ECLI:NL:RBNHO:2026:10931

Datum uitspraak
13-08-2026
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Zaaknummer
AWB - 25 _ 635
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Aanslag forensenbelasting Texel terecht opgelegd. Ongegrond.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: ALK 25/635

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 augustus 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Texel, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan belanghebbende voor het jaar 2023 een aanslag forensenbelasting opgelegd ten bedrage van € 1.135,33.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd.

Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende en verweerder hebben beide een nader stuk ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juli 2026 te Alkmaar.

Belanghebbende is verschenen, bijgestaan door zijn echtgenote [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 2] .

Overwegingen

Feiten

1. Belanghebbende is (indirect) directeur-grootaandeelhouder van [bedrijf] B.V. In 2009 heeft [bedrijf] B.V. het pand [adres] , gekocht als beleggingspand. Belanghebbende en zijn gezin maken gebruik van het pand. Het pand wordt niet verhuurd.

Geschil

2. In geschil is of de aanslag forensenbelasting terecht is opgelegd.

3. Belanghebbende voert aan dat sprake is van willekeur, omdat hij naar aanleiding van een vraag aan de gemeente een aanslag forensenbelasting heeft ontvangen, terwijl hij naar eigen zeggen geen andere eigenaren heeft kunnen vinden die in een vergelijkbare situatie verkeren en eveneens zijn aangeslagen. Belanghebbende doet daarbij een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Daarnaast stelt belanghebbende dat de door de gemeente gehanteerde definitie van forensenbelasting afwijkt van de definitie van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en dat de gemeente deze definitie zou moeten volgen. Verder voert belanghebbende aan dat hij geen binding heeft met de gemeente, omdat hij daar niet staat ingeschreven, geen stemrecht heeft en geen lokale belastingen als inwoner verschuldigd is. Tot slot wijst belanghebbende erop dat hij niet de eigenaar is van de woning, maar dat [bedrijf] B.V. de eigenaar is en wordt aangeslagen voor de toeristenbelasting.

Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de aanslag forensenbelasting.

4. Verweerder stelt dat belanghebbende terecht in de heffing van forensenbelasting is betrokken, omdat uit de door belanghebbende verstrekte informatie is gebleken dat hij voldoet aan de voorwaarden voor belastingplicht. Volgens verweerder is geen sprake van willekeur, maar van het alsnog constateren van een bestaande belastingplicht. Daarnaast stelt verweerder dat de door de gemeente gehanteerde definitie van forensenbelasting overeenkomt met de wettelijke definitie en dat het ontbreken van een persoonlijke binding met de gemeente of het betalen van andere belastingen niet relevant is voor de verschuldigdheid van forensenbelasting. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

Beoordeling van het geschil

5. Uit artikel 223, eerste lid, van de Gemeentewet volgt – voor zover hier van belang – dat gemeenten een forensenbelasting kunnen heffen “van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan negentig dagen van dat jaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden”. De gemeente Texel heeft voor het belastingjaar 2023 van die mogelijkheid gebruik gemaakt met de Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2023 van de raad van de gemeente Texel (de Verordening).

6. In artikel 2, eerste lid, van de Verordening staat dat onder de naam ‘forensenbelasting’ een directe belasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.

7. In artikel 9 van de Verordening is bepaald dat de belastingplichtige, voordat hij voor de eerste maal een gemeubileerde woning beschikbaar gaat houden, hiervan schriftelijk melding moet doen aan de door het college aangewezen gemeenteambtenaren.

8. Op de website van de VNG staat een omschrijving van de forensenbelasting:

“De gemeente kan forensenbelasting heffen van natuurlijke personen die meer dan 90 dagen in de gemeente verblijven zonder daar hun hoofdverblijf te hebben.”

9. Op de website van de VNG staat tevens dat artikel 223 van de Gemeentewet de basis biedt voor de heffing van de forensenbelasting en vervolgens staat er:

Wie betaalt de forensenbelasting?

Personen die, zonder dat ze hun hoofdverblijf in de gemeente hebben, meer dan 90 dagen per jaar een gemeubileerde woning tot hun beschikking hebben voor zichzelf of voor hun gezin, betalen forensenbelasting. De aanslag wordt opgelegd aan degene die de gemeubileerde woning tot zijn beschikking heeft.

(…)”

10. De rechtbank volgt belanghebbende niet in zijn standpunt dat de gemeente de definitie van de VNG moet hanteren. Op de site van de VNG staat een verwijzing naar artikel 223 van de Gemeentewet, maar er staat geen definitie van forensenbelasting, alleen een omschrijving. De door de VNG gebruikte omschrijving wijkt weliswaar iets af van de definitie uit de Gemeentewet, maar met het begrip “verblijven” kan mede worden gedoeld op het beschikbaar houden van een gemeubileerde woning. Bovendien staat op de site van de VNG onder de vraag “Wie betaalt de forensenbelasting” een omschrijving die verwijst naar het “voor zichzelf of hun gezin tot hun beschikking hebben“, hetgeen nagenoeg volledig aansluit bij het “beschikbaar houden voor zichzelf of hun gezin” uit de definitie van forensenbelasting in de Gemeentewet.

11. De omstandigheid dat belanghebbende geen persoonlijke binding met de gemeente heeft en dat de eigenaar van de woning andere belastingen betaalt, maakt niet dat belanghebbende niet gehouden is tot het betalen van forensenbelasting. Deze omstandigheden zijn niet van belang voor de beoordeling of aan het belastbare feit voor de forensenbelasting is voldaan. Op grond van de aangevoerde feiten en mede in aanmerking genomen hetgeen door belanghebbende is verklaard omtrent het feitelijk gebruik van de woning door hem en zijn gezin, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden aangenomen dat belanghebbende in 2023 gedurende meer dan negentig dagen per jaar de woning voor zichzelf beschikbaar hield. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat er belemmeringen zijn op grond waarvan hij niet meer dan negentig dagen per jaar over de woning kan beschikken. De woning staat immers ter beschikking van [bedrijf] B.V. en als (indirecte) directeur-enig aandeelhouder van [bedrijf] B.V. heeft belanghebbende de volledige zeggenschap over de woning en over het gebruik ervan. Bij gebreke van contractuele verplichtingen van [bedrijf] B.V. jegens derden heeft belanghebbende feitelijk het gehele jaar de woning tot zijn beschikking (vgl. Hof ’s Gravenhage 3 januari 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BV0695).

Ambtelijke willekeur

12. De rechtbank volgt belanghebbende niet in zijn standpunt dat sprake is van ambtelijke willekeur. Uit de door belanghebbende zelf verstrekte informatie is gebleken dat hij voldoet aan de voorwaarden voor belastingplicht op grond van artikel 2, eerste lid, van de Verordening. Dat belanghebbende naar aanleiding van een vraag aan de gemeente als belastingplichtige in beeld is gekomen, maakt niet dat de aanslag willekeurig is opgelegd. Het is aan de gemeente om belastingplichtigen die aan het belastbare feit voldoen in de heffing te betrekken. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat op grond van artikel 9 van de Verordening een belastingplichtige verplicht is zich voorafgaand aan het voor de eerste maal beschikbaar houden van een gemeubileerde woning schriftelijk te melden.

Samenloop toeristenbelasting

13. Belanghebbende geeft aan dat [bedrijf] B.V. voor het jaar 2023 is aangeslagen voor toeristenbelasting met betrekking tot de dagen waarop belanghebbende en zijn gezin van de woning gebruik hebben gemaakt. Ter zitting heeft belanghebbende verklaard dat deze toeristenbelasting door verweerder is gerestitueerd, zodat van samenloop geen sprake is. In de situatie waar [bedrijf] B.V. de woning niet aan derden verhuurt, maar louter ter beschikking stelt aan belanghebbende en zijn gezin, is toeristenbelasting niet aan de orde.

Gelijkheidsbeginsel

14. Het beroep van belanghebbende op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Belanghebbende heeft gesteld dat andere eigenaren in een vergelijkbare situatie niet in de heffing van forensenbelasting worden betrokken, maar heeft deze stelling niet met concrete gegevens of stukken onderbouwd. Reeds daarom kan niet worden vastgesteld dat sprake is van gelijke gevallen die ongelijk worden behandeld. Dat mogelijk ook andere personen aan de voorwaarden voldoen maar niet in de heffing zijn betrokken, betekent niet dat de aanslag aan belanghebbende moet worden vernietigd. Het uitgangspunt is immers dat eenieder die aan het belastbare feit voldoet in de heffing van forensenbelasting wordt betrokken.

Slotsom

15. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

16. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C. Brouwer, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Brons, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2026.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).

U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de datum van verzending;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »