RECHTBANK OVERIJSSEL
locatie Zwolle
team familie- en jeugdrecht
zaaknummer: C/08/344700 / FA RK 26-324
beschikking van 30 juli 2026
inzake
[de moeder] ,
verder te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats 1],
verzoekster,
advocaat: mr. J.F.I. Abadom,
en
[de vader] ,
verder te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats 2],
belanghebbende,
advocaat: mr. C. Spekschoor.
1 Het procesverloop
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het verzoekschrift, met bijlagen, binnengekomen op 05 februari 2026;
- de referteverklaring, binnengekomen op 1 april 2026.
De rechtbank heeft op 15 juli 2026 met na te noemen minderjarige gesproken.
2 De feiten
De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad, uit welke relatie is geboren het navolgende minderjarige kind:
[minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2015.
De vader en de moeder oefenen gezamenlijk het gezag uit over de minderjarige. De minderjarige heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder.
De vader en de moeder hebben de gevolgen van het beëindigen van hun relatie vastgelegd in het ouderschapsplan dat zij beiden op 12 juni 2020 ondertekend hebben. In dit ouderschapsplan zijn de vader en de moeder, voor zover nu van belang, overeengekomen dat [minderjarige] eenmaal per veertien dagen bij de man verblijft van vrijdag 16.00 uur tot zondag 16.00 uur.
Bij beschikking van de rechtbank Overijssel van 22 juli 2019 is de eerdere beschikking van de rechtbank van 24 augustus 2016 gewijzigd en vastgesteld dat de bijdrage van de man aan de vrouw in de kosten van verzorging en opvoeding van het minderjarige kind van partijen met ingang van 1 juli 2019 op € 87,- per maand bedraagt, voor de toekomst telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
3 Het verzoek
De vrouw verzoekt de rechtbank bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
-
de zorgregeling zoals volgt uit de door partijen op 12 juni 2020 ondertekende ouderschapsplan te wijzigen en in plaats daarvan te bepalen dat de man het recht op omgang met [minderjarige] wordt ontzegd;
-
de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, d.d. 22 juli 2019 te wijzigen en de door de man te betalen kinderalimentatie met ingang van 1 december 2025 op nihil te stellen.
4 De referteverklaring
De vader heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en voert geen verweer tegen de verzoeken.
5 De beoordeling
De rechtbank kan op grond van art. 1:377a BW het recht op omgang ontzeggen onder meer als dat in het belang van het kind is. Wat de rechtbank betreft wordt hieraan voldaan. De rechtbank licht dit als volgt toe.
De rechtbank heeft met [minderjarige] gesproken op 15 juli 2026. De rechtbank heeft vastgesteld dat [minderjarige] al geruime tijd niet meer bij haar vader geweest is. En dat dat ook de wens van [minderjarige] is, dat dat niet meer hoeft. De rechtbank heeft goed geluisterd naar waarom [minderjarige] dat niet meer wil.
De rechtbank heeft daarnaast vastgesteld dat de vader zich gerefereerd heeft aan het oordeel van de rechtbank. Dat betekent dat mogelijke vragen over het verzoek van de moeder niet meer relevant zijn, want de ouders zijn het eens en [minderjarige] wil het graag zo. De rechtbank heeft [minderjarige] toegezegd dat zij dit besluit schriftelijk zal bevestigen aan [minderjarige]. Dat doet de rechtbank in een briefje met de volgende inhoud:
Beste [minderjarige],
Op 15 juli 2026 ben je op de rechtbank geweest en heb je met mij gesproken. Dank je wel daarvoor. Ik vind het namelijk knap van iemand van jouw leeftijd om de rechter te vertellen wat je van iets vindt. En dat heb je ook nog heel goed gedaan!
Ik heb besloten om het verzoek van mama toe te wijzen. Dat betekent dat je niet meer naar papa toe hoeft. Dat heb ik besloten omdat papa en mama het er over eens zijn, maar zeker ook omdat jij me hebt uitgelegd waarom je dat niet meer wilt. En dat papa daar niets aan kan veranderen.
Misschien dat je dat ooit wel weer contact met papa wil, maar dan is dat niet omdat het van iemand (de rechter, papa of mama) moet. Ik hoop dat je het goed blijft hebben bij mama. En wie weet zie ik nog wel eens een mooie tekening van je ergens in een museum hangen. Maar nog tijd genoeg om te kijken wat je leuk vindt om te doen of zijn. Succes!
De kinderrechter
6 De beslissing
De rechtbank:
ontzegt de man zijn recht op omgang met de minderjarige [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2015;
wijzigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, d.d. 22 juli 2019 en stelt de door de man te betalen kinderalimentatie met ingang van 1 december 2025 op nihil;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. G.M.J. Vijftigschild, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. M.C. Dorresteijn, griffier. |
||
Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de raad voor de kinderbescherming en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door de raad opgenomen in zijn registratie.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
-
door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.