ECLI:NL:RBMNE:2026:7195

Datum uitspraak
07-10-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
12162794 \ UC EXPL 26-2707
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

annuleringsbeding in consumentenkoopovereenkomst niet oneerlijk, omdat verkoper schade door annulering goed heeft onderbouwd.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12162794 \ UC EXPL 26-2707

Vonnis van 7 oktober 2026

in de zaak van

[eiser] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: [gemachtigde] ,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 10 maart 2026 met 12 producties,- de conclusie van antwoord met 7 producties.

- Op 25 augustus 2026 is de zaak besproken op de mondelinge behandeling (zitting). Hierbij was namens [eiser] de heer [A] (dga) aanwezig, bijgestaan door [gemachtigde] . Ook was [gedaagde] aanwezig met een tolk, mevrouw D.P. Navarete. De griffier heeft tijdens de zitting aantekeningen gemaakt van dat wat is besproken.

1.2

Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat er een vonnis komt.

2 De kern van de zaak

2.1

[gedaagde] heeft op 8 oktober 2025 in de winkel van [eiser] een [eiser] van € 11.250,00 uitgezocht. De opdrachtbevestiging heeft zij die avond thuis ondertekend en aan [eiser] gemaild. Op 11 oktober 2025 heeft [eiser] bij [gedaagde] thuis de vloer gemeten, waarbij bleek dat het door [gedaagde] opgegeven aantal afweek van het werkelijke aantal m2. Hierop heeft [eiser] een nieuwe opdrachtbevestiging aan [gedaagde] gestuurd voor een totaalbedrag van € 13.200,00. [gedaagde] heeft die opdrachtbevestiging niet ondertekend en heeft de eerste opdrachtbevestiging op 26 oktober 2025 geannuleerd. [eiser] heeft vervolgens € 4.177,97 aan annuleringskosten in rekening gebracht en vordert - na intrekking van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten - dat bedrag met rente in deze procedure. [gedaagde] is van mening niks verschuldigd te zijn aan [eiser] . De kantonrechter geeft [eiser] gelijk en wijst de vordering toe.

3 De beoordeling

De opdrachtbevestiging van 8 oktober 2025 is een overeenkomst

3.1

Partijen discussiëren allereerst over de vraag of op 8 oktober 2025 een overeenkomst tot stand is gekomen. Volgens [gedaagde] was de opdrachtbevestiging van 8 oktober 2025 gebaseerd op een geschatte oppervlakte en heeft zij die ondertekend onder voorbehoud van de latere inmeting. De tweede opdrachtbevestiging, van na de inmeting, was de definitieve opdrachtbevestiging en die heeft [gedaagde] niet ondertekend. Om deze reden is volgens haar geen overeenkomst tot stand is gekomen.

3.2

Deze uitleg wordt niet onderschreven. Linksboven op het document dat [gedaagde] op 8 oktober 2025 heeft ondertekend staat ‘opdrachtbevestiging/factuur’. Dat is op zichzelf al voldoende aanwijzing dat met de ondertekening van dat document een definitieve overeenkomst zou worden aangaan. Dat [gedaagde] dat niet kon lezen, omdat zij geen Nederlands spreekt, komt voor haar rekening en risico. Zij had alvorens de opdrachtbevestiging te ondertekenen, deze eerst kunnen laten vertalen. Om onduidelijke redenen heeft zij dit niet gedaan.

3.3

Daarnaast staat in de montagevoorwaarden, die samen met de algemene CBW-erkende voorwaarden voor woonwinkels met de opdrachtbevestiging op 8 oktober 2025 zijn meegezonden en op de opdrachtbevestiging van toepassing zijn verklaard, dat als er tijdens de inmeting of montage extra werkzaamheden worden geconstateerd, deze zullen worden doorberekend.1 Ook hieruit had [gedaagde] kunnen opmaken dat niet pas na de inmeting de defintieve overeenkomst tot stand zou komen, maar al met de ondertekening van de opdrachtbevestiging van 8 oktober 2025. De opdrachtbevestiging van 8 oktober 2025 is dan ook tussen partijen rechtsgeldig tot stand gekomen overeenkomst.

[gedaagde] kon de overeenkomst niet kosteloos annuleren

3.4

Artikel 12 van de CBW-erkend voorwaarden voor woonwinkels2 bepaalt dat als de afnemer annuleert, hij een schadevergoeding verschuldigd is die bestaat uit de brutowinstmarge (vaste en variabele kosten winstopslag), verminderd met niet gemaakte variabele kosten. [gedaagde] stelt dat dit artikel niet van toepassing is, omdat [eiser] in de mail aan haar op 25 oktober 2026 heeft gezegd dat de [eiser] en plinten nog tot 14 dagen voor levering gewijzigd konden worden. Deze stelling wordt verworpen. Het wijzigen van een opdracht is immers iets anders dan het annuleren van de opdracht.

3.5

Omdat de overeenkomst valt binnen de werkingssfeer van Richtlijn 93/13 EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten moet de nationale rechter ambtshalve toetsen of sprake is van oneerlijke bedingen. De richtlijn is niet rechtstreeks van toepassing, maar het Nederlandse recht moet hierbij wel richtlijnconform worden uitgelegd. Dat brengt mee dat hiernaar op grond van artikel 6:233 BW ambtshalve onderzoek moet worden gedaan. Als wordt vastgesteld dat een beding oneerlijk is, moet de rechter het beding ambtshalve vernietigen.

3.6

Artikel 12 van de CBW-voorwaarden is een beding als bedoeld in artikel 6:237 onder i BW en wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn, tenzij het een redelijke vergoeding is voor het door [eiser] geleden verlies of gederfde winst (schade), vanwege het niet nakomen van de overeenkomst door [gedaagde] . Het is vervolgens aan [eiser] dat vermoeden te weerleggen. Zij moet stellen en onderbouwen dat de bedongen vergoeding in dit specifieke geval en in alle omstandigheden in redelijke verhouding staat tot de werkelijk geleden schade. Aan deze eis heeft [eiser] voldaan.

3.7

Uit de berekening van [eiser] volgt dat zij een bedrag van € 4.177,97 (€ 4.808,20 - € 630,23 korting) aan winstopslag (gederfde winst) heeft misgelopen door de annulering van de opdracht door [gedaagde] . Zij heeft dit bedrag onderbouwd door per materiaal en per montage van dat materiaal het verschil tussen het inkoopbedrag en het verkoopbedrag (de marge) te berekenen. Hetzelfde heeft zij gedaan met de winstopslag op het inmeten van de [eiser] en het bezorgen van het materiaal. De inkoopbedragen van het materiaal volgen uit de overgelegde prijslijsten van de leveranciers bij wie zij haar materialen inkoopt.3[eiser] heeft daarmee haar schade voldoende onderbouwd. Het bedrag van € 4.177,97 zal dan ook worden toegewezen.

De verschenen rente en wettelijke rente

3.8

[eiser] vordert daarnaast € 42,12 aan verschenen rente, berekend tot en met 19 februari 2026 en de wettelijke rente berekend over het bedrag van € 4.177,97 vanaf 10 maart 2026. Beide vorderingen zullen, als onweersproken en gegrond op de wet, worden toegewezen.

De proceskosten

3.9

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

126,46

- griffierecht

€

529,00

- salaris gemachtigde

€

576,00

(2 punten × € 288,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.375,46

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 4.220,09, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het bedrag van € 4.177,97, met ingang van 10 maart 2026, tot de dag van volledige betaling,

4.2

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.375,46, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.3

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.

69134

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »