RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/349071 / HA ZA 26-221
Vonnis van 22 juli 2026
in de zaak van
BMN BOUWMATERIALEN B.V.,
zaakdoende te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: BMN,
advocaat: mr. J.W. Hilhorst,
tegen
[gedaagde] , handelend onder de naam [bedrijf],
zaakdoende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 28 mei 2026;
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen. [gedaagde] is op de eerstdienende dag niet verschenen, zodat tegen hem verstek is verleend.
BMN heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
BMN vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). BMN heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. BMN heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 1.139,50 worden toegewezen.
BMN vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 444,87 voor kosten deurwaardersexploten en € 836,00 voor salaris advocaat (1,0 punt(en) × € 836,00), totaal € 1.280,87.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van BMN worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
125,57 |
|
|
- griffierecht |
€ |
3.083,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
836,00 |
(1 punt × € 836,00) |
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
4.233,57 |
3 De beslissing
De rechtbank
veroordeelt [gedaagde] om aan BMN te betalen een bedrag van € 36.450,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 20 mei 2026, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan BMN te betalen een bedrag van € 1.139,50 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 1.280,87,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 4.233,57, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. van Beusekom en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.