei 2025 aan belanghebbende een (combi-)aanslag reclamebelasting opgelegd (aanslagnummer [nummer 1]) voor belastingjaar 2025

(de aanslag reclamebelasting).

Belanghebbende heeft een bezwaarschrift ingediend.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar op 6 augustus 2025 ongegrond verklaard (de uitspraak op bezwaar).

Belanghebbende heeft beroep ingesteld.

De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

Nadat de partijen zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord, heeft geen van partijen verklaard gebruik te willen maken van dit recht. De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Daarop is het onderzoek gesloten.

Feiten

1. Belanghebbende heeft een autobedrijf. De bedrijfsactiviteiten (uitgeoefend onder KvK-nummer [nummer 2]), vinden plaats op twee naast elkaar gelegen locaties: [adres 1] (Autobedrijf [belanghebbende]) en [adres 2] ([bedrijf]) te [plaats]. Er wordt gebruik gemaakt van dezelfde toegangsweg. Op 5 december 2024, 4 april 2025 en in mei 2025 heeft ten aanzien van beide adressen controle plaatsgevonden in het kader van de reclamebelasting. Een en ander is fotografisch vastgelegd. Op basis van de bevindingen is aan belanghebbende op 31 mei 2025 de aanslag reclamebelastingen voor belastingjaar 2025 opgelegd ten aanzien van beide locaties ter hoogte van € 1.124,-.

Vooraf

2. Belanghebbende stelt in beroep het evenmin eens te zijn met de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar over de aan hem opgelegde aanslagen reclamebelasting inzake de belastingjaren 2022, 2023 en 2024.

De heffingsambtenaar heeft in die (oude) uitspraken op bezwaar de door belanghebbende ingediende bezwaarschriften gericht tegen aanslagen reclamebelasting betreffende 2022, 2023 en 2024 destijds ongegrond verklaard. Belanghebbende is niet in beroep gegaan tegen deze uitspraken op bezwaar. De opgelegde aanslagen reclamebelasting voor de belastingjaren 2022, 2023 en 2024 staan daarom in rechte vast.

Beoordeling van het beroep

3. In geschil is of de heffingsambtenaar de aanslag reclamebelasting voor belastingjaar 2025 terecht heeft opgelegd.

4. Volgens belanghebbende is op 5 december 2024 ten aanzien van [adres 1] en 10 geen sprake is geweest van reclameobjecten die zichtbaar waren vanaf de openbare weg. Volgens belanghebbende ontbreekt daarvoor ieder bewijs.

5. Volgens de heffingsambtenaar is de aanslag reclamebelasting terecht opgelegd. De controleurs hebben hun bevindingen tijdens de controle op 5 december 2024 vastgelegd op foto’s.

6. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar de aanslag reclamebelasting terecht heeft opgelegd en overweegt daartoe als volgt.

6.1.

Op grond van artikel 2 van de Verordening tot de heffing en invordering van Reclamebelasting Haatland voor 2025 (hierna: de Verordening) wordt onder ‘reclamebelasting’ belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. Een openbare aankondiging is een tot het publiek gerichte mededeling die erop is gericht de belangstelling van het publiek te trekken voor hetgeen wordt aangekondigd1. Het is niet relevant of de openbare aankondiging het doel heeft om reclame te maken. Zo vallen waarschuwingsborden langs auto- en snelwegen ook onder het begrip openbare aankondiging2.

6.2.

Op grond van de Verordening kan reclamebelasting worden opgelegd aan belastingplichtigen binnen het in artikel 4 van de Verordening genoemde begrensde gebied (zoals aangegeven op de kaart bij de Verordening). [adres 1] en 10 liggen in dit begrensde gebied.

6.3.

Op 5 december 2024 en op 4 april 2025 en in mei 2025 hebben controleurs vanaf de openbare weg geconstateerd dat bij beide panden/adressen (woonhuis danwel bedrijfsruimte) sprake was van vanaf de openbare weg zichtbare, door belanghebbende aangebrachte/gevoerde reclameobjecten met logo's en bedrijfsnamen.

De controleurs hebben hun bevindingen fotografisch vastgelegd; de foto’s zijn bij het verweerschrift gevoegd als bijlagen 5A tot en met D.

6.4.

De enkele ontkenning van belanghebbende dat sprake is van door belanghebbende gevoerde reclame op/aan beide panden wordt door genoemde foto’s van de heffingsambtenaar onbetwist weerlegd en weersproken.

Op de foto’s is zien dat op de deur van [adres 2] een tekst is aangebracht met ‘[bedrijf] - ingang receptie’. Op de gevel is een bord aangebracht met de tekst ‘Autobedrijf [belanghebbende]’. Op de foto’s van de situatie buiten het hek is een aantal vlaggenmasten te zien met vlaggen met tekst en logo ‘Autobedrijf [belanghebbende]’. Bij de ingang van de toegangsweg staan borden met het logo / de tekst ‘Autobedrijf [belanghebbende]’ en ‘[bedrijf]'. Ten slotte is - zichtbaar vanaf de openbare weg - een bord aan het pand [adres 1] te zien met het logo / de tekst ‘Autobedrijf [belanghebbende] / ingang werkplaats receptie’ (foto op bijlage 5D bij het verweerschrift). Belanghebbende heeft de realiteit die blijkt uit genoemde foto’s niet (gemotiveerd) weersproken of betwist.

6.5.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat het belastbare feit zich (op meerdere dagen) heeft voorgedaan en dat de aanslag reclamebelasting van 31 mei 2025 terecht is opgelegd.

6.6.

De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dit betekent dat de aanslag reclamebelasting met aanslagnummer [nummer 1] in stand blijft. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug. Er bestaat evenmin aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.M. van Westerlaak, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), locatie Arnhem, postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »