ECLI:NL:RBMNE:2026:6782

Datum uitspraak
07-10-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
12083245 \ MC EXPL 26-602
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Overeenkomst tot levering badkamer. Annulering. Annuleringskosten in rekening gebracht 30% van de offerte op grond van artikel 12 AV. AV niet ter hand gesteld en bovendien onredelijk. Verneitiging.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almere

Zaaknummer: 12083245 \ MC EXPL 26-602

Vonnis van 7 oktober 2026

in de zaak van

[eiseres] B.V.,

te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

gemachtigde: mr. K.E.M. Wigger,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: EuClaim B.V..

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 27 januari 2026 met producties,- de conclusie van antwoord,- de conclusie van repliek met producties, tevens inhoudende wijziging van eis,- de conclusie van dupliek.

1.2

Ten slotte is bepaald dat er vonnis wordt gewezen.

2 De kern van de zaak

2.1

Tussen partijen is een overeenkomst voor de koop en montage van een badkamer gesloten. Partijen verschillen van mening over de beëindiging van de overeenkomst, de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden en het verschuldigd zijn van annuleringskosten. [eiseres] vordert een bedrag van € 7.366,99, vermeerderd met rente over een bedrag van € 6.457,89 en kosten. Subsidiair vordert [eiseres] nakoming van de overeenkomst, waardoor [gedaagde] € 25.000,- zou moeten betalen, te vermeerderen met rente en kosten. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiseres] af. Hieronder wordt uitgelegd waarom.

3 De beoordeling

Wat is er gebeurd?

3.1

Tussen [eiseres] en [gedaagde] is op 10 april 2025 een overeenkomst gesloten voor het leveren en plaatsen van een badkamer. Hiervoor is een bedrag van € 27.248,50 inclusief btw afgesproken. Op 19 juni 2025 heeft [gedaagde] aangegeven dat hij de badkamer niet meer nodig heeft, omdat hij zijn huis, sneller dan verwacht, had verkocht. [eiseres] stuurde daarop een factuur van € 8.174,55 voor annuleringskosten (30 % van € 27.248,50), die [gedaagde] op basis van de algemene voorwaarden zou moeten betalen. [eiseres] en [gedaagde] zijn vervolgens in gesprek gegaan om een badkamer te plaatsen in zijn nieuwe woning in Laren. Het idee was om voor een gelijk bedrag een badkamer uit te kiezen. Partijen werden het niet eens over de nieuwe badkamer. [gedaagde] wilde een huisbezoek, zodat [eiseres] een volledige offerte kon opstellen. [eiseres] wilde dit huisbezoek pas doen, nadat de nieuwe offerte werd ondertekend. Het huisbezoek heeft niet plaatsgevonden, waardoor de gesprekken tussen partijen zijn gestopt.

De vordering van [eiseres]

3.2

[eiseres] vordert primair, na vermindering van eis, een bedrag van € 7.366,99, vermeerderd met rente over € 6.457,89 en kosten. Het bedrag bestaat uit de hoofdvordering van € 6.457,89 aan annuleringskosten, de buitengerechtelijke incassokosten van € 697,85 en de wettelijke rente van € 211,25. Subsidiair vordert [eiseres] een bedrag van € 25.000,-, te vermeerderen met rente en kosten.

Factuur is grondslag voor de vordering

3.3

De kantonrechter gaat voorbij aan de stelling van [gedaagde] dat [eiseres] haar vordering niet voldoende heeft onderbouwd. Volgens [gedaagde] levert alleen het sturen van een factuur geen grondslag op voor een vordering. [gedaagde] miskent hiermee dat hij op 10 april 2025 akkoord is gegaan met een offerte door deze te ondertekenen. Uit die ondertekende offerte volgt (in beginsel) een verplichting om het overeengekomen bedrag te betalen. De ondertekenede offerte vormt dus de grondslag van de vordering van [eiseres] .

[gedaagde] heeft de bestelling geannuleerd

3.4

[eiseres] vordert een bedrag aan annuleringskosten, omdat [gedaagde] de badkamer na het ondertekenen van de offerte heeft geannuleerd. [gedaagde] betwist dat hij de badkamer heeft geannuleerd. Volgens [gedaagde] was er sprake van overleg over omzetting van de overeenkomst naar een overeenkomst voor een badkamer in zijn nieuwe woning in Laren.

3.5

De kantonrechter concludeert dat de badkamer door [gedaagde] is geannuleerd. [gedaagde] was niet van plan om de bestelde badkamer nog af te nemen en heeft dit aangegeven bij [eiseres] . Daarnaast zijn partijen het eens dat de oorspronkelijke overeenkomst niet meer kan worden uitgevoerd. [gedaagde] is al verhuisd. Dat er daadwerkelijk een nieuwe overeenkomst is gesloten, is door [eiseres] betwist en wordt door [gedaagde] verder niet onderbouwd. Volgens de kantonrechter is er geen sprake van totstandkoming van een nieuwe overeenkomst, omdat het aanbod van [eiseres] (de nieuwe offerte) niet door [gedaagde] is aanvaard. [gedaagde] liet namelijk op 18 september 2025 weten dat, na een bezoek van [eiseres] , een “definitieve offerte en planning wordt gemaakt” en “tot dan is er geen sprake van een aanbetaling”. De offerte is uiteindelijk ook niet door [gedaagde] ondertekend.

3.6

De kantonrechter oordeelt bovendien dat er geen sprake is van schuldeisersverzuim aan de kant van [eiseres] , anders dan [gedaagde] stelt. Voor schuldeisersverzuim in de zin van artikel 6:58 van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW) gelden drie vereisten, namelijk dat de schuldenaar bereid is na te komen en zijnerzijds daartoe het nodige heeft gedaan, dat de nakoming uitsluitend wordt verhinderd door een van de kant van de schuldeiser opkomend beletsel en dat de oorzaak van de verhindering aan de schuldeiser kan worden toegerekend. Het ligt op de weg van [gedaagde] om de eerste twee vereisten te stellen en zo nodig te bewijzen. [gedaagde] heeft onvoldoende gemotiveerd gesteld dat hij alles heeft gedaan om een nieuwe overeenkomst te sluiten. [gedaagde] heeft niet concreet aangetoond waarom het ontwerp van de nieuwe badkamer niet deugde. Het had op de weg gelegen van [gedaagde] om bijvoorbeeld een foto in te brengen van het ontwerp, waaruit duidelijk zou blijken dat het ontwerp niet zou passen in de ruimte. Daarnaast heeft [gedaagde] ook niet gesteld dat hij meerdere keren een ontwerp met [eiseres] heeft gemaakt. Hieruit blijkt volgens de kantonrechter niet dat [gedaagde] al het nodige heeft gedaan om een afspraak na te komen, waardoor er geen sprake is van schuldeisersverzuim aan de zijde van [eiseres] .

De algemene voorwaarden zijn niet ter hand gesteld

3.7

[eiseres] stelt dat de algemene voorwaarden van de Centrale Branchevereniging Wonen (verder: CBW) van toepassing zijn. [eiseres] beroept zich specifiek op artikel 12 van de CBW-voorwaarden. In artikel 12 staat het volgende:

“1. Als de afnemer annuleert, is hij een schadevergoeding verschuldigd. De schade van een ondernemer bij annulering bestaat uit de brutowinstmarge (vaste en variabele kosten, winstopslag), verminderd met niet gemaakte variabele kosten. In de praktijk blijkt de schade van ondernemers meer dan 30% van de koopsom te zijn als er nog niet geleverd is en (aanzienlijk) hoger als er al onherroepelijk is ingekocht. […]

2. De ondernemer moet zijn schade aannemelijk maken.”

3.8

[gedaagde] betwist dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Als de algemene voorwaarden toch van toepassing zijn, dan zijn deze volgens [gedaagde] vernietigbaar, omdat de algemene voorwaarden niet ter hand zijn gesteld (artikel 6:233 sub b BW). De kantonrechter leest hierin een beroep op vernietiging van artikel 12 van de algemene voorwaarden. Vernietiging van alle algemene voorwaarden is op grond van artikel 6:233 sub b BW namelijk niet mogelijk.

3.9

De kantonrechter oordeelt dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Dit volgt uit het enkele feit dat daarop in de offerte wordt verwezen. De kantonrechter gaat voorbij aan de stelling van [gedaagde] dat de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn, omdat op de offerte niet staat welke versie van toepassing is. [gedaagde] laat na te onderbouwen op welk punt en op welke manier verwarring heeft kunnen ontstaan.

3.10

De kantonrechter moet vervolgens beoordelen of het beding in artikel 12 vernietigd kan worden, omdat deze niet ter hand zijn gesteld. Een gebruiker moet de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij ter hand stellen (artikel 6:234 BW). De algemene voorwaarden zijn ter hand gesteld als de algemene voorwaarden op eigen initiatief worden verstrekt, gemakkelijk toegankelijk zijn op de plek waar de overeenkomst gesloten wordt, gemakkelijk elektronisch toegankelijk zijn op een door de gebruiker meegedeeld adres óf zijn opgenomen in de verstrekte documenten waarin de werkzaamheden in detail worden beschreven. Het is aan [eiseres] om te stellen en te bewijzen dat de voorwaarden op de in artikel 6:234 BW voorgeschreven wijze ter hand zijn gesteld. Als de algemene voorwaarden niet ter hand zijn gesteld, dan is een beding in de algemene voorwaarden vernietigbaar (artikel 6:233 sub b BW).

3.11

De kantonrechter oordeelt dat [eiseres] de algemene voorwaarden niet ter hand heeft gesteld. [eiseres] stelt dat zij de algemene voorwaarden standaard op de spreektafel heeft liggen. De kantonrechter maakt hieruit op dat [eiseres] heeft gekozen voor de variant, waarbij de algemene voorwaarden gemakkelijk toegankelijk zijn op de plek waar de overeenkomst gesloten wordt. Het enkele stellen dat de algemene voorwaarden mogelijk op tafel hebben gelegen is voor de kantonrechter niet voldoende. Het had op de weg van [eiseres] gelegen om meer feiten en omstandigheden te stellen, waaruit zou blijken dat de algemene voorwaarden gemakkelijk toegankelijk waren op de plek waar de overeenkomst werd gesloten. Dat geldt des te meer, omdat [gedaagde] nadrukkelijk heeft betwist dat de algemene voorwaarden zijn besproken en dat hij een kopie heeft gekregen.

3.12

Bovenstaande betekent dat het beroep van [gedaagde] op vernietiging van artikel 12 op grond van artikel 6:233 sub b BW slaagt. Dit betekent dat het beding in dit geschil niet van toepassing is. [eiseres] heeft daarom niet op grond van artikel 12 van de algemene voorwaarden aanspraak op annuleringskosten.

Het beding in artikel 12 is oneerlijk

3.13

Ook als uitgegaan zou moeten worden van ter handstelling van de algemene voorwaarden dan oordeelt de kantonrechter ten overvloede dat artikel 12 van de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is. Op grond van artikel 6:233 BW moet de kantonrechter dan ambtshalve onderzoeken of artikel 12 van de door [eiseres] gehanteerde algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is, aldus dat het beding uit het oogpunt van de in Richtlijn 93/13 gegeven criteria oneerlijk is. Artikel 12 van de algemene voorwaarden is een beding zoals wordt bedoeld in artikel 6:237 onder i BW. Het beding wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn behoudens voor zover het een redelijke vergoeding voor door [eiseres] geleden verlies of gederfde winst betreft. Het is aan [eiseres] dit vermoeden te weerleggen en zij zal daartoe moeten aantonen dat de 30 % aan annuleringskosten een redelijke vergoeding vormen voor het door haar geleden verlies of de gederfde winst.

3.14

[eiseres] stelt enkel dat het annuleringsbeding strekt tot vergoeding van de door haar geleden schade. Deze kosten bestaan onder andere uit het gehele verkooptraject tot order, het inmeten op locatie, de uitwerking van technische tekeningen, het opstellen van het draaiboek voor de montage, de overdracht aan de projectleider, de controle en bevestiging van de order en winstderving door het annuleren van de klus, minus de risicoposten.

3.15

De kantonrechter overweegt dat in veel gevallen 30 % van de koopsom een redelijke vergoeding is voor geleden verlies of gederfde winst bij het annuleren van een overeenkomst. Dat maakt nog niet dat dat hier ook het geval is. [eiseres] komt niet met een concrete onderbouwing waarom hier een bedrag van € 6.328,39 een redelijke vergoeding is voor de schade die zij zou lijden. Het was aan [eiseres] om dit met stukken nader te onderbouwen, zoals een berekening van de brutowinst of een inkoopoverzicht. Dit heeft [eiseres] niet gedaan.

3.16

De kantonrechter oordeelt daarom ten overvloede dat het beding in dit geval onredelijk bezwarend is en ook op die grond vernietigd had kunnen worden.

De kantonrechter wijst de subsidiaire vordering van [eiseres] af

3.17

De kantonrechter wijst ook de subsidiaire vordering van [eiseres] af. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de overeenkomst niet langer van kracht is, omdat deze overeenkomst door [gedaagde] is geannuleerd. Er is geen verplichting meer voor [gedaagde] om de oorspronkelijke overeenkomst na te komen en er is geen andere wettelijke grondslag genoemd, op basis waarvan [gedaagde] een (gedeelte) van de oorspronkelijke koopsom zou moeten betalen.

[gedaagde] hoeft geen wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten te betalen

3.18

Nu de primaire en subsidiaire vorderingen van [eiseres] worden afgewezen, worden ook de vorderingen tot betaling van de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.

[eiseres] moet de proceskosten betalen

3.19

Omdat de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen, wordt zij veroordeeld in de proceskosten (inclusief de nakosten), te vermeerderen met de wettelijke rente. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

€

720,00

(2 punten × € 360,00)

Totaal

€

720,00

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1

wijst de vorderingen van [eiseres] af,

4.2

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 720,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de wettelijke rente als [eiseres] niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis aan de veroordeling voldoet,

4.3

verklaart de veroordeling onder 4.2 in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »