ECLI:NL:RBOVE:2026:6037

Datum uitspraak
08-10-2026
Instantie
Rechtbank Overijssel
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Zaaknummer
ZWO 26/1111
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Bij de heffingsambtenaar is geen storing aan de bewuste parkeerautomaat op 7 maart 2026 bekend. Belanghebbende heeft de gestelde storing niet met (verifieerbare) gegevens onderbouwd evenmin als zijn stelling over beweerdelijke verklaringen van handhavers over een storing. Het is aan belanghebbende om daarvan (een begin van) bewijs te leveren. Dat de betaling niet is voltooid komt doordat de betaling is afgebroken - veelal doordat de pinpas te snel wordt teruggetrokken -. Als betaling van parkeergeld om welke reden ook wordt afgebroken ontslaat dit de parkeerder niet van de verplichting om de vereiste parkeerbelasting te voldoen. Beroep ongegrond.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 26/1111

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende

en

het hoofd van de afdeling Juridische Zaken van de gemeente Zwolle, de heffingsambtenaar.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen een naheffingsaanslag parkeerbelastingen van 7 maart 2026.

Belanghebbende heeft een bezwaarschrift ingediend.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft beroep ingesteld.

De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

Nadat de partijen zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord, heeft geen van partijen verklaard gebruik te willen maken van dit recht. De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Daarop is het onderzoek gesloten.

Feiten

1. Op 7 maart 2026 om 10:46 uur is tijdens een parkeercontrole in de Assendorperdijk te Zwolle geconstateerd dat daar de auto (kenteken [kenteken]) van belanghebbende stond geparkeerd op een ‘betaald parkeren’ plek zonder dat sprake was van een parkeerrecht.

De controleur heeft om 10:46 uur een naheffingsaanslag parkeerbelastingen opgelegd aan de kentekenhouder (belanghebbende) van € 84,00 bestaande uit € 2,00 aan tariefkosten en

€ 82,00 aan standaardkosten naheffing.

Beoordeling door de rechtbank

2. In geschil is of de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag, alle omstandigheden in aanmerking genomen, terecht heeft gehandhaafd.

3. Belanghebbende voert aan dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd. Hij heeft op 7 maart 2026 ’s morgens via de parkeerautomaat betaald. Nadien is gebleken dat de betaling niet is afgerond of doorgezet, maar daarvan was hij niet op de hoogte. Naar eigen zeggen kreeg belanghebbende geen foutmelding. Belanghebbende heeft als bewijs schriftelijke transactiegegevens van de ASN-bank overgelegd. Hieruit blijkt dat op 7 maart 2026 om 9:44 uur een bedrag van € 2,25 is afgeschreven van zijn ASN-bankrekening.

3.1.

Belanghebbende stelt verder dat hij een week na de naheffingsaanslag de handhavers heeft gesproken die de naheffingsaanslag hebben opgelegd. Deze vertelden hem dat op 7 maart 2026 sprake is geweest van een storing bij de bewuste betaalautomaat. Volgens belanghebbende is de betaling daardoor niet afgerond wat niet aan hem te wijten is. Hij parkeert elke week op dezelfde locatie en betaalt altijd parkeergeld.

4. Volgens de heffingsambtenaar is een storing bij de bewuste parkeermeter of in het systeem op 7 maart 2026 niet bekend.

De betaling werd afgebroken. De heffingsambtenaar heeft transactiegegevens overgelegd van 7 maart 2026 waarop staat: ‘aborted’, wat betekent dat de betaling niet is doorgezet.

Dat het bedrag wel werd afgeschreven van de rekening van belanghebbende duidt erop dat de betaalautomaat naar behoren heeft gefunctioneerd.

5. De rechtbank overweegt als volgt.

5.1.

De rechtbank is van oordeel dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

Bij de heffingsambtenaar is geen storing aan de bewuste parkeerautomaat op 7 maart 2026 bekend. Belanghebbende heeft de gestelde storing bovendien niet met (verifieerbare) gegevens onderbouwd evenmin als zijn stelling over beweerdelijke verklaringen van handhavers. Het is aan belanghebbende om daarvan (een begin van) bewijs te leveren.

5.2.

Dat de betaling niet is voltooid komt doordat de betaling is afgebroken - veelal doordat de pinpas te snel wordt teruggetrokken.

De afboeking van de rekening wordt dan door de bank teruggestort omdat het betalingsproces is afgebroken. Als een betaling bij een parkeerautomaat wordt afgebroken, volgt bovendien een korte melding of waarschuwing. Belanghebbende had kunnen weten dat de betaling niet was voltooid. Hij heeft ook geen reçu van betaling overgelegd. Als betaling van parkeergeld om welke reden ook wordt afgebroken ontslaat dit de parkeerder niet van de verplichting om de vereiste parkeerbelasting te voldoen.

5.3.

Nu de betaling van de parkeerbelasting niet is voltooid, is niet aan de aangifteplicht voor de parkeerbelasting voldaan.

5.4.

Parkeerbelasting is een objectieve belasting waarbij opzet en schuld of verwijtbaarheid geen rol spelen. Persoonlijke vergissingen komen voor rekening van de betrokkene. Alleen in bijzondere gevallen, zoals overmacht, kan van de strikte naleving van de regels worden afgeweken. Dat is gesteld noch gebleken.

5.5.

De beroepsgronden slagen niet.

6. Aan de voorwaarden voor het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelastingen is voldaan. De naheffingsaanslag is gelet hierop terecht opgelegd.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt en dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting in stand blijft. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug en evenmin een vergoeding voor proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.M. van Westerlaak, griffier en uitgesproken op

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »