RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie & Jeugd
Locatie Alkmaar
Meervoudige kamer jeugdstrafzaken
Parketnummers: 15/041855-25, 15/033743-26 (ttz. gev.) en 15/107120-24 (tul)
Uitspraakdatum: 25 juni 2026
Tegenspraak
verkort strafvonnis (art. 138b Sv)
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren van 11 juni 2026 in de zaak tegen:
[de verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres]
.
De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
-
de vordering van de officier van justitie [officier van justitie] ;
-
wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. A.M. Buitenhuis, advocaat te Nieuw-Vennep, naar voren hebben gebracht;
-
wat [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) naar voren heeft gebracht;
-
wat [vertegenwoordiger van de jeugdreclassering] namens de William Schrikker Groep Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: de jeugdreclassering) naar voren heeft gebracht;
-
wat [de coach] namens Nova Forte Zorg (hierna: de coach) naar voren heeft gebracht.
Ter terechtzitting waren eveneens aanwezig [ouder 1] en (het eerste deel van de zitting) [ouder 2] , de ouders van de verdachte.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de vordering van de benadeelde partij [de benadeelde partij 3] .
1 Tenlastelegging
Aan de verdachte is onder parketnummer 15/041855-25 ten laste gelegd dat:
hij, in of omstreeks de periode van 4 februari 2025 tot en met 7 februari 2025 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [de benadeelde partij 1] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag en/of een Rolex, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [de benadeelde partij 1] en/of haar zoon, althans een derde toebehoorde(n), immers heeft/ hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s):
Op 4 februari 2025:- zich met gezichtsbedekkende kleding op naar de woning van die [de benadeelde partij 1] begeven, en/of- met een koevoet, althans een voorwerp, op de ramen van die [de benadeelde partij 1] gebonkt en/of- tegen die [de benadeelde partij 1] gezegd dat hij/zij 5000 euro, althans enig geldbedrag, en/of eenRolex terug wil(len) van (de zoon van) die [de benadeelde partij 1] en/of
Op 7 februari 2025:-tegen die [de benadeelde partij 1] gezegd ''ik wil het geld vandaag'' en/of ''overschrijven andersgaat er echt wat gebeuren'' en/of ''ik praat nog maar het kan ook uit de hand lopen''en/of ''ik laat andere jongens hier langskomen, geloof mij hun komen niet praten'',althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:hij in of omstreeks de periode van 4 februari 2025 tot en met 7 februari 2025 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, te weten [de benadeelde partij 1] door geweld of enige andere feitelijkheid en/of doorbedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/ofderde, te weten [de benadeelde partij 1] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten het betalen van enig geldbedrag en/of overhandigen van een Rolex, althans enig goed, door:
Op 4 februari 2025:-zich met gezichtsbedekkende kleding op naar de woning van die [de benadeelde partij 1] te begeven, en/of-met een koevoet, althans een voorwerp, op de ramen van die [de benadeelde partij 1] te bonken en/of- tegen die [de benadeelde partij 1] te zeggen dat hij/zij 5000 euro, althans enig geldbedrag, en/ofeen Rolex terug wil(len) van (de zoon van) die [de benadeelde partij 1] en/of
Op 7 februari 2025:- tegen die [de benadeelde partij 1] te zeggen ''ik wil het geld vandaag'' en/of ''overschrijven andersgaat er echt wat gebeuren'' en/of ''ik praat nog maar het kan ook uit de hand lopen''en/of ''ik laat andere jongens hier langskomen, geloof mij hun komen niet praten'',althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Aan de verdachte is onder parketnummer 15/033743-26 ten laste gelegd dat:
feit 1
hij op of omstreeks 26 november 2024 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [de benadeelde partij 2] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het afgeven van een pinpas en/of pincode,- naar voornoemde [de benadeelde partij 2] heeft gebeld,- zich voor heeft gedaan als een medewerker van de bank,- aan heeft gegeven dat er fraude was gepleegd met de bankrekening van die [de benadeelde partij 2] ,- aan heeft gegeven dat iemand de pinpas op zou komen halen en deze in een envelop moest worden gedaan,- aan voornoemde [de benadeelde partij 2] een beveiligingscode, althans enige code, heeft gegeven,- aan voornoemde [de benadeelde partij 2] heeft gevraagd om zijn pincode van zijn pinpas in te spreken,- naar de woning van voornoemde [de benadeelde partij 2] is gegaan,- zich voor heeft gedaan als medewerker van de bank,- voornoemde beveiligingscode, althans enige code, aan voornoemde [de benadeelde partij 2] door heeft gegeven,- de woning van [de benadeelde partij 2] is binnengetreden om de envelop aan te nemen,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 2
hij op of omstreeks 28 augustus 2024 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een iPhone, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 3 hij op of omstreeks 30 augustus 2024 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, [de benadeelde partij 4] , (schriftelijk) heeft bedreigd met- enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van een of meer personen en/of goederen en/of gemeen gevaar voor de verlening van een of meer diensten ontstond en/of- enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of- brandstichtingdoor- naar die [de benadeelde partij 4] de woorden te sturen “er zal morgen een bom plaats vinden voor u deur fijne avond meneer” en/of- naar die [de benadeelde partij 4] een foto te sturen waarop een vuurwapen zichtbaar is.
2 Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3 Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder parketnummer 15/033743-26 ten laste gelegde feit 2 en tot bewezenverklaring van het onder parketnummer 15/041855-25 primair ten laste gelegde feit (inclusief het tenlastegelegde bonken met een koevoet) en de onder parketnummer 15/033743-26 ten laste gelegde feiten 1 en 3.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het primair ten laste gelegde feit in de zaak met parketnummer 15/041855-25 op het standpunt gesteld zich te refereren ten aanzien van een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde, met dien verstande dat de verdachte partieel moet worden vrijgesproken van het bonken met een koevoet op het raam van de aangeefster. Dit wordt door de verdachte stellig ontkend. Ook vindt het geen steun in het bewijs, met name niet in de geluidsopnames van het gesprek tussen de aangeefster en de verdachte.
Ten aanzien van het onder parketnummer 15/033743-26 ten laste gelegde feit 1 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten 2 en 3 onder parketnummer 15/033743-26 heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken. Voor feit 2 geldt dat de verdachte niet aanwezig is geweest op de plaats delict op 28 augustus 2024. Dit blijkt uit de uitslag van de gps-locaties van de elektronische enkelband van de verdachte en de conclusie van de verbalisant dat de verdachte rondom het tijdstip van dit strafbare feit niet nabij de locatie van het feit ( [locatie van het feit] ) is geweest.
Voor feit 3 geldt dat, hoewel de enkelband van de verdachte op 30 augustus 2024 wel is gelokaliseerd nabij de plaats delict, hiermee geen betrokkenheid van de verdachte is gegeven. Deze lokalisering is namelijk te verklaren doordat de verdachte in de buurt van de plaats delict woont. Ook was de verdachte kort voor het tijdstip van het strafbare feit nog samen met zijn coach. De verdachte blijft er daarom bij dat hij zo kort na het vertrek van de coach dit delict niet gepleegd kan hebben.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak
Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het onder parketnummer 15/033743-26 ten laste gelegde feit 2 niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De verdachte zal van dit feit dan ook worden vrijgesproken.
Redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde (te weten het onder parketnummer 15/041855-25 primair ten laste gelegde feit en de onder parketnummer 15/033743-26 ten laste gelegde feiten 1 en 3) heeft begaan, zoals is vermeld in overweging 3.4., op grond van de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Daarbij wordt de verdachte vrijgesproken van het onder parketnummer 15/041855-25 primair ten laste gelegde bonken met een koevoet, omdat de rechtbank hiervoor weliswaar aanwijzingen ziet maar dit onvoldoende wettig en overtuigend bewezen acht.
De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.
De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten aanvulling worden opgenomen.
Bewijsmotivering
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder parketnummer 15/033743-26 ten laste gelegde feit 3 op grond van de nog uit te werken bewijsmiddelen (de aangifte, de processen-verbaal van bevindingen en de verklaring van de verdachte ter zitting).
Uit deze bewijsmiddelen stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast.
Het contact voorafgaand aan de afspraak met de aangever is gelegd vanaf het Marktplaats-account van de verdachte. De bedreigende berichten en foto direct na de afspraak met de aangever zijn eveneens afkomstig van zijn Markplaats-account. De foto met daarop het vuurwapen heeft de verdachte zelf gemaakt op zijn slaapkamer. De signaalsterkte tussen de enkelband en het thuisstation in de woning van de verdachte laat een variatie zien die past bij een beweging vanuit verdachtes huis naar de woning van de aangever en weer terug naar huis overeenkomstig de tijdstippen van het feit.
Deze feiten en omstandigheden zijn redengevend voor het oordeel van de rechtbank dat het de verdachte is geweest die aan de deur bij de aangever is geweest en direct erna de bedreigende berichten met foto heeft verstuurd.
Dat verdachtes woning in de buurt van de plaats delict ligt en dat hij die dag bij zijn begeleider was, kan deze redengevendheid niet ontzenuwen. Daarbij betrekt de rechtbank dat de verdachte geen verklaring heeft kunnen geven voor het gebruik van zijn Marktplaats-account en foto of voor de bevindingen ten aanzien van de enkelband.
Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat de verdachte de persoon is geweest die de bedreigende tekst en foto naar de aangever heeft gestuurd.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 15/041855-25 primair ten laste gelegde feit en de onder parketnummer 15/033743-26 ten laste gelegde feiten 1 en 3 heeft begaan, met dien verstande dat:
parketnummer 15/041855-25 (primair)
in de periode van 4 februari 2025 tot en met 7 februari 2025 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [de benadeelde partij 1] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag dat aan die [de benadeelde partij 1] toebehoorde, hij, verdachte en/of zijn mededader(s) heeft/ hebben:
op 4 februari 2025:- zich met gezichtsbedekkende kleding op naar de woning van die [de benadeelde partij 1] begeven, en- tegen die [de benadeelde partij 1] gezegd dat hij/zij 5000 euro wil(len) van die [de benadeelde partij 1] en
op 7 februari 2025:-tegen die [de benadeelde partij 1] gezegd ''ik wil het geld vandaag'' en ''overschrijven anders gaat er echt wat gebeuren'' en ''ik praat nog maar het kan ook uit de hand lopen'' en ''ik laat andere jongens hier langskomen, geloof mij hun komen niet praten'', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
parketnummer 15/033743-26
feit 1
hij op 26 november 2024 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een of meer anderen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [de benadeelde partij 2] te bewegen tot de afgifte van enig goed en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten het afgeven van een pinpas en pincode,- naar voornoemde [de benadeelde partij 2] heeft gebeld,- zich voor heeft gedaan als een medewerker van de bank,- aan heeft gegeven dat er fraude was gepleegd met de bankrekening van die [de benadeelde partij 2] ,- aan heeft gegeven dat iemand de pinpas op zou komen halen en deze in een envelop moest worden gedaan,- aan voornoemde [de benadeelde partij 2] een code heeft gegeven,- aan voornoemde [de benadeelde partij 2] heeft gevraagd om zijn pincode van zijn pinpas in te spreken,- naar de woning van voornoemde [de benadeelde partij 2] is gegaan,- zich voor heeft gedaan als medewerker van de bank,- voornoemde code aan voornoemde [de benadeelde partij 2] door heeft gegeven,- de woning van [de benadeelde partij 2] is binnengetreden om de envelop aan te nemen,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 3 hij op 30 augustus 2024 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, [de benadeelde partij 4] , schriftelijk heeft bedreigd met- enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van een of meer personen en/of goederen ontstond en- met zware mishandeling en- brandstichtingdoor- naar die [de benadeelde partij 4] de woorden te sturen “er zal morgen een bom plaats vinden voor u deur fijne avond meneer” en- naar die [de benadeelde partij 4] een foto te sturen waarop een vuurwapen zichtbaar is.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
Het bewezenverklaarde levert op:
ten aanzien van parketnummer 15/041855-25 onder primair
medeplegen van poging tot afpersing;
ten aanzien van parketnummer 15/033743-26
feit 1
medeplegen van poging tot oplichting;
feit 3
bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat en bedreiging met zware mishandeling en bedreiging met brandstichting.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.
5 Strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.
6 Motivering van de sancties
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 80 uren (of 40 dagen vervangende jeugddetentie), met aftrek, en tot een geheel voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van twee maanden, met een proeftijd van 2 jaar, onder de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de rapportage van de Raad is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.
Aard en ernst strafbare feiten
Op 30 augustus 2024 heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging, door een bedreigende tekst en een foto waarop onder andere een vuurwapen te zien was, te sturen aan de aangever. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij geen rekening heeft gehouden met de gevoelens van onveiligheid die dit bij het slachtoffer heeft veroorzaakt. De verdachte was immers op de hoogte van het adres van de aangever. De aangever heeft verklaard dat hij bang was dat de verdachte zou terugkomen en dat er daadwerkelijk een bom bij zijn deur geplaatst zou worden.
Daarnaast heeft de verdachte zich op 26 november 2024 samen met een of meer anderen schuldig gemaakt aan een poging tot oplichting. Een mededader heeft het 70-jarige slachtoffer telefonisch benaderd en heeft zich voorgedaan als een medewerker van de bank. De verdachte is bij het slachtoffer langsgegaan om de bankpas van het slachtoffer te bemachtigen. Het is aan de oplettendheid van het slachtoffer te danken dat het bij een poging is gebleven. Dergelijke (oplichtings)praktijken komen veelvuldig voor en leiden tot een groot gevoel van onveiligheid en wantrouwen in de samenleving en bij (oudere) slachtoffers in het bijzonder. Door zijn handelen heeft de verdachte hier bewust aan bijgedragen. Hij heeft zich niet bekommerd om de gevolgen voor het slachtoffer.
Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan poging tot afpersing op 4 en 7 februari 2025. Op beide dagen heeft hij het slachtoffer bij haar thuis opgezocht en onder druk gezet een fors bedrag aan hem af te geven. Hij is daarbij brutaal en vasthoudend geweest. Ook heeft hij het slachtoffer angst aangejaagd door te zeggen dat het die dag overgemaakt moest worden, anders zouden er andere jongens komen die niet alleen zouden praten. Met zijn woorden heeft hij een dreigende sfeer opgeroepen. Ook hier heeft de verdachte enkel aan zichzelf gedacht en dit als een makkelijke manier gezien om aan geld te komen. De verdachte heeft geen enkele rekening gehouden met de gevoelens van onrust en onveiligheid die dit bij het slachtoffer heeft veroorzaakt.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.
Uit het op naam van de verdachte staand uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 20 april 2026, blijkt dat de verdachte in 2024 al voor een vermogens- en een geweldsdelict onherroepelijk tot een taakstraf en een vrijheidsbenemende straf is veroordeeld. Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren. Voor een deel van de feiten liep de verdachte nog in een proeftijd van deze veroordeling en stond hij onder bijzondere voorwaarden.
De rechtbank heeft daarnaast kennis genomen van het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport van de Raad van 4 juni 2026. Deze rapportage houdt – kort en zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in.
De strafbare feiten waarvan de verdachte wordt verdacht hebben langere tijd geleden plaatsgevonden. De verdachte heeft zich sindsdien op positieve wijze ontwikkeld. Hij heeft actief en doeltreffend afstand genomen van zijn antisociale leefstijl. Met behulp van de schorsingsvoorwaarden, de inzet van zijn moeder, de hulp van De Waag en zijn coach lijkt de verdachte een blijvende gedragsverandering te hebben ingezet. Ook heeft de verdachte afstand genomen van antisociale vrienden. De verdachte heeft wekelijks contact met zijn coach. Dit helpt hem om gedragsveranderingen te borgen. Daarnaast gaat hij naar school en werkt hij vier dagen in de week op zijn stageplek.
Ondanks het tijdsverloop en het huidige positieve functioneren van de verdachte, acht de Raad een consequentie voor hem nog wel passend. De Raad adviseert de rechtbank om de verdachte een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen.
De coach heeft op de zitting aangegeven dat hij in 2024 betrokken is geraakt bij de verdachte en dat zij elkaar met grote regelmaat zien. De verdachte was indertijd beïnvloedbaar, met name door oudere jongens. De afgelopen periode is de verdachte zich steeds bewuster geworden van zijn houding en hoe daarmee om te gaan. Hij zet grote en positieve stappen.
De rechtbank
De rechtbank stelt voorop dat de verdachte zich in een periode van minder dan een jaar schuldig heeft gemaakt aan drie ernstige strafbare feiten. Gelet op de ernst van de feiten en de gevolgen voor de slachtoffers, is in beginsel een jeugddetentie passend. Daarbij betrekt de rechtbank de al genoemde eerdere veroordeling voor soortelijke delicten, waarvan hij deels in proeftijd liep en onder strenge bijzondere voorwaarden. Ook slaat de rechtbank acht op de afspraken, zoals deze ten aanzien van een aantal delictsgroepen zijn neergelegd in de Landelijke Oriëntatiepunten voor straftoemeting Jeugd.
In het voordeel van de verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat hij zich sinds zijn schorsing op 19 februari 2025 aan daaraan verbonden (strenge) bijzondere voorwaarden heeft gehouden, waarbij hij door een avondklok en enkelband zes maanden lang in zijn vrijheid beperkt is geweest. Hij heeft zich tijdens de schorsing goed ingezet en mede door de hulpverlening van De Waag en de coaching van Nova Forte Zorg te benutten, maakt hij al een geruime tijd een positieve ontwikkeling door. Het risico op recidive aan de hand van de huidige stand van zaken (dynamisch risico) schat de Raad laag in. De rechtbank volgt de Raad daarom in het advies een straf op te leggen waardoor de verdachte niet terug hoeft naar de jeugdgevangenis. De rechtbank is van oordeel dat dit zijn positieve ontwikkeling zal doorkruisen en hiermee het risico op recidive zal vergroten.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat in beginsel een voorwaardelijke jeugddetentie van drie maanden passend is, zodat de verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. Om voldoende recht te doen aan de ernst van de feiten is daarnaast in beginsel een werkstraf van 100 uren passend. Het is in lijn met het advies van de Raad belangrijk dat de verdachte ook nu nog de gevolgen ondervindt van zijn keuze om strafbaar te handelen.
Redelijke termijn
De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn voor een deel van de feiten is overschreden. De redelijke termijn in jeugdstrafzaken in eerste aanleg is zestien maanden. De termijn is in dit geval aangevangen met verdachtes aanhouding op 26 november 2024. Met de einduitspraak is op 25 juni 2026 sprake van een overschrijding van drie maanden. Een overschrijding daarvan kan alleen worden gerechtvaardigd in geval van uitzonderlijke omstandigheden. Hiervan is in dit geval geen sprake. Een overschrijding van de redelijke termijn is eens te meer onwenselijk in jeugdstrafzaken, waar het pedagogisch aspect een centrale plaats inneemt en in het bijzonder in zaken tegen verdachten van zo’n jonge leeftijd. De rechtbank zal deze overschrijding compenseren door een lagere voorwaardelijke jeugddetentie en werkstraf.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een voorwaardelijke jeugddetentie van twee maanden moet worden opgelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, zodat de verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.
Daarnaast zal de rechtbank aan de verdachte opleggen een werkstraf voor de duur van 80 uur, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 40 dagen jeugddetentie. De rechtbank zal daarbij bepalen dat de duur van het voorarrest hierop in mindering moet worden gebracht.
7 Vordering benadeelde partij
De benadeelde partij [de benadeelde partij 3] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 700,- ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder parketnummer 15/033743-26 ten laste gelegde feit 2 zou hebben geleden.
Nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 2 is tenlastegelegd, kan de benadeelde partij niet in de vordering, die betrekking heeft op dat ten laste gelegde feit, worden ontvangen.
Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering.
8 Vordering tot tenuitvoerlegging
Bij vonnis van 23 december 2024 in de zaak met parketnummer 15/107120-24 heeft de rechtbank Noord-Holland locatie Haarlem, de verdachte ter zake van diefstal met geweld, afpersing en medeplegen van winkeldiefstal veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 60 dagen. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op twee jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering is op 10 januari 2025 aan de verdachte toegezonden.
De bij genoemd vonnis vastgestelde proeftijd is ingegaan op 7 januari 2025 en was ten tijde van het indienen van de vordering van de officier van justitie niet geëindigd.
De Raad ziet, gelet op het huidige functioneren van de verdachte, een contra-indicatie voor het detineren van de verdachte. De Raad adviseert daarom om de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie te verlengen, met wijziging van de voorwaarden.
De officier van justitie vordert thans dat de rechtbank de bij voornoemd vonnis opgelegde proeftijd zal verlengen met één jaar en de aan de voorwaardelijke straf verbonden voorwaarden zal wijzigen zoals voorgesteld door de Raad.
De rechtbank heeft bij het onderzoek ter terechtzitting bevonden dat zij bevoegd is over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.
De rechtbank volgt het standpunt van de officier van justitie en is van oordeel dat de proeftijd dient te worden verlengd met één jaar, met wijziging van de voorwaarden zoals ook geadviseerd door de Raad. Zoals hiervoor onder 6. overwogen maakt de verdachte een positieve ontwikkeling door. Deze ontwikkeling zal met een detentie van de verdachte doorkruist worden.
De rechtbank zal bepalen dat de aan de voorwaardelijke straf verbonden bijzondere voorwaarden gewijzigd worden, in die zin dat deze komen te luiden:
-
dat de veroordeelde zal meewerken aan het hebben/behouden van een positieve dagbesteding in de vorm van onderwijs, stage of werk;
-
dat de veroordeelde zal blijven meewerken aan de begeleiding van Nova Forte Zorg, zolang de jeugdreclassering dat nodig acht.
De uitvoering van de jeugdreclassering dient te worden uitgevoerd door de gecertificeerde instelling William Schrikker Groep Jeugdbescherming en Jeugdreclassering.
9 Toepasselijke wettelijke voorschriften
10 Beslissing
De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder parketnummer 15/033743-26 onder feit 2 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 15/041855-25 primair ten laste gelegde feit en de onder parketnummer 15/033743-26 ten laste gelegde feiten 1 en 3 heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van twee maanden, met bevel dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van 80 (tachtig) uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 40 (veertig) dagen jeugddetentie.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht, met dien verstande dat voor elke dag die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht twee uren taakstraf in mindering worden gebracht.
benadeelde partij
Verklaart de benadeelde partij [de benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk in de vordering.
vordering tenuitvoerlegging
Verlengt de bij vonnis van de meervoudige kamer jeugdstrafzaken van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem in de zaak met parketnummer 15/107120-24 opgelegde proeftijd, verbonden aan de niet ten uitvoer gelegde jeugddetentie voor de duur van 60 dagen, met één jaar.
Wijzigt de bij voornoemd vonnis opgelegde bijzondere voorwaarden, in die zin dat deze komen te luiden:
-
dat de veroordeelde zal meewerken aan hebben/behouden van een positieve dagbesteding in de vorm van onderwijs, stage of werk;
-
dat de veroordeelde zal blijven meewerken aan de begeleiding van Nova Forte Zorg, zolang de jeugdreclassering dat nodig acht.
Geeft opdracht aan de William Schrikker Groep Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Van rechtswege gelden voorts de voorwaarden dat de veroordeelde is gehouden om, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking te verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden en medewerking te verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclasseringsinstelling zo vaak en zo lang als de jeugdreclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht.
voorlopige hechtenis
Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. P.E. van der Veen, voorzitter,
[jw.sys.1.bijzitter1_strafzitting] en [jw.sys.1.bijzitter2_strafzitting], rechters, allen tevens kinderrechter,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. N. van Lede-Terhaar sive Droste,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 juni 2026.