ECLI:NL:RBMNE:2026:6891

Datum uitspraak
10-09-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/16/615571 / JL RK 26-483
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Almere

Zaaknummer: C/16/615571 / JL RK 26-483

Datum uitspraak: 10 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,

gevestigd te Almere,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] ,

[minderjarige 3] ,

geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 3] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. J.B. Streefkerk uit Almere,

[vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats] .

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 juli 2026, mee in de beoordeling.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- de moeder met haar advocaat;

- [A] namens de GI.

1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .

2.2.

[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij hun moeder.

2.3.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 23 september 2025 [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 23 september 2026.

3 Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

De GI

4.1.

De GI vindt een verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] noodzakelijk. Hoewel beide ouders betrokken zijn bij de kinderen en er in de afgelopen periode verschillende vormen van hulpverlening zijn ingezet, is nog onvoldoende sprake van een duurzame verbetering van de opvoedsituatie. Er bestaan zorgen over de mate waarin de ouders kunnen aansluiten bij de behoeften van de kinderen en gezamenlijk opvoedbeslissingen kunnen nemen. Het lukt de ouders op dit moment onvoldoende om de onderlinge conflicten buiten de kinderen te houden en gezamenlijk invulling te geven aan het ouderschap. De communicatie verloopt moeizaam en de ouders verschillen op belangrijke onderwerpen van inzicht. Daardoor blijven de kinderen belast met de conflicten tussen hun ouders en worden zij onvoldoende beschermd tegen volwassenenproblematiek. De kinderen vertonen ook signalen van loyaliteitsproblematiek. Daarnaast laat [minderjarige 1] een duidelijke afwijzing richting haar vader zien.

De moeder

4.2.

De moeder is het eens met een verlenging van de ondertoezichtstelling. Het doel van rust, veiligheid en duidelijkheid voor de kinderen is niet behaald en de kinderen hebben het erg moeilijk. De moeder hoopt ook dat er voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] een kindercoach geregeld kan worden, net als voor [minderjarige 1] . De moeder maakt zich zorgen dat de kinderen onvoldoende zijn gehoord en dat belangrijke signalen en zorgen onvoldoende zijn opgepakt. Het vertrouwen van de moeder in de uitvoering van de ondertoezichtstelling is daardoor afgenomen. De moeder ervaart te weinig regie vanuit de ondertoezichtstelling. Afspraken worden niet nageleefd en de kinderen worden nog steeds geconfronteerd met spanningen en situaties die niet in hun belang zijn.

De vader

4.3.

De vader vindt het absoluut noodzakelijk dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd. De doelstellingen zijn zeker nog niet gerealiseerd en de zichtbare verbeteringen zijn veroorzaakt door de ondertoezichtstelling. De communicatie tussen de ouders is verbeterd en ook het nemen van gezamenlijke beslissingen lukt beter. Dit komt doordat de GI wordt betrokken in de communicatie en een beslissing neemt als dit de ouders niet lukt. De vader is bang dat de gerealiseerde verbeteringen wegvallen als de GI niet meer betrokken is bij het gezin. Daarnaast is het conflict met de moeder over de zorg van de kinderen nog niet opgelost. De rechtbank moet daarom nog een definitieve zorgregeling vaststellen. Voor de uitvoering daarvan is misschien hulpverlening nodig, die in het vrijwillig kader niet van de grond komt. De ondertoezichtstelling is dan ook noodzakelijk om de zorgregeling uit te voeren met behulp van verplichte hulpverlening. Tot slot is nog steeds sprake van oudervervreemding. Zonder de bescherming van de ondertoezichtstelling zou de relatie tussen de vader en de kinderen in het afgelopen jaar nog meer beschadigd zijn dan nu al het geval is. De ondertoezichtstelling is nodig om het contact tussen de vader en [minderjarige 1] te herstellen.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de duur van een jaar.2 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

De ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Sinds de scheiding van de ouders zitten de kinderen klem tussen hun ouders. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] worden al lange tijd belast met de onderlinge strijd van de ouders. De voortdurende spanningen vormen een bedreiging voor de ontwikkeling van de kinderen. Ook worden de kinderen belast met volwassenenproblematiek. Zij beschikken over kennis die niet passend is bij hun leeftijd. Daarnaast zijn bij [minderjarige 2] en [minderjarige 3] signalen zichtbaar, waaruit blijkt dat zij zich in een loyaliteitsconflict bevinden. Dat vormt een bedreiging voor hun identiteitsontwikkeling. [minderjarige 1] wil geen contact met haar vader en wijst hem af als haar vader. Daardoor staat het contactherstel tussen [minderjarige 1] en haar vader onder druk. Tot slot zijn er zorgen over de mate waarin de ouders kunnen aansluiten bij de behoeften van de kinderen en zelfstandig gezamenlijk opvoedbeslissingen kunnen nemen.

5.3.

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de ouders van mening verschillen over de noodzakelijke hulpverlening en hun communicatie erg moeizaam verloopt. Daarnaast zijn de ouders wel bereid om mee te werken aan hulpverlening, maar lukt het hen onvoldoende om de adviezen daadwerkelijk om te zetten in een duurzame verandering. Op dit moment neemt de GI de beslissingen over de kinderen als de ouders het niet eens kunnen worden. De ouders dragen daardoor niet de verantwoordelijkheid voor gezamenlijke besluitvorming, terwijl dit wel zou moeten. De betrokkenheid van de GI is daarom nog steeds nodig.

5.4.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.3

5.5.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 23 september 2027;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026 door

mr. M. Weistra, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A. Spanninga als griffier, en op schrift gesteld op 18 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »