ECLI:NL:RBZWB:2026:9781

Datum uitspraak
09-10-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Zaaknummer
BRE 25/2012, 25/2013
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Forensenbelasting, beroepen ongegrond.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 25/2012, 25/2013

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 oktober 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

en

De heffingsambtenaar van SaBeWa, de heffingsambtenaar.

(gemachtigde: mr. B. de Smit)

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de aan belanghebbende opgelegde aanslagen forensenbelasting voor het jaar 2024. Belanghebbende is het niet eens met de aanslagen. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt of de aanslagen forensenbelasting voor het jaar 2024 terecht aan belanghebbende zijn opgelegd.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de aanslagen forensenbelasting voor het jaar 2024 terecht aan belanghebbende zijn opgelegd. Dit betekent dat de aanslagen in stand blijven. De beroepen zijn dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende over het jaar 2024 een aanslag forensenbelasting opgelegd voor de vakantiewoning aan [adres 1] berekend naar een waarde van € 1.183.000.

2.1.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende over het jaar 2024 een aanslag forensenbelasting opgelegd voor de vakantiewoning aan [adres 2] berekend naar een waarde van € 522.000.

2.2.

De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 11 maart 2025 de bezwaren van belanghebbende ongegrond verklaard.

2.3.

De rechtbank heeft de beroepen op 28 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en haar [echtgenoot] , en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.

Feiten

3. Belanghebbende was in 2024 eigenaar van een gemeubileerde vakantiewoning aan [adres 1] . Belanghebbende heeft deze vakantiewoning op 24 mei 2024 verkocht.

3.1.

Belanghebbende was in 2024 eigenaar van een gemeubileerde vakantiewoning aan [adres 2] . Belanghebbende heeft deze vakantiewoning per 30 mei 2024 aangekocht.

3.2.

Belanghebbende had in 2024 haar hoofdverblijf buiten de gemeente Sluis.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt of de aanslagen forensenbelasting voor het jaar 2024 terecht aan belanghebbende zijn opgelegd. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.

4.1.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de aanslagen forensenbelasting voor het jaar 2024 terecht aan belanghebbende opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Toetsingskader van de rechtbank

4.2.

De forensenbelasting dient ertoe om personen die beschikken over een woning in een gemeente maar geen ingezetene zijn van deze gemeente, mee te laten betalen aan voorzieningen in die gemeente. In de regelgeving van de gemeente Sluis staat dat forensenbelasting wordt geheven van de natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.1

4.3.

Voor de heffing van forensenbelasting is niet beslissend of de eigenaar de gemeubileerde woning feitelijk gedurende meer dan 90 dagen gebruikt, doch slechts of die woning gedurende meer dan 90 dagen ter beschikking wordt gehouden.2

Standpunten belanghebbende

4.4.

Belanghebbende stelt dat sprake is van onterechte dubbele heffing van forensenbelasting omdat gedurende het jaar 2024 de vakantiewoning aan [adres 1] op 24 mei 2024 is verkocht en per 30 mei 2024 de vakantiewoning aan [adres 2] is aangekocht. In dat geval kan volgens belanghebbende niet tweemaal een aanslag forensenbelasting worden opgelegd omdat de vakantiewoningen niet het gehele jaar belanghebbende ter beschikking hebben gestaan. Volgens belanghebbende is het voor beide vakantiewoningen heffen van forensenbelasting ook niet in overeenstemming met het doel waarmee forensenbelasting wordt geheven. Belanghebbende heeft ter zitting nog toegelicht dat niet uit de wet volgt op basis waarvan de gemeente Sluis boven het in artikel 4 van de Verordening gestelde maximum van € 5000 forensenbelasting kan heffen in een jaar.

Standpunten heffingsambtenaar

4.5.

De heffingsambtenaar stelt dat de aanslagen terecht zijn opgelegd, omdat in het jaar 2024 twee verschillende gemeubileerde woningen ieder meer dan 90 dagen beschikbaar waren voor belanghebbende. Volgens de heffingsambtenaar verzet de Gemeentewet noch de Verordening zich ertegen dat voor iedere vakantiewoning afzonderlijk een aanslag forensenbelasting wordt opgelegd. De heffingsambtenaar stelt dat het beschikbaarheidscriterium doorslaggevend is om te bepalen of voor een vakantiewoning forensenbelasting kan worden geheven en uit de Verordening dan ook niet volgt dat in totaal in één jaar maximaal € 5000 forensenbelasting kan worden geheven.

Oordeel rechtbank

4.6.

Niet in geschil is dat belanghebbende in het jaar 2024 niet haar hoofdverblijf had in de gemeente Sluis en dat belanghebbende in 2024 beide vakantiewoningen meer dan 90 dagen ter beschikking hield.

4.7.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar voor beide vakantiewoningen terecht een aanslag forensenbelasting aan belanghebbende opgelegd. Het relevante aanknopingspunt in de Gemeentewet en de Verordening voor het heffen van forensenbelasting is of belanghebbende meer dan 90 dagen van het jaar 2024 een gemeubileerde woning beschikbaar houdt in een gemeente waar zij niet haar hoofdverblijf heeft. In het geval een vakantiewoning meer dan 90 dagen ter beschikking heeft gestaan, is de forensenbelasting materieel verschuldigd. Vanaf dat moment kan de hoogte van de forensenbelasting voor dat kalenderjaar worden vastgesteld en kan de definitieve aanslag in de forensenbelasting worden opgelegd.3 Bij wijziging van het eigendom gedurende het belastingjaar wordt ook niet de heffingsgrondslag voor de forensenbelasting tijdsevenredig bepaalt. Een dergelijke benadering volgt ook niet uit de Gemeentewet en de Verordening.4

4.8.

De stelling van belanghebbende dat het voor beide vakantiewoningen heffen van forensenbelasting strijdig is met het doel waarmee forensenbelasting wordt geheven kan belanghebbende niet baten. De Gemeentewet en de Verordening bieden geen aanknopingspunten waaruit volgt dat geen forensenbelasting kan worden geheven in het geval belanghebbende een (tweede) gemeubileerde woning in een jaar voor meer dan 90 dagen beschikbaar houdt. Ook de stelling van belanghebbende dat in een jaar in totaal niet meer dan € 5000 forensenbelasting door de heffingsambtenaar kan worden geheven kan belanghebbende niet baten. De belasting wordt berekend per belastbaar feit, het ter beschikking houden van de vakantiewoning voor meer dan 90 dagen, waarbij op grond van artikel 4 lid 4 van de Verordening een maximum van € 5000 geldt per belastbaar feit.

4.9.

Op basis van hetgeen hiervoor is overwogen zijn de beroepen ongegrond.

Conclusie en gevolgen

5. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat aanslagen forensenbelasting voor het jaar 2024 gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.I. van Term, rechter, in aanwezigheid van mr. R.M.P. Dees, griffier op 9 oktober 2026. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

rechter

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »