ECLI:NL:RBNNE:2026:4448

Datum uitspraak
01-10-2026
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Zaaknummer
12016629 BU VERZ 25-2583
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wahv. Doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat. Betrokkene gaat niet in beroep tegen de verkeersboete zelf, maar tegen de procedure. De CVOM heeft alleen de gemachtigde uitgenodigd voor het hoorgesprek en niet betrokkene, omdat de gemachtigde namens betrokkene optrad. Dat de gemachtigde vervolgens niet bij het hoorgesprek aanwezig was, komt voor rekening en risico van betrokkene. De kantonrechter heeft op de zitting wel besproken dat het ongelukkig is dat de beslissing van de officier van justitie in de “u”-vorm is gegoten. Dat geldt zowel voor het exemplaar dat naar de gemachtigde is gestuurd als voor het exemplaar dat naar betrokkene is gestuurd. Zo lijkt het inderdaad alsof betrokkene zélf niet bereikbaar was om te worden gehoord (of dat de gemachtigde de gedraging heeft begaan). Verder had de CVOM ter informatie van betrokkene in een voetnoot in de verdagingsbrief kunnen wijzen op het artikel dat de verlenging regelt. De onvrede van betrokkene hierover is dus begrijpelijk.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 271060724

zaaknummer: 12016629 BU VERZ 25-2583

uitspraak van 1 oktober 2026 in de zaak van

[betrokkene] (hierna: betrokkene),

die woont in [plaats].

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat’, verricht op 23 december 2024, om 12:08 uur, op de Langdeelstraat in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 18 september 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. S. Heling aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Betrokkene gaat niet in beroep tegen de verkeersboete zelf, maar tegen de procedure. Die is volgens hem zeer slordig, onoverzichtelijk en onjuist verlopen. De brief van de CVOM van 26 mei 2025, waarin de beslistermijn met tien weken werd verlengd, is vijf maanden na het bezwaar verstuurd en er staat geen exacte datum in. Daarom kan hij niet nagaan wanneer de wettelijke beslistermijn van zestien weken begon. Verder blijkt uit de beslissing op het administratief beroep dat hij was uitgenodigd voor een hoorzitting, maar dat hij op het aangegeven tijdstip niet bereikbaar was. Dit klopt allemaal niet. Daarnaast zou volgens de CVOM zijn gemachtigde in het administratief beroep ook zijn uitgenodigd voor die hoorzitting, maar deze was daar niet aanwezig omdat hij niet op de hoogte was van de hoorzitting, terwijl de stukken wel waren verstuurd. Ook wordt in de beslissing op het administratief beroep gesteld dat betrokkene heeft aangevoerd dat hij de gedraging niet heeft begaan. Ook dat klopt niet, nu hij heeft uitgelegd dat hij op een gecontroleerde en verantwoordelijke manier door rood is gereden, waarna de actie van de verbalisant een zeer risicovolle situatie creëerde door hem staande te houden op een druk kruispunt. Maar dat laatste – volgens betrokkene – terzijde.

3. Over de procedurele gang van zaken heeft de vertegenwoordigster gezegd dat betrokkene in administratief beroep een gemachtigde had; van zo’n gemachtigde kan worden verwacht dat hij zijn cliënt de gang van zaken uitlegt. De procedure is correct verlopen. Voor wat betreft de hoorzitting ziet de vertegenwoordigster geen onduidelijkheid of slordigheid. De gemachtigde heeft twee keer de telefoon niet opgenomen. Toch had hij op de hoogte moeten zijn van de hoorzitting, want hij was daarvoor uitgenodigd. Verder richt de CVOM zich in haar correspondentie alleen tot de gemachtigde, maar zij moet de beslissing ook naar betrokkene sturen. Ook de brief waarin de beslistermijn wordt verlengd gaat naar betrokkene. Ten slotte heeft de vertegenwoordigster gezegd dat zij geen inhoudelijke gronden over de gedraging heeft gezien. Het zaakoverzicht is voldoende om de gedraging vast te stellen. Bij de staandehouding heeft betrokkene niet ontkend dat hij door het rode stoplicht is gereden.

Overwegingen

De procedure in administratief beroep

4. Over betrokkenes verweer over het telefonische hoorgesprek het volgende: in administratief beroep had betrokkene een gemachtigde. Dit betekent dat deze in alles namens betrokkene optreedt. Dit staat ook zo in de machtiging die betrokkene heeft ondertekend. De CVOM heeft de gemachtigde op 9 juli 2025 een uitnodiging voor het telefonische hoorgesprek gestuurd, dat op 18 augustus 2025 om 09:20 uur zou plaatsvinden. Uit het hoorverslag blijkt dat de gemachtigde niet bij het telefonische hoorgesprek was, omdat hij daarvan niet op de hoogte zou zijn. Dat laatste is echter onaannemelijk, omdat hij op de juiste wijze door de CVOM is uitgenodigd. Uit niets blijkt dat de gemachtigde die uitnodigingsbrief niet heeft gekregen. Verder heeft de CVOM alleen de gemachtigde uitgenodigd voor het hoorgesprek en niet betrokkene, omdat de gemachtigde namens betrokkene optrad. Dat de gemachtigde vervolgens niet bij het hoorgesprek aanwezig was, komt voor rekening en risico van betrokkene.

4.1.

Over het verweer van betrokkene dat hij uit de verdagingsbrief van de CVOM niet kan opmaken wanneer de zestien weken-termijn begon, wijst de kantonrechter erop dat deze termijn aanvangt vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het administratief beroepschrift is verstreken.1 De uiterste beroepstermijn bij de officier van justitie was 11 februari 2025. De zestien weken gingen in op 12 februari 2025 en eindigden op 4 juni 2025.

4.2.

De kantonrechter heeft op de zitting wel met de vertegenwoordigster besproken dat het ongelukkig is dat de beslissing van de officier van justitie in de “u”-vorm is gegoten. Dat geldt zowel voor het exemplaar dat naar de gemachtigde is gestuurd als voor het exemplaar dat naar betrokkene is gestuurd. Zo lijkt het inderdaad alsof – bijvoorbeeld – betrokkene zélf niet bereikbaar was om te worden gehoord (of dat de gemachtigde de gedraging heeft begaan). Verder had de CVOM ter informatie van betrokkene in een voetnoot in de verdagingsbrief kunnen wijzen op het artikel dat de verlenging regelt. De onvrede van betrokkene hierover is dus begrijpelijk. Hij heeft echter niet aangegeven tot welke beslissing van de kantonrechter dat zou moeten leiden: betrokkene heeft volstaan met de conclusie dat hij de gang van zaken aan de kaak wilde stellen en duidelijkheid wilde krijgen over hoe dit zo heeft kunnen lopen.

4.3.

Over de gedraging kan de kantonrechter ten slotte kort zijn: het is betrokkene kennelijk niet te doen om de boete zelf. Hij voert daarover geen concrete beroepsgrond aan; verder kan op grond van de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht worden vastgesteld dat betrokkene door rood is gereden. De boete is terecht opgelegd en er is geen aanleiding om die te matigen.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter, in aanwezigheid van

R. de Hoop, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026.

griffier kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »