RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 259993702
zaaknummer: 11349100 BU VERZ 24-2456
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 18 september 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘15 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom’, verricht op 4 augustus 2023, om 21:10 uur, op de N381 ter hoogte van hectometerpaal 32,2 rechts in Drachten richting Donkerbroek in Wijnjewoude, gemeente Opsterland, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 157,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 18 september 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig de vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. S. Heling.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep in verband met de schending van de redelijke termijn van berechtiging gegrond is en zal de boete matigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat de vervolging van een strafbaar feit na acht maanden vanaf de dag waarop het plaatsvond verjaart. Deze periode is inmiddels verstreken. Daarnaast voert betrokkene aan dat de officier van justitie niet binnen de zestien weken-termijn hem op de hoogte heeft gesteld van de beslissing. Tot slot voert betrokkene aan dat de straat waar hij reed een snelwegachtige inrichting heeft, waardoor hij dacht dat hij na 19:00 uur 120 kilometer per uur mocht rijden.
4. De vertegenwoordigster heeft aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven; zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep inhoudelijk ongegrond te verklaren. In verband met de schending van de redelijke termijn van berechting heeft zij de kantonrechter verzocht het boetebedrag met 25% te matigen.
Overwegingen
Verjaring
5. Over het verweer van betrokkene dat er sprake is van verjaring, overweegt de kantonrechter dat zo’n verjaringstermijn enkel geldt als er nog geen bestraffing heeft plaatsgevonden. In dit geval is de verkeersboete op 4 augustus 2023 opgelegd aan betrokkene en is deze aan hem verzonden op 15 augustus 2023. Daarom is er geen sprake van verjaring. Dit verweer wordt dan ook verworpen.
Beslistermijn officier van justitie
6. Het verweer van betrokkene dat de officier van justitie hem niet binnen zestien weken op de hoogte van de beslissing heeft gesteld, treft ook geen doel. Artikel 7:24, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat het beroepsorgaan binnen zestien weken beslist, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het beroepschrift is verstreken. De periode van zestien weken na 27 september 2024 eindigt op 17 januari 2025. Artikel 7:24, vierde lid, van de Awb bepaalt dat het beroepsorgaan de beslissing voor ten hoogste tien weken kan verdagen. Dit is gebeurd binnen de zestien weken termijn, namelijk op 8 januari 2025. De officier van justitie heeft vervolgens beslist op 26 februari 2025. Dit is binnen de 26 weken.
De gedraging
7. Betrokkene betwist de verkeersovertreding verder niet, maar stelt dat hij in de veronderstelling was dat hij op een autosnelweg reed waar na 19:00 uur 120 kilometer per uur gereden mocht worden. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
De kantonrechter is van oordeel dat de boete terecht aan betrokkene is opgelegd. De gedraging heeft plaatsgevonden op een N-weg. Dit is niet een autosnelweg, maar een autoweg waar een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur geldt, ook na 19:00 uur. Dat betrokkene hier niet van op de hoogte was, komt voor zijn eigen rekening en risico. Van betrokkene mag namelijk worden verwacht dat hij als weggebruiker op de hoogte is van de in Nederland geldende verkeersregels.
Redelijke termijn van berechting.
8. De kantonrechter zal de boete wel met 25% matigen tot € 120,00 (inclusief administratiekosten), omdat de redelijke termijn is geschonden.1 In deze zaak is namelijk meer dan twee jaar verstreken tussen het moment waarop betrokkene kon verwachten dat hij een boete zou krijgen en deze uitspraak.
Conclusie
De kantonrechter:
-
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
-
vernietigt die beslissing;
-
wijzigt de inleidende beschikking en matigt de boete tot € 120,00 (inclusief administratiekosten);
-
bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.